Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een materialistische mysticus

Home

CHRIS RUTENFRANS

Wat heeft de wijsgerige bibliotheek ons deze eeuw geboden? Van Edmund Husserl tot John R. Searle: een terugblik op de hoofdwerken van de filosofie. Deel 29. 1965 Lire le Capital Louis Althusser e.a.

In 1980 brengt de Franse filosoof Louis Althusser (1918-1990) zijn vrouw Helene Rytmann om het leven. Non lieu, zegt de rechter, het misdrijf heeft niet plaatsgevonden. Met andere woorden: Althusser, die zijn leven lang al een psychiatrische patiënt was geweest, wordt ontoerekeningsvatbaar verklaard. Hij verblijft drie jaar in een kliniek. Daarna mag hij, onder psychiatrisch toezicht, een flatje betrekken dat vrienden voor hem hebben ingericht. Terwijl heel denkend Frankrijk in de jaren zestig en zeventig althusseriaan was, wordt de leermeester van grootheden als Michel Foucault en Jacques Derrida nu snel vergeten. Na zijn overlijden in oktober 1990 vindt een neef tussen zijn papieren een autobiografie die Althusser in 1985 in een maand tijd heeft geschreven. Deze verschijnt in 1992 onder de titel 'De toekomst duurt nog lang'. Het wordt een bestseller. Opnieuw praat 'heel Frankrijk' over Althusser.

Althusser is een laatbloeier. Zijn roem verwerft hij pas in 1965 met de publicatie van twee boeken: 'Pour Marx' en 'Lire le Capital'. 'Lire le Capital' is de neerslag van een reeks werkgroepen die onder leiding van Althusser waren gehouden aan de Ecole Normale Supérieure. De basisteksten in het boek zijn van de meester zelf, aangevuld met bijdragen van Balibar, Rancière, Establet en Macherey.

'Lire le Capital' bevat een uitleg van het marxisme - in het bijzonder van 'Das Kapital' - die 'structuralistisch' wordt genoemd. De Nijmeegse filosoof Koen Boey zegt dat ook de filosofie modes kent. “Na de mode van het existentialisme, waarvan in Frankrijk Sartre de grote vertegenwoordiger was, kwam de mode van het structuralisme. Barthes hield zich bezig met literaire structuren, Lacan met de structuur van het onbewuste, Foucault met de strucuur van de macht en Althusser met de structuur van de klassenstrijd.”

Boey zegt dat Althusser zich later heeft gedistantieerd van wat hij zijn 'flirt' met het structuralisme noemde. Het marxisme is een filosofie van het gebeuren en beschrijft een dynamiek die in het structuralisme afwezig is. Maar Althusser vond het achteraf veel erger dat hij 'een spinozist' was geweest. Zijn uitleg van het marxisme gaat uit van één concept, de klassenstrijd, van waaruit hij de maatschappelijke structuren zuiver theoretisch afleidt. De theorie waartoe hij zodoende komt, mag niet worden getoetst aan de werkelijkheid. Evenals Spinoza vond Althusser dat het ware waar is, omdat het waar is. Hij wees empirische toetsing af omdat die per definitie ideologisch is: want gebonden aan onze subjectieve, menselijke ervaring.

Om dezelfde reden ontkende Althusser het belang van geschiedenis. Geschiedenis was volgens hem een in onze verbeelding geconstrueerde ideologie. In werkelijkheid was 'tijd' niets anders dan de door de klassenstrijd aangedreven ontwikkeling van structuren. Mensen zijn maar pionnen in die ontwikkeling; mensen 'maken' geen geschiedenis. Althusser wilde heel het menselijke, alle emotionele begrippen, dat wat hij honend 'het humanistische liedje' noemde, verwijderen uit de marxistische theorie. Het marxisme moest even zuiver wetenschappelijk zijn als de wiskunde.

De klassenstrijd drukt zich uit in een onderbouw van economische productieverhoudingen, die weer bepalend is voor een bovenbouw van het politieke en het theoretische of culturele. Op elke laag binnen de structuren heerst de klassenstrijd. Op de klassieke vraag 'Wie ben ik?' antwoordt Althusser: 'Ik ben een drager van de productieverhoudingen'. Als academicus definieerde hij zichzelf als 'een drager van een specifieke vorm van het ideologisch staatsapparaat'. Boey zegt dat Althusser intellectuele eerlijkheid beschouwde als 'een burgerlijk vooroordeel'. Mensen als Boey, die een filosofische tekst objectief proberen weer te geven zonder zich ermee te vereenzelvigen, hielden zich volgens Althusser bezig met de reproductie van het onderdrukkende kapitalisme.

Hoe kan het spijkerharde dogmatisme van Althusser verklaard worden? Volgens Boey heeft Althusser de christelijke God van zijn jeugd vervangen door de klassenstrijd als bron van alles. Ook Althussers eerste filosofieleraar, J. Guillot, een latere vriend van Paus Paulus VI, zag Althusser als een bevlogen materialistische mysticus. Hij herinnerde zich de jonge Althusser als fanatieke katholiek en vroeg zich af 'of het marxisme voor hem niet een middel is geweest om te overleven'.

Boey zegt dat Althussers autobiografie pas goed laat zien hoe juist Guillots veronderstelling is. Die autobiografie is zeer persoonlijk en aangrijpend, wat in schril contrast staat met de filosofie die al het menselijke wilde schrappen en met de filosoof die zichzelf niet zag als mens maar als drager van productieverhoudingen.

Althusser geeft daarin een buitengewoon dramatisch beeld van zijn afkomst en jeugd. Zijn moeder was verloofd met een Louis Althusser die in 1918 sneuvelde. De broer van de gesneuvelde nam diens plaats in, huwde de achtergebleven verloofde en verwekte bij haar een kind dat, naar de overledene, Louis werd gedoopt. Voor Althusser betekende dit dat hij eigenlijk geen vader had, en dat hij, vanwege zijn naam, zijn eigen vader moest zijn, 'de vader van de vader'. Ook in wijsgerig opzicht: “En dit was slechts mogelijk door me de functie bij uitnemendheid van de vader toe te kennen: de heerschappij en de beheersing.” Zo verklaart Althusser zelf zijn filosofisch dogmatisme. Boey denkt dat ook Althussers anti-humanisme verklaard kan worden uit diens getraumatiseerde jeugd: “Misschien wilde hij zichzelf als mens wegdenken.”

Boey vertelt dat Helene Rytmann de enige vrouw was die iets heeft betekend voor Althusser. Deze begaafde sociologe was echter tien jaar ouder dan hij en deed alles tien jaar eerder. Ze was zijn slechte geweten. Als de Franse communistische partij hem beveelt met haar te breken, omdat zij zich schuldig zou hebben gemaakt aan collaboratie, weigert hij aanvankelijk. Vervolgens is hij haar ontrouw met talloze anderen. In 1980 wil zij hem verlaten, maar ze kan geen ander onderkomen vinden en dreigt met zelfmoord. Ze blijven samenwonen in hun woning in de Ecole normale, vrijwel afgesloten van de buitenwereld. Op 16 november is hij als gewoonlijk bezig haar hals te masseren. Plotseling ziet hij tot zijn ontzetting dat ze dood is. Hij heeft haar gewurgd.

Deel dit artikel