Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een monnik met een hobby

Home

Lodewijk Dros

Passie, sprak de boeddhistische monnik, is een woekerplant: net als je denkt bevrediging te hebben gevonden, moet je weer op zoek naar iets nieuws. Maar Dhammawiranatha raakte verstrikt in zijn woekerplant. Oud-volgelingen beschuldigen de inmiddels teruggetreden boeddhistische leider van seksueel misbruik.

Voor de meeste van zijn volgelingen is de zeereerwaarde Dhammawiranatha Nayaka Mahathera, Nederlander van geboorte, nog steeds naar leer en leven een voorbeeld van de Dhamma, de leringen van Boeddha. Hij is hun leider. Hij was degene die in 1978 een van de eerste boeddhistische centra in Nederland stichtte, het Boeddhayana Centrum in Den Haag.

Voor zijn afvalligen is hij een heel andere man. Zij vinden Pierre K. een onbetrouwbare Hagenees, schuldig aan machts- en seksueel misbruik. Ze verdenken hem van zwendel. Ze zeggen dat hij misschien fouten heeft erkend, maar weer ongestoord zijn gang gaat.

Dat Dhammawiranatha zoveel lof krijgt toegezwaaid, is niet vreemd. Hij paarde charisma en kennis aan een enorme werkdrift, gaf zes avondlezingen per week, schreef en vertaalde, breidde de gemeenschap uit. Vanuit het Haagse Boeddhayana Centrum ontstonden onderafdelingen in Amsterdam, Deventer, Santpoort en Utrecht. In Oosterwolde kwam een conferentieoord, vlakbij Makkinga waar Dhammawiranatha sinds 1996 zat, in het klooster Ehipassiko, als hoofdmonnik.

De groep rond Dhammawiranatha is inmiddels bijna ter ziele; de neergang begon eind vorig jaar, toen de levenswandel van de monnik aan het licht kwam. Kritiek was er altijd wel geweest. Makkelijk was de geestelijke niet. Hij was veeleisend - lange dagen, hard werken, weinig eten. Hij kon zelfs mensen die hem van het begin af aan hadden gesteund, de huid volschelden. Hij vervreemdde ingetreden monniken zo van zich dat hij niet alleen hoofd-, maar ook enige monnik bleef.

De in 1953 geboren K. moest na zijn monnikswijding in 1977 van zijn Aziatische leraar de Dhamma (leer van Boeddha) verbreiden. In 'Dhamma Leraar in Nederland. Een interview' vertelde hij in 1987 dat hij geen voorbeelden kende van boeddhistisch poldermonnikschap. In Nederland werd hij gefouilleerd op de luchthaven. In Engeland, waar wel veel Aziaten wonen, behandelde men een monnik met achting.

Toen hij het Boeddhayana Centrum stichtte, was hij jong en onervaren. Hij was 23, maar zag eruit als 17, 18. Hij had advies nodig, weerwerk ook, maar zijn leraar zat aan de andere kant van de wereld. De kritische steun die hem hier door enthousiaste Neder-boeddhisten werd geboden, moest hij niet. ,,Ik communiceer alleen op mijn voorwaarden. Ik leg de Dhamma uit. Er ontstond het idee 'we zijn één groep. Hij is dan wel monnik en wij zijn leek, maar er is wel een gelijkwaardigheid in discussie mogelijk.' En dat weigerde ik.'' Toen wist hij dat je belangstellenden beter helemaal geen verwantwoordelijkheid kunt geven.

Hij benadrukt respect. ,,Het monnikschap is voor westerse mensen heel moeilijk op zijn waarde te schatten.'' Dhammawiranatha zag er, aldus het Kwartaalblad Boeddhisme, nauwlettend op toe dat hem alle eer betuigd werd. Dus boog je voor hem, zegt Anjali Osseman, jarenlang sympathisante. ,,Vergat je het, dan voelde je je naar''. De aanspreekvorm was ontzagvol Bhante (eerwaarde), uitgesproken met de handen devoot tegen elkaar. Tegenspreken was er niet bij. Een man die dacht amicaal met de monnik om te gaan, werd snel van z'n ge-jij en ge-jou afgeholpen.

In 1981 legde Dhammawiranatha zijn monnikspij af. Het moet, zeggen betrokkenen achteraf, met seksuele toestanden te maken hebben gehad. Halverwege de jaren tachtig was hij leraar in het Amsterdamse meditatiecentrum De Kosmos. Zijn lessen spraken Marianne van Lobberegt erg aan; ze verhuisde naar Oosterwolde, werd zelfs kort non en was verantwoordelijk voor het kinderblad Ayo Ayo.

Wat zij niet wist, was dat de celibataire Dhammawiranatha tijdens de meditatieles seks had, in een hokje naast de Zenzolder, met een andere vrouw. ,,Lisa'', noemt die laatste zichzelf. Lisa dacht een hulpverlener te vinden, hij gaf haar 'sekstherapie' voor haar incestverleden. ,,Ik riep om hulp, het was verkrachting.'' Het gebeurde vaker in die periode. Toch bleef Lisa komen. De verklaring is ingewikkeld, het is een nauwelijks te bevatten mengeling van niet willen en toch doen, van vertrouwen, afhankelijkheid van de leermeester én angst: ,,Hij zei dat er wat zou gebeuren, als ik zou praten. Wat? Slecht karma. Ik was bang.''

De ex-monnik zei in 1987 dat hij zeker 20 jaar geen monnik meer zou worden, zeker niet in Nederland. Want hij zou zich dan weer 'geïsoleerd' voelen en hij vreesde 'weer een sterke afhankelijkheid' van volgelingen. Desondanks werd hij snel weer monnik.

Officieel zijn voor Dhammawiranatha's Boeddhayanacentrum Nederland (BCN) alle boeddhistische Scholen gelijkwaardig. Maar wie eenmaal bij het centrum zat, ging niet naar andere groepen. Marianne van Lobberegt: ,,We dachten dat híj de Eerste Gradatie van Heiligheid had bereikt, en hij vond de rest niet deugen.'' Hij isoleerde lekevolgelingen van hun omgeving, zegt een ander, concentreerde alle aandacht op hemzelf. ,,De liefde, de overgave voor de leraar moest volledig zijn. De minste kritiek was wantrouwen. Ook isoleerde hij mensen onderling.''

VERVOLG OP PAGINA 10

Aangifte doen is agressie, geen harmonie

VERVOLG VAN PAGINA 9

Berisping van volgelingen past ook bij boeddhisten in de verhouding leraar-leerling. In elke handeling zit een leerpunt, vertelt Van Lobberegt, en dat kon de monnik confronterend duidelijk maken, in het openbaar. Vernederend ook, vertellen ex-sympathisanten. Maar je vertelde elkaar 'dat je er iets van moest leren', hoe vreemd de aanwijzing ook was.

Tot op het moment ,,dat we dat níet meer tegen elkaar zeiden,'' vertelt Osseman. Kwam het door de 'krenkende' schrobbering van de leraar, die het zijn mensen verweet dat zijn moeder, uit Den Haag verhuisd, niet kon aarden in Makkinga? Of was het toen Van Lobberegt de deur op slot zag gaan achter de monnik en een 'meiske van 15' -en zij zich herinnerde dat hij haar zelf eens onzedelijk had betast? En dan was er het gefrunnik en gemasseer, en het Bengalese leerlingmonnikje in bed bij Dhammawiranatha, allemaal ongepast voor een boeddhistische, celibataire monnik.

Guus Went was vier jaar lang monnik Abhaya bij Dhammawiranatha; ook hij kende hem van De Kosmos. Ze raakten bevriend, hadden 'een karmische band', totdat daar vorig voorjaar met veel kabaal een eind aan kwam. Van andere boeddhisten hoorde Went de verhalen over 'D. en de vrouwen'. In de Boeddhistische Unie Nederland wisten ze ervan - maar BCN was geen lid en er gebeurde niets.

Toch waren de geluiden ook daar doorgedrongen. Lisa benaderde het hoofd van de lekengemeenschap, maar deze wilde er niet van horen. ,,Ik stond er niet voor open'', zou hij later zeggen. Dat begrijpt Lisa wel: ,,Dhammawiranatha had me al gezegd ervoor te zorgen dat niemand mij zou geloven. Wij maakten hem zwart, vonden zijn mensen.'' Lisa deed in 1989 haar verhaal ook bij een dokter op het spreekuur. ,,Die zei: je liegt. Ik stond binnen tien minuten buiten.'' De arts zegt nu dat ze nooit op de hoogte is gebracht; ze is huisgenote van Dhammawiranatha.

Van Lobberegt, toen nog sympathisante, deed eind vorig jaar navraag bij tien vrouwen die door de jaren heen vaak abrupt uit het zicht verdwenen waren. De verhalen werden bevestigd. Dhammawiranatha was, zoals dat op Sri Lanka heet, 'monnik met een hobby'. Een voor hem belangrijke boeddhistische organisatie in Londen werd getipt maar deed niks.

Enkele vrouwen, onder wie Lisa, meldden zich bij boeddhistisch non J. Hermsen. Ze waren 'angstig en in de war', maar Hermsen zelf 'liet het los'. ,,Wat moest ik? Wij hebben geen meldpunt. Ik koos ervoor de vrouwen te empoweren eruit te stappen, zodat de groep dood zou bloeden.''

Eind december vorig jaar draaide Went de deuren van zijn huis op slot, om de monnik binnen, dan wel woedende slachtoffers buiten te houden, daarover lopen de lezingen uiteen. Binnen kreeg Dhammawiranatha geen dana (eten), maar de waarheid over zijn geheime leven opgedist: tientallen affaires met gehuwde en ongehuwde vrouwen, tegelijk en zonder dat ze het van elkaar wisten, in de kiem gesmoorde zwangerschappen ('we hadden allemaal aids kunnen hebben'), de sekstherapie. Het was met ieders goedvinden, zei de monnik kalm. Arrogant, vonden sommigen, ,,kijk 'm daar nou staan.'' Verderop, in het conferentieoord waar de harde kern van zijn volgelingen mediteerde, klonk even later wat stemverheffing, voordat de monnik zijn oranje pij en dus zijn monnikschap aflegde.

Op de website Buddhayana.nl ontbreekt iedere kritiek op Dhammawiranatha. De site Buddhayana.tk is onlangs geopend, lijkt sprekend op zijn naamgenoot, maar noemt BCN 'een sektarische club die de goede naam van het boeddhisme schaadt'. Het conflict is nog niet ten einde: na de ontmanteling willen de critici de ontmaskering 'van de zogenaamde leraar'. Hem wordt de hand boven het hoofd gehouden, menen ze.

Feit is dat BCN de klokkenluiders weert. Het zijn dwazen, verklaart het handjevol getrouwen onder wie twee artsen, want ze zien niet dat Dhammawiranatha's afkeurenswaardige gedrag in geen verhouding staat tot 'zijn weergaloze werk ten dienste van zoveel mensen, bijna 25 jaar lang'. Van die bereidwilligheid om te helpen hebben anderen maar al te graag gebruik gemaakt. Zo streept het 'misbruik van hulpvaardigheid' de aantijgingen van seksueel misbruik weg.

Dat de monnik zijn celibaat niet hield, valt hém niet aan te rekenen, wél de mensen die hem hadden moeten ontlasten. In zijn eigen verweerschrift zit hetzelfde: ,,Dat ik dagelijks regels moest breken (een monnik mag zich niet met geld bemoeien, red.), werd geaccepteerd. Dat dat ook andere consequenties had wordt mij nu aangewreven.'' Andere zaken: seks.

In het Kwartaalblad Boeddhisme meldde hij dat er bij de 'incidenten' geen sprake was van een ongelijkwaardige leerling-leraarverhouding. Ze wilden zelf, zei hij eerder.

Ikon-pastor J. van der Werf, bekend met misbruik in pastorale relaties, herkent 'de redenatie'. ,,Hij duikt weg achter zijn vertrouwensrelatie, schuift de schuld weg, benadrukt het mooie en helende van de relaties en maakt de slachtoffers tot daders. Het zijn de bekende dooddoeners van misbruikers'' - maar dat twee artsen die redeneringen billijken is ,,schandalig. Dat heb ik nog nooit meegemaakt''.

Het misbruik is, zegt Osseman, niet het ergste; waar het om draait is macht, de verdeel-en-heersbenadering, de geestelijke terreur. Ze kan zich niet voorstellen dat ze acht jaar in zijn goede bedoelingen geloofde. ,,Ik groet hem niet op straat, Bhante is hij niet meer.'' Ze overweegt te verhuizen. Net als Van Lobberegt, die ooit om Bhante naar Oosterwolde kwam.

De meester is nooit vervolgd, laat staan veroordeeld. Bij de politie kwamen wel meldingen van misbruik binnen, maar geen aangifte.

Een andere vrouw, als kind misbruikt, had tien jaar een relatie met haar leraar. ,,Hij nam het initiatief mij van problemen af te helpen, door seks. Het was nooit gelijkwaardig.'' Ze bleef, net als Lisa, altijd 'u' zeggen. En alles moest geheim blijven. ,,Ik voelde me geïntimideerd.'' Ze deed geen aangifte, want 'er is geen geweld gebruikt'. En Lisa's zaak is verjaard.

Osseman en Van Lobberegt wijten het ontbreken van aangiften aan 'boeddhistische hersenspoeling': je moet harmonieus, beheerst en vriendelijk zijn, aangifte doen is agressief. Bovendien, vragen ze sceptisch: kan zo'n aanklacht wel slagen, als de vrouwen meewerkten? Van der Werf is optimistischer: ,,Als je een aantal vergelijkbare aangiften hebt, dan kan een officier van justitie er wel eens een patroon van misbruik in zien. Gedwongen geheimhouding, manipulatie en intimidatie door iemand van wie je afhankelijk bent, dat is óók geweld.''

Het onttakelde BCN heeft tegenwoordig meer geld dan mensen. Van de 'paar honderd gezinnen' -als ze er al geweest zijn- zijn er weinig over, maar het bezit groeide van 402,50 gulden in 1977 tot zo'n anderhalf miljoen euro nu. Verschillende mensen proberen geld terug te krijgen. Van Lobberegt heeft nog een goede 30000 euro tegoed, 'keurig gedocumenteerd'. Veel kans maakt ze niet: de giften waren voor de BCN en dat heeft niet gerommeld. En, al weegt 'mededogen' het zwaarst, ook Sona Brunot wil geld terug, desnoods via de rechter. Ze dacht haar oude dag te slijten in Oosterwolde, waar het Dhamma Conferentieoord bestemd was voor bejaarde boeddhisten, met een hertenkamp erbij. Het waren vooral vrouwen die er (veel) geld voor over hadden, Brunot 30000 gulden. Het oord is verkocht -vraagprijs: zes ton in euro's. De twee dependances zijn gesloten.

Een oud-volgeling verwacht dat de ex-monnik en gewezen boekhouder naar Sri Lanka vertrekt, om daar met het veiliggestelde kapitaal stil te gaan leven. Brunot is er net als Van Lobberegt van overtuigd dat hij even afwacht en dan hier weer een pij aantrekt. Osseman noemt het bedenkelijk dat hij zich nog steeds 'leraar' noemt.

Wat denkt Dhammawiranatha zelf? Hij is aan het verhuizen, woont met vier vrouwen nog even in het klooster dat net verkocht is. Twee marmeren leeuwen en drie echte honden bewaken de boerderij bij Makkinga. De uitnodigende naam Ehipassiko ('kom en zie voor uzelf') ten spijt, vraagt een gedecideerde mevrouw aan het eind van het lange pad vooral niets te schrijven over de hele kwestie. En neen, de Bhante is niet bereid zijn licht erover te laten schijnen. ,,U beschadigt het boeddhisme'', zegt een man later aan de telefoon. Hij heeft een licht Haags accent, geeft geen naam maar ontkent dat hij de man is om wie het gaat. ,,Het is over en uit. Alles wat we hebben opgebouwd, is kapot.''

Deel dit artikel