Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een land moet zonder olie kunnen

Home

door Henriëtte Lakmaker in Pitea

Zweden wil per 2020 onafhankelijk zijn van olie. Reëel of niet, er wordt hard gewerkt aan alternatieven voor dure en vervuilende brandstoffen.

„Het is geen afval. Het is een bijproduct’’, verbetert Rikard Gebart, professor in de hydrodynamica op strenge toon zijn collega Ragnar Tegman. Deze zet uiteen hoe het laboratorium van Energy Technology Centre (ETC) black liquor hergebruikt om de aanpalende papierfabriek van energie te voorzien. De zwarte smurrie (er is geen goed Nederlands woord voor) is een bijproduct in de fabricage van papier en pulp.

Zweden is goed in hergebruik. „Mijn eigen huis, hier vijf kilometer vandaan, gebruikt heet water van de papierfabriek voor verwarming, en dat geldt voor heel Pitea’’, zegt Gebart.

In de strandplaats aan de Botnische Golf staat de „eerste black liquor vergassingsinstallatie op industriële schaal”, aldus Gebart. De enige zelfs, voegt Tegman van het chemisch bedrijf Chemrec er aan toe. Chemrec is mede-ontwikkelaar van het nieuwe proces.

Gebart laat een plastic flesje zien met een zwarte modderachtige substantie die naar zwavel ruikt: black liquor. De grote vergassingstank midden in het laboratorium zet black liquor samen met andere stoffen in gas en chemicaliën om. Uiteindelijk levert het proces de energie uit gas en stoom die de papierfabriek gaande houdt. „Voel”, zegt Tegman, en houdt zijn hand vijf centimeter boven de tank. „Zo heet is het.’’ Op een tafeltje in het lab staat een rijtje glazen flessen met een vloeistof met verschillende tinten van groen tot geel. Dit is black liquor verdund met water, dat aangevuld met andere stoffen moet bijdragen aan het energie-opwekkend proces. Ieder uur analyseren onderzoekers een monster: welke is het meest effectief samengesteld?

Bij het ETC werken pioniers. Een papierfabriek die draait op bio-energie is op zich geen primeur meer, biobrandstoffen leveren eenderde van het energiegebruik in de Zweedse industrie. Maar de vergassingsinstallatie van black liquor in Pitea zou een doorbraak kunnen betekenen, ook voor het energiegebruik voor auto’s.

Gebart acht het ’niet onrealistisch’ als binnen pakweg vijf jaar de eerste ondernemingen zelf hun black liquor gaan produceren. Nu is het nog de overheid die 70 procent van de productie voor haar rekening neemt, de rest komt voor rekening van bedrijven. „Het is op dit moment een Catch 22-situatie: dit chemisch proces werkt, maar het is duur en de risico’s zijn nog hoog. Als je tegen ondernemers zegt: geloof me, die risico’s kunnen we aan en jullie kunnen rustig in ons investeren, beginnen ze te lachen. Eerst willen ze harde feiten zien. Maar daarvoor hebben wij meer geld nodig.’’ Voor productie op commerciële schaal moet ETC de aandeelhouders zien te overtuigen.

Het klimaat is gunstig, in economische zin. Door de stijgende olieprijzen is de belangstelling bij consumenten en producenten voor biobrandstoffen alleen maar gegroeid. De Europese Unie schrijft voor dat voor 2010 5,75 procent van de brandstof ’bio’ moet zijn. Premier Göran Persson wil dat Zweden over 15 jaar onafhankelijk is van olie.

Zweden zoekt al sinds de oliecrisis in 1979 alternatieven voor olie. Fossiele brandstoffen worden zwaar belast, biobrandstoffen als ethanol zijn sinds 2004 belastingvrij en bij alle tankstations verkrijgbaar. Daarom staan de meeste Zweden achter het biobrandstofbeleid. Ook autoproducenten als Volvo en Volkswagen denken, voorzichtig, mee.

Veel onderzoekers zijn bezig met de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen als ethanol, methanol, koolzaad of DME (een biologisch alternatief voor diesel). Nu al tekent zich een competitiestrijd af, met voor- en tegenstanders van bepaalde biobrandstoffen. Gebart kijkt een beetje zuur als het woord ethanol valt – logisch dat het zo’n succes is, zegt hij, het is belastingvrij.

Perssons streven naar olievrije energievoorziening vindt hij niet reëel –- tenminste, tot 2020. Want ooit zal de consument wel degelijk zelf kunnen kiezen welke biobrandstof hij in zijn tank gooit, daar is hij van overtuigd. Of het nu gas, elektriciteit, ethanol of DME is, zegt Gebart: „Het zal zijn als een bar waar je je eigen drankje kiest.’’

Deel dit artikel