Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een katholiek fietst anders dan een protestant

Home

Louise Cornelis

De meest katholieke sport, zo wordt het wielrennen wel getypeerd. Omdat het een spel zou zijn dat niet alleen maar neerkomt op hard rijden. Ook slimheid wordt gevraagd, net als vergevingsgezindheid.

Als komend weekend in Assen de Vuelta van start gaat, is dat niet alleen een Spaanse wielerronde op Nederlands grondgebied, het is ook een katholieke sport op protestantse bodem. Want zo wordt wielrennen wel genoemd: ’de meest katholieke sport’. Waarom eigenlijk? En zegt het iets over de kans op Nederlands succes?

De wielersport is traditioneel vooral groot in katholieke gebieden: in Spanje dus, en in de landen van die andere twee grote wielerrondes, Frankrijk en Italië. In Nederland leeft de sport meer in de katholieke provincies Brabant en Limburg dan in het overwegend protestantse Drenthe. Ook zijn veel renners katholiek, Tourwinnaar Alberto Contador is regelmatig in beeld terwijl hij kruisjes slaat.

De katholieke kerk hield zich in het verleden ook bepaald niet afzijdig van de sport. Tijdens de Tour de France van 1948 kreeg de Italiaanse renner Bartali een telegram met speciale zegen van bisschop Montini, de latere paus Paulus VI. De behoudende katholieke renner Bartali lag bij de kerk beter dan zijn rivaal Coppi, die van communistische sympathieën verdacht werd – Italië was zo kort na de oorlog uiterst verdeeld. Bartali won dat jaar de Tour; de kerk kon de associatie met zo’n grote wielerheld wel gebruiken.

Zulke expliciete steun is nu minder goed voorstelbaar, maar nog steeds gaat bij sommige ’rondjes rond de kerk’ de pastoor vooraf rond met de wijwaterkwast om het peloton te zegenen. En nog steeds zijn er wielerkapellen, zoals de Madonna del Ghisallo aan het Italiaanse Comomeer, waar een eeuwige vlam brandt voor overleden renners.

Toch is dat allemaal niet wat er bedoeld wordt met ’katholieke sport’. „Wielrennen is is de meest katholieke sport omdat je in die sport als in geen andere kunt winnen zonder de beste te zijn”, zegt de voormalige Nederlandse wielerbondscoach Egon van Kessel. „Je kunt bijvoorbeeld, als je merkt dat je niet de sterkste bent, afspraken maken met iemand van een andere ploeg en zo toch winnen. Of, als het je beter uitkomt, die afspraken niet nakomen. Later wordt dat wel een keer verrekend.”

Marc Van den Bossche, filosoof aan de Vrije Universiteit in Brussel, schrijver van het boek ’Wielrennen’ en zelf fervent fietser, heeft zo zijn twijfels bij de benaming ’katholieke sport’. „Je zult die uitspraak in België niet horen. In Nederland is de tegenstelling katholiek-protestants reëler. Dat wielrennen een katholieke sport is, betekent dan dus ook: niet calvinistisch. In België is dat nietszeggend: de protestanten zijn een te kleine minderheid. Maar bovendien: is wielrennen echt zo anders dan andere sporten? En ik vind dat de uitspraak een wat akelig beeld geeft van de katholieke kerk. Alsof je daar mag sjoemelen en er altijd mee wegkomt. Ik denk aan de schandalen met priesters die zich vergrijpen. Hypocrisie is toch niet de essentie van het katholicisme?”

Van Kessel bedoelt het niet zo negatief, zegt hij. „Ik ben zelf praktiserend katholiek, en heb de mildheid en warmte van het katholicisme altijd als prettig ervaren. Het is menselijk om fouten te maken, en die worden je nog tijdens je leven vergeven. Daar is een recept voor: je biecht, doet daarna penitentie in de vorm van een paar onzevaders, en je kunt verder. Dat is geen akelig gesjoemel maar vergiffenis in de praktijk. En precies zo gaat het in de wielersport. Het is een spel, dat niet alleen maar neerkomt op hard rijden, maar dat ook slimheid vraagt, mentale meedogenloosheid. En vergevingsgezindheid. Nederlanders hebben daar moeite mee. De Nederlandse aard is zakelijker, rechtlijniger, hooghartiger, meer overtuigd van het eigen gelijk. Daarmee kom je er niet in het wielrennen.”

De vergevingsgezindheid van wielrennen reikt ver. Veel wielerliefhebbers vergeven renners zelfs dopinggebruik. Wijlen Marco Pantani wordt in zijn eigen Italië als een heilige vereerd, ook al is inmiddels bekend dat zijn grootse prestaties in de jaren negentig (onder meer winst in de rondes van Italië en Frankrijk) op het verboden middel epo gebaseerd waren. De tolerantie voor doping is echter sterk aan het verminderen. De jacht op dopingzondaars is de afgelopen tien jaar steeds intensiever geworden, iets wat wel in verband wordt gebracht met de opkomst van wielrennen in protestantse landen als Amerika en Duitsland. Wordt het wielrennen inderdaad minder katholiek?

„Nee”, zegt Van den Bossche. „Doping is zo’n probleem omdat het vloekt met ons beeld van sport. Sport is zuiver en mooi, een manier om aan jezelf te werken en een beter mens te worden. Daar past doping niet in, heeft er nooit in gepast.

„Wat onder invloed van de commercie verandert, is de media-aandacht voor de misstappen van sporters, en ook voor hun extravagante levensstijl. Ik wist vroeger niet in wat voor auto Eddy Merckx reed. Maar de Lamborghini van Tom Boonen komt tegenwoordig breeduit in de pers, net als zijn cocaïnegebruik. Daar vallen mensen over, ook in het katholieke België.”

„Doping is gewoon over de grens”, zegt Van Kessel. „Dat kan echt niet. Dankzij de strenge controles is het nu echt heel anders dan in de jaren negentig. Ik geloof weer in wat ik zie.”

En dus gelooft Van Kessel ook niet dat Nederlands succes nu al zo lang uitblijft omdat ’wij’ niet gebruiken en ’zij’ wel. „Dat is een excuus. De werkelijke oorzaak van de tegenvallende Nederlandse prestaties zit veel dieper: in onze structuren voor de sport en in onze cultuur. Denken dat succes in het wielrennen vanzelf komt als je maar een grote zak met geld meebrengt, is te gemakkelijk. Veel talent loopt bij ons dood. In het verleden zijn er periodes geweest dat het wel goed ging, zoals in de jaren vijftig, met renners als Wim van Est en Wout Wagtmans – allebei Brabanders en katholiek. En in Duitsland en Amerika, die protestantse landen waar het wielrennen groeit, staan katholieke Belgische ploegleiders aan het roer.”

De Nederlandse hoop voor de Vuelta is dezer dagen Robert Gesink, afkomstig uit de Achterhoek. Zou hij verder komen als hij uit Limburg of Brabant kwam en katholiek was? Nee, denkt oud-coach Van Kessel. „Het gaat niet zozeer om de individuele renners. Dat zijn jonge kerels, die moeten en kunnen gewoon goed opgeleid worden. Door ploegleiders die de sport snappen en binnen een structuur die past bij de wielercultuur. Maar dat ligt bij ons nou eenmaal minder voor de hand dan in België of Spanje.”

Filosoof Van den Bossche: „Culturele factoren zoals een kerkelijke achtergrond bepalen ons zeer, dus het zou goed kunnen dat een katholiek anders fietst dan een protestant, zeker in geval van een ’zware’ achtergrond. Sportbeoefening is dan problematisch, want het lichaam wordt gezien als zondig, als mogelijke bron van genot. Sporten houdt je maar weg van de essentie: het geestelijke, contact met God. Tenzij je het doet om je lichaam te disciplineren, te kastijden – iets waar een zware duursport zich goed voor leent.”

Zo is wielrennen in het verleden wel door de katholieke kerk gepromoot als middel om de driften van jonge mannen te beteugelen.

Egon van Kessel: „Twee Nederlanders hebben ooit de Tour de France gewonnen, Jan Janssen en Joop Zoetemelk. Zij zijn allebei katholiek. Dat is geen toeval.”

Lees verder na de advertentie
(\N)

Deel dit artikel