Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een misdadige bijwerking

Home

Joop Bouma

Hard wetenschappelijk bewijs dat antidepressiva de oorzaak kunnen zijn van extreem gewelddadig gedrag is er niet, maar de aanwijzingen stapelen zich wel op.

Niemand begrijpt wat Martin de B. uit Kerkrade bezielde in de nacht van 23 juli 2007. Hoe kon het toch dat die rustige, vriendelijke 56-jarige, nog nooit op agressief gedrag betrapt, veranderde in een waanzinnige?

Het antwoord zal niet meer van de dader zelf komen. Martin de B. hing zichzelf in de zomer van vorig jaar op in zijn cel in Roermond. De strafzaak tegen hem – doodslag op zijn 55-jarige levenspartner – liep nog. Het motief bleef een raadsel, ook voor de rechtbank. De rechters hadden extra deskundigenrapporten gevraagd, omdat De B. kort voor zijn daad was begonnen met het slikken van het antidepressivum Efexor. Kon dat een rol hebben gespeeld?

Het is zo’n zaak die je nooit zult vergeten, zegt De B.’s advocaat Peer Szymkowiak. „Zo vreemd, zo ongewoon.” Maar het dossier is gesloten. Cliënt overleden. De stukken liggen in de kelder van zijn kantoor.

Martin de B. was een keurige, haast zachtmoedige man. Moeilijk boos te krijgen, zei iedereen die hem kende. En stapel op zijn vriendin, zegt zijn advocaat. „Dat je iemand van wie je zo houdt als een wilde afmaakt Dat past niet in het beeld.”

De B. was alleen wat depressief. Hij leefde in prettige harmonie met zijn vriendin op een flatje in het Limburgse Eygelshoven. Ruzies waren er zelden, gewoon de normale rimpeltjes in een relatie.

De eerste vrouw van De B. was in 1982 omgekomen bij een verkeersongeluk, iets wat hij nooit echt had verwerkt. Na het overlijden van zijn moeder, jaren daarvoor, kreeg hij depressieve klachten. Die namen toe nadat zijn broer ongeneeslijk ziek werd.

De B. vroeg in de zomer van 2007 de huisarts om raad. Die schreef een wat ouder antidepressivum voor, amitriptyline. De B. verklaarde later: „Ik werd er alleen maar zieker en zieker van. Ik raakte in de war, sliep slecht en had enge dromen.” Hij ging terug naar de dokter, die ditmaal Efexor (venlafaxine) voorschreef, een nieuwer antidepressivum. Na drie dagen ging het mis.

B. was die avond als eerste naar bed gegaan. Zijn buren hoorden lawaai en belden de politie. Agenten troffen in de slaapkamer een bloedbad aan. De vriendin bleek met 60 messteken om het leven gebracht, haar hals was vrijwel geheel doorgesneden. De B. was ernstig gewond. Hij had messteken in buik, borst, armen en hals. Spoedig bleek dat hij deze verwondingen zelf had aangebracht.

De B. verklaarde aanvankelijk dat hij ruzie had gehad met zijn vriendin, maar in het Penitentiair Ziekenhuis in Scheveningen kwam hij daarop terug. Szymkowiak: „Op enig moment verklaarde hij: ’Ik sliep heel slecht, ik moet in een soort van slaapwaaktoestand zijn geweest. Ik denk dat ik iets gehoord heb en toen heb ik mijn vriendin gezien die half over mij heen hing, met een fruitmesje in haar hand. Waarschijnlijk heb ik haar toen aangevallen’.”

De eerste steken zijn met dat schilmesje gedaan. Het lag altijd op zijn nachtkastje, om slaappilletjes doormidden te snijden. Wat er is gebeurd, zal niemand weten. „Hoe kan iemand zo ontploffen en zijn partner zo verminken”, vraagt Szymkowiak zich nog steeds af.

De B. werd onderzocht door psychologen van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie. Die constateerden dat De B. chronisch en intens kwaad was en geen uitweg vond voor zijn vijandigheid. Met zijn geweten was niks mis. Ze constateerden wel ’een aan agressieproblemen gerelateerde persoonlijkheidspathologie’. Ofwel: De B. was gewelddadig.

Deze persoonlijkheidsstoornis zou in samenhang met de depressie hebben gezorgd voor een agressieve ontremming. Daarbij zou het antidepressivum geen rol van betekenis hebben gespeeld. Er was immers nauwelijks wetenschappelijk bewijs voor agressieve ontladingen door antidepressiva, stelden de psychologen. Maar de bijsluiter van Efexor meldt als bijwerkingen ook slaap- en bewustzijnstoornissen, verwardheid, opwinding en onrust.

Volgens de psychologen was er sprake van ’een tekortschietend afweermechanisme’ en van ’sterk vermijdende persoonlijkheidskenmerken’. De ziekte van zijn broer was de mentale draagkracht van De B. te boven gegaan.

Niemand begreep die uitleg. De rechtbank niet, zelfs de officier van justitie niet. Szymkowiak nam geen genoegen met het rapport. „Op het internet kwam ik de meest gruwelijke verhalen tegen over Efexor.”

Hij vroeg de Maastrichtse hoogleraar rechtspsychologie Harald Merckelbach mee naar de rechtszaal. Deze treedt vaker op als getuige-deskundige. De professor merkte op dat de psychologen onvoldoende de mogelijkheid hadden onderzocht dat de agressieve daad van De B. juist dóór Efexor was ontstaan. Er waren voldoende aanwijzingen dat het antidepressivum een oorzaak kon zijn geweest.

De rechtbank was het hiermee eens en schakelde twee nieuwe deskundigen in. Hun rapport kwam er niet. Op een maandag meldde zich een neuropsychiater bij De B. in zijn cel. Wat er is besproken, weet Szymkowiak alleen uit de mond van zijn cliënt. „Direct na het bezoek belde hij mij in paniek op. Het eerste wat deze psychiater tegen mijn cliënt had gezegd was: ’Jij denkt toch niet dat dit allemaal is veroorzaakt door dat pilletje? Er zijn tienduizenden mensen die deze pillen slikken. Die gaan toch ook niet met een mes steken?’ Mijn cliënt was geschokt. Ik heb hem nog sussend toegesproken en dacht dat dat was gelukt. Maar ik denk dat hij het vanaf dat moment niet meer zag zitten. Op woensdag, twee dagen na dat bezoek van die psychiater, was hij dood.”

Lees verder na de advertentie
(Trouw)


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel