Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een landgoed voor de prijs van een Golfje

Home

Hans Masselink

Geen natuur zonder eigenaar, zonder beheerder. Onder de natuureigenaars vinden we particulieren, ideële stichtingen, overheden, de Kroon. In deze natuurmaand bezoekt de Verdieping op vijf zaterdagen vijf stukken Nederlandse natuur. Verschillende landschappen, verschillende eigenaars. Vandaag deel 2: het particuliere landgoed.

,,Kijk daar heb je er een, een Moeraswolfsklauw. Met een beetje fantasie zie je de vorm van een klauw.' We staan te staren naar een piepklein groen plantje dat het goed blijkt te doen in dit drassige heidegebied van het landgoed, of liever gezegd, landgoedje van drs J.A.van Heek. Even eerder hebben we in de schuur van de bescheiden woning de gereedstaande groene kaplaarzen aangedaan om te kunnen banjeren door het rijke groen van het eigen grondbezit.

Van Heeks gebied ligt op de flank van een stuwwal ten noord-oosten van Enschede, waar grotere en kleinere landgoederen in particulier bezit, met namen als de Hoge Boekel, de Vieker, de Welle en de Bonekamp, elkaar afwisselen. Droge en natte hei, hier en daar een vennetje, bosgebied met hoge bomen, door wallen omzoomde weilanden, waar de exclusieve Heresfords zoogkoeien van de Van Heeks samen met de ouwe pony van dochterlief vredig grazen.

Met enthousiasme verhaalt Van Heek (zeg maar 'Alf') over zijn eigen landgoed 'de Landweer', waar hij sinds vier jaar woont. Na een loopbaan als bedrijfseconoom bij Berenschot en ABN-Amro besloot Van Heek op zijn zestigste vanuit het Amsterdamse naar het vertrouwde oosten te verhuizen en de grond van zijn ouders -vader was textielfabrikant- over te nemen. De Van Heeks zitten al vanouds in dit gebied, vlakbij de Twentse textielbedrijven die de familie vermogend maakten.

Grootvader bouwde het grote landhuis, de Hoge Boekel. Het werd zo'n vijftien tot twintig jaar geleden met park en al verkocht aan Transcendente Meditatie, de club van Maharishi Mahesh Yogi. Het bewerkelijke pand, met zijn 25 wcs en tien kamers, was niet echt geschikt meer om te bewonen voor de familie. Drukke managers gingen er zich al mummelend en hoppend wijden aan concentratietechnieken om hun job aan te kunnen. De TM'ers verkochtten enkele jaren geleden het historische landhuis door aan een succesvol zakenman die zijn brood verdient in het uitzendwezen.

Landbezitter Alf Van Heek zelf houdt het eenvoudig. Zijn woning is niet uitzonderlijk groot en is simpel ingericht met traditionele meubelen. Een papegaai houdt de bezoeker nauwlettend in de gaten, de ruwharige teckel draait zich knorrend op zijn rug in de kleine woonkamer met uitzicht op het glooiende terrein. De gast krijgt een eenvoudige doch degelijke lunch geserveerd, boterhammen met pindakaas, kaas en ham.

Van Heek heeft een nieuwe levenstaak gevonden na het arbeidsvolle leven in de Randstad. Allereerst is daar het beheer van zijn landgoed, de zorg voor een groeiende diversiteit aan flora en fauna, voor de zuiverheid van het het water in zijn vennetjes. En daarnaast helpt hij graag andere groot- en klein-grondbezitters, mensen die een landgoed bezitten of willen gaan bezitten. Vandaar dat hij ernaast nogal wat bestuurswerk doet, in het Waterschap Regge en Dinkel, de Vereniging van Particulier Grondbezit Eigenaars en het Overlegplatform tussen Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Particuliere grondbezitters bijvoorbeeld.

Het particulier bezit van een landgoed heeft lange tijd een negatieve bijklank gehad. De hertogen, graven, jonkheren met hun adellijke bezittingen, daarna de kooplieden met hun buitens en vervolgens de industriëlen met hun landgoederen, met afgunst werd naar de buitenplaatsen van deze rijke bovenlaag gekeken. Maar na de Tweede Wereldoorlog ging het bergafwaarts met de landheren, werd het steeds moeilijker om de bezittingen bij elkaar te houden. De fiscus was fel belust op de eigendommen van de machtigen, het doorgeven van het landgoed aan de kinderen werd onbetaalbaar door de hoge successierechten.

Vandaar dat de regenjassen van de landbaronnen steeds slonziger werden, dat de daken van de kastelen begonnen te lekken, dat de bruine plekken op het kostbare behang gingen overheersen. Uiteindelijk ging de grondbezitter zelf maar met zijn schoffeltje het onkruid in het park om zijn landhuis wieden, aangestaard door zijn verlopen hond en een enkele zielige pauw die met een misplaatste trots zijn verenpracht toonde.

Die sombere tijden voor de particuliere grondbezitters zijn volgens Alf van Heek voorbij. Het imago van de morsige baronnen die geen rooie cent hebben om de kosten van het landbeheer te betalen, kan langzamerhand in de boeken worden bijgezet. ,,Het politieke klimaat was tot, zeg maar, vijftien jaar geleden nog sterk gericht tegen het particuliere grondbezit', zegt Van Heek. In de tijd van polarisatie, van heftige politieke discussies tussen links en rechts was er geen plaats voor de grondbezitter. Hij werd met de nek aangekeken, gehoond om zijn jagershoedje.

Het was de tijd van de 'gekke baron', zegt Van Heek, de tijd dat de landeigenaren bij de overheid overal gesloten deuren vonden. Van Heek haalt herinneringen op van zijn jongste dochter die in die jaren tachtig les kreeg van een leraar in Nijmegen, die in de klas de Sovjet-Unie en het communisme aanprees. Bewonderenswaardig was het, zegt Van Heek, dat de leerlingen zelf in staat waren de uitspraken van de leraar op zijn waarde te beoordelen. Ze wilden niets weten van de onzin die die man uitkraamde.

Eind jaren tachtig, begin jaren negentig kwam de omslag in Nederland, er traden betere tijden aan voor de landeigenaren. De komst van Paars, de val van de Muur, het verdwijnen van de polarisatie in de samenleving, het poldermodel. Het doorgeven van landgoederen aan de kinderen werd voortaan mogelijk zonder dat de belasting al te moeilijk deed met de aanslag. Door allerlei subsidies kan je tegenwoordig 'voor de prijs van een Golfje', aldus Van Heek, landgoedeigenaar worden. Voor 50000 gulden kan je beschikken over vijf hectare bos en mag je jezelf landgoedeigenaar noemen, als je aan de eisen van de Natuurschoonwet van 1928 voldoet.

Volgens de Natuurschoonwet, het plechtanker van de landgoedeigenaren, moet eenderde deel van je land met bos zijn bedekt. Bezoekers moeten vrij kunnen wandelen op het landgoed, een klein deel mag privé-terrein blijven. De open gebieden moeten worden omzoomd met bomen, of met hagen, zoals de buurman van Van Heek dat bijvoorbeeld doet met zijn Engels aandoende landerijen. Naast de successievrijstelling voor de erfgenamen is er nog een korting van 20 procent op de onroerend goedbelasting. Bij het inplanten van dat eenderde deel bos wordt 70 tot 80 procent van de aanleg gesubsidieerd. Ook op andere punten zijn nog veel subsidies te regelen.

Voor boeren die landgoedeigenaar willen worden, vergoedt het Rijk in veel gevallen de waardedaling van de agrarische grond. Ze zullen de bemesting moeten staken. Volgens Van Heek weten veel mensen niet dat het bezitten en beheren van een landgoed eigenlijk niet zo duur meer is. Met hulp van de staat zouden heel wat nieuwe landeigenaren meer natuur en bos kunnen creëren.

Van Heek is zeer te spreken over de hulp van de overheid. Vooral de wat grotere gemeentes zijn behulpzaam. Over Enschede heeft Van Heek ondanks de expansiedrift van de gemeente niets te klagen, integendeel. En de provincie Overijssel ziet de landgoederen zelfs als de parels van het buitengebied. De natuur is aan de winnende hand. Degenen die zorgen voor natuurverbetering kunnen geen kwaad meer doen in de ogen van de bestuurders. Landgoederen worden gekoesterd, mensen komen er op hun vrije dagen wandelen of soms fietsen, kijken hun ogen uit, genieten van de diversiteit van de terreinen. Dat is, zo vindt Van Heek, één van de bijzonderheden van het particuliere grondbezit. Ieder terrein heeft een eigen karakter, is anders, is niet ingericht volgens de vaste normen van bijvoorbeeld Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer.

De eigen vorm van beheer levert verrassende resultaten op. Van Heek houdt er bijvoorbeeld van om de Amerikaanse douglas op zijn terrein te laten staan tussen de dennenbomen. Het frisse groen van deze jonge bomen doet weldadig aan. In de ogen van Natuurmonumenten is de groei van deze boom een gruwel. Particulieren als Alf van Heek besteden grote zorg aan hun eigen gebied, maar doen dat op hun volstrekt eigen manier. ,,De mensen van de grote natuurbeheerorganisaties beweren dat zij professioneel zijn, professioneler dan wij. Wij bestrijden dat', zegt Van Heek.

,,Ik heb hier bijvoorbeeld de natte hei met behulp van loonwerkers afgeplagd tegen de vergrassing. Dat is echt vakwerk. Daardoor is de Moeraswolfsklauw teruggekomen, en het Duivels Naaigaren. De heidevlinder vladdert hier weer rond.' En de vrij zeldzame zandhagedis voelt zich op het landgoed van Van Heek net zo thuis als de salamanders en de talloze kikkers bij de poelen waar het in de zomer een oorverdovend gekwaak zal zijn. De reebokken komen tot vlakbij het huis. Van Heek toont de plekken waar zij zich te slapen leggen, op enkele tientallen meters van de woning.

Van Heek houdt van zijn landgoed, koestert het water, dat in zijn ogen niet schoon genoeg kan zijn. Zorgen maakt hij zich om de eiken. We lopen even door het bos. Daar staan de dode bomen, triest tussen het groene lover. In enkele jaren zijn tientallen eiken eraan gegaan. En het worden er steeds meer door de eikenziekte die uit Duitsland is komen overwaaien. ,,Er is niets aan te doen', zegt Van Heek. ,,Iedere dode eik vervang ik door een zwarte els.' De eikenziekte rukt langzaam op naar het Westen. Dat houdt geen natuurbeheerder tegen.

Deel dit artikel