Een moestuin aanleggen begint in een luie stoel

home

Nicolien van Doorn

Maart is een goede maand om aan een moestuin te beginnen. Raak niet ontmoedigd als er iets misgaat. Want dat gaat het beslist.

Heb je altijd al een moestuin willen hebben maar is het daar nooit van gekomen, dan is maart een goede maand om ermee te beginnen. Maar pak eerst, alvorens schoffel en gieter tevoorschijn te halen en zakjes zaad open te scheuren, een luie stoel. De eerste stappen als moestuinier zet je namelijk niet met je handen, maar met je hoofd.

Ga dus rustig zitten en bedenk hoe jouw ideale moestuin eruit zou zien. Welke vorm heeft hij, hoe groot is hij en op welke plek komt hij? Wordt het een moestuin met veel groenten zodat de hele familie er doorlopend van kan eten? Of heb je liever een paar bijzondere soorten die in de winkel moeilijk te krijgen zijn? Worden het lange strakke rijen? Of wil je her en der wat kolen en artisjokken tussen de rozenstruiken omdat dat er zo mooi artistiek uitziet?

Zodra je weet wat je wilt, kan het grote werk beginnen. Kort samengevat: spitten, puinruimen, verbeteren en harken. Iets langer samengevat: spit de grond om (in het geval van zware kleigrond) of vork hem licht door (zand), haal grote stenen, harde kluiten en onkruiden weg en verbeter de grond als dat nodig is.

Zware, plakkerige klei is makkelijker te bewerken als je er grof zand aan toevoegt, lichte zandgrond houdt het vocht beter vast als er klei en humus bij komt. Wil je het helemaal goed aanpakken, meng dan elk jaar voordat  je gaat zaaien of planten wat compost en meststoffen door de grond. Hoeveel mest dat moet zijn, hangt af van de grond en van de planten.

Veel moestuiniers voegen kalk toe aan de grond om de zuurtegraad (pH) van hun grond te regelen. Hoe evenwichtiger die is, hoe beter de  planten de voedingsstoffen kunnen opnemen. Heb je een moestuin met een pH hoger dan 6,5, dan is extra kalk niet nodig. Maar is de grond aan de zure kant, dan zijn de planten er blij mee. Doe het alleen nooit wanneer je aan het mesten bent, want kalk en mest werken elkaar tegen. 

Om de kans op ziektes en plagen te verkleinen, is het belangrijk om vrucht- of teeltwisseling toe te passen. Dit tuinmansjargon betekent: dat dezelfde groentefamilies, zoals peulvruchten of kolen, niet twee jaar achtereen op dezelfde plek komen te staan. Als je de moestuin meteen al in vakken verdeelt, kun je de groenten elk jaar een vak opschuiven.

Ben je een absolute beginner, dan is het verstandig om de  moestuin behapbaar te houden. Maak een stukje grond klaar - 3 x 3 meter is al prachtig! - en zaai of plant daar iets op dat niet veel zorg nodig heeft, zoals aardappelen, pompoenen, courgettes, salie en tijm. Lukt dat en heb je er plezier in, pak er dan telkens een stukje grond bij. Je kunt ook verhoogde bedden maken, dat scheelt spitten en bukken.

Groenten en kruiden kun je kweken door te zaaien, te poten of door kant en  klaar gekochte plantjes in de tuin te zetten. Dat zaaien kan zowel binnen als buiten gebeuren. Zijn het zaadjes van planten uit warme landen zoals paprika's, courgettes en aubergines, zaai die dan in potten of bakken en houd ze binnenshuis totdat het buiten warm genoeg is om ze uit te planten.

Er zijn groenten, zoals tuinbonen, erwten, sla, uien, radijs, spinazie en rucola, die deze maand al kunnen worden gezaaid. Maak een ondiep geultje en noem dit vervolgens, als je je wilt voordoen als een bedreven moestuinier, geen geultje maar een 'zaaivoor'.

Van de grootte van de zaden hangt het af hoe diep de zaaivoor wordt. Is de grond erg droog, giet er dan eerst wat water in. Leg de zaadjes er in, dek ze af met een laagje droge grond en giet nog een keer met een fijne broes op de gieter. Zaai niet alles tegelijk, maar doe het met tussenpozen van één of anderhalve week. Anders eet je straks een maand lang alleen maar sla en kun je de hele straat voorzien van spinazie.

Is het nog erg koud, bedek de grond na het zaaien dan met vliesdoek. Je kunt ook een plastic tunnel of jampotjes over de ingezaaide plantjes heen zetten. Zodra de zaailingen opkomen, kunnen ze worden uitgedund op plekken waar ze te dicht op elkaar staan. Haal de zwakste weg en laat de grootste staan. En bescherm de kwetsbare kiemplantjes tegen slakken en muizen.

Tijdens de groei moeten de planten bijgemest worden. Hoe vaak dat moet, en met welke organische mest, hangt af van de groente. Bladgroenten zijn dol op stikstof, wortelgewassen houden van fosfor, groenten met bloemen en vruchten gedijen op kalium, radijs en erwten willen helemaal niks en zo kan ik nog wel even doorgaan. In het begin zul je vaak na moeten kijken waar bepaalde groenten behoefte aan hebben, maar troost jezelf met het vooruitzicht dat het op den duur een automatisme wordt. Althans, dat beweren de mensen die het weten kunnen.

Voordat het zover is, lijkt moestuinieren een ingewikkeld gedoe. Maar geldt dat niet voor alles dat je voor het eerst doet? En ja, natuurlijk gaat er van alles mis. Misschien zaai je wel te vroeg. Of te laat. Worden de zaadjes opgegeten door muizen en de zaailingen door slakken. En blijft de rabarber spichtig. Dat kan allemaal, maar wat dan nog? Heb je er plezier in, ga dan net zo lang door totdat het lukt. En kom je er helemaal niet meer uit, dan kun je er altijd nog een website, boek of ervaren moestuinier op naslaan.

Tuinvragen? Ga naar www.trouw.nl/groen/tuinvraag

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie