Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een lichaam bewonen

Home

Mirke Kist

© afp
MIRKE KIST

Tien dagen lang was ik een kat, een oude bibberende man, een hoertje, een junkie die de beste shot van zijn leven kreeg en een stervende buffel. Althans, dat was de bedoeling.

Terwijl de prachtige maar onverbiddelijke actrice en danseres Ivana Jozic naar mij gilde dat ik niet hard genoeg werkte, dat ze mij niet geloofde, dat ik de doodsstrijd van een stervend stuk wild absoluut niet belichaamde bleef ik miauwen, klauwen en zweten. Doodsbang.

Niet eerder gebruikte ik mijn lichaam op zoveel (pijnlijke) manieren als tijdens deze masterclass waarbij ik oefeningen gecreëerd door theatermaker Jan Fabre probeerde te overleven. Ik had uitgekeken naar de fysieke zoektocht, maar terwijl ik in een hysterisch tempo de vloer poetste met telkens een ander lichaamsdeel (dit was de opdracht) had ik steeds minder het gevoel dat het lijf dat tot bloedens toe over de grond schuurde bij mij hoorde.

Tussen nek en kruin
We wonen in eerste instantie in ons lichaam. Het is onze eerste plek. En zoals een huis verschillende ruimtes heeft - een kelder, inkomhal, woonkamer, badkamer, washok en slaapkamers - die we op verschillende manieren gebruiken en bewonen, zo zitten we ook anders in elk lichaamsdeel.

Ikzelf resideer voornamelijk tussen nek en kruin. En niet eens mijn hele hoofd neem ik in beslag. Ik probeer het te lokaliseren zoals je dat bij hoofdpijn doet: de achterkant van mijn schedel, een centimeter of twee diep. Ik zit vlak onder de plek waar mijn vader vroeger zijn hand legde wanneer hij vond dat ik te langzaam liep.

Af en toe daal ik af, langs mijn hals, mijn borstkast en onderbuik in. Wroet er een tijdje rond. Mijn armen en benen gebruik ik veelvuldig, zou ze nooit willen missen. Toch kan ik niet zeggen dat ze op dezelfde manier bij mij horen als de rest.

Lees verder na de advertentie
© Mirke Kist

Geen keuze
Laatst zei iemand: 'Dat lijf van mij, ik zou net zo goed zonder kunnen, ik zou het niet missen.' Een vriendin beaamde dit, zei dat er momenten waren waarop ze haar gehele lichaam zelfs even vergat. Tijdens een verhit telefoongesprek waarbij ze door haar appartement banjerde had ze per toeval in de spiegel gekeken. Daar was ze: fronsend en bewegend en plaats innemend, iets wat ze totaal niet had zien aankomen. Ze viel stil.

Een lichaam bewonen is ook niet makkelijk. Je hebt het, in tegenstelling tot een huis, niet zelf mogen uitzoeken. Het heeft misschien niet de juiste maten, is te groot of te klein voor wat je erin wilt bewaren. Sommige onderdelen werken niet naar behoren, voelen zwaar of overbodig. Andere stukken leer je pas echt kennen wanneer ze pijn beginnen doen, ontsteken of er langzaam mee ophouden.

Het boek De Gewichtlozen van Valeria Luiselli zit vol personages die oplossen, langzaam verdwijnen, die elke week gewicht verliezen. '126 pond. 125 pond.' Terwijl ik tussen mijn medecursisten als een hagedis over de grond kroop - iets waar ik fysiek niet toe in staat bleek - probeerde ik het tegenovergestelde van verdwijnen te bewerkstellingen. Ik wilde in mijn lichaam kruipen, het volledig bezitten en gebruiken. Maar terwijl Ivana de woorden 'You are lazy,' in een Oost-Europees accent naar mij toeslingerde kon ik het niet helpen terug te keren naar die veilige plek onder mijn schedeldak.

Want we moeten dan wel in die lijven wonen, dat betekent nog niet dat we ons er altijd thuis voelen.

Deel dit artikel