Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een jaar later is er nog nauwelijks een huis hersteld

Home

IRIS LUDEKER en REDACTIE BUITENLAND

Waarom lukt het maar niet met de hulpverlening?

Precies een jaar geleden werd Nepal getroffen door een aardbeving die aan bijna negenduizend mensen het leven kostte. Maar dat was nog maar het begin van de ellende. Na de natuurramp kwam de politieke chaos, en daarna een door mensenhanden gecreëerde ramp. Resultaat: een jaar na dato is er van wederopbouw nog vrijwel niets gekomen.

Deepak Raj Sapkota moet zelfs een beetje lachen om de vraag hoeveel van de 600.000 ingestorte woningen inmiddels herbouwd zijn. "Minder dan 1 procent", zegt de voorzitter van Karuna Foundation, een vanuit Nederland gesteunde hulporganisatie die zich richt op gehandicapten in Nepal. "De mensen die getroffen zijn, wonen vaak in afgelegen gebieden, ze zijn arm, ze hebben geen geld om hun huis te herbouwen." Maar er is ook geen materiaal beschikbaar, stelt hij, transport is een probleem, en de informatie van de overheid is niet altijd even duidelijk.

Sapkota, die onlangs in Nederland was, legt uit dat de aandacht voor de wederopbouw - na de eerste maanden waarin hulpgoederen in overdaad het land binnenstroomden - in de loop van de tijd verslapte. Eerst was er politiek gedoe rondom een nieuwe grondwet en de daaropvolgende aanstelling van een nieuwe regering. De Nationale Wederopbouw Autoriteit, opgericht om de wederopbouw te coördineren en de zes miljard dollar aan internationale hulp te verdelen, kon daardoor maandenlang niet aan de slag.

Daar kwam vervolgens een grensblokkade met India overheen, door etnische groepen die zich niet konden vinden in de nieuwe grondwet (en die steun kregen van India, stelt Sapkota). "In het begin voelde men de politieke urgentie om de wederopbouw aan te pakken", zegt Sapkota. "Maar toen de blokkade kwam, verdween die aandacht omdat de impact van de blokkade groter was dan die van de aardbeving. De beving vond plaats in veertien van de 75 districten van Nepal, de blokkade trof iedereen."

Maandenlang lag de import vanuit en via India stil, benzine en brandstof om te koken, raakten op. Ook het transport van bouwmaterialen stopte. "Dat was al erg, maar het zorgde er ook voor dat er minder aandacht was voor aardbevingsslachtoffers. Het was een nieuwe ramp, dit keer door mensen gecreeerd." Ook nu de blokkade is opgeheven, zijn er nog tekorten. Gestegen prijzen zijn nog niet naar hun oorspronkelijke niveau gezakt.

Toch wil Sapkota niet al te streng oordelen over de Nepalese politici. De wederopbouw is een enorm project, stelt hij, en er moet consensus zijn tussen veel verschillende actoren. "We moesten erachter komen hoe we dit megaproject gingen aanpakken. De intenties van de overheid zijn goed, maar ze weet niet altijd goed wat de beste aanpak is."

Zo is er momenteel veel verwarring over de financiële steun die slachtoffers van de aardbeving kunnen krijgen. Al vlak na de beving ging het mis toen hun 15.000 roepies was toegezegd (circa 120 euro). "Het duurde lang voordat ze dat kregen, omdat er bijvoorbeeld niet in elk dorp een bank is, en ook omdat er geen goed overzicht was van de getroffen mensen."

Nu hebben slachtoffers recht op nog eens 200.000 roepies (1900 euro) en daarnaast een lening van 300.000 roepies. Maar weer loopt er van alles fout. De uitbetaling laat op zich wachten, de voorwaarden om in aanmerking te komen zijn in mist gehuld, en er gaan geruchten dat mensen die alvast op eigen houtje of in samenwerking met hulporganisaties gaan bouwen, naar hun geld kunnen fluiten.

Zodoende wacht iedereen op iedereen en wonen naar schatting van het Rode Kruis nog altijd zo'n vier miljoen mensen niet in hun eigen huis. Ze worden niet meer allemaal in de stad opgevangen, zoals voorheen, maar dicht bij of in hun getroffen dorpen - "in de hoop dat de wederopbouw van huizen en de lokale economie snel op gang komt", aldus Sapkota.

Maar, waarschuwt hij, zo snel zal dat niet gaan. "Als iedereen tegelijk gaat bouwen, heb je enorm veel materiaal en mensen nodig. Dat gaat niet in één keer."

Lees verder na de advertentie

Lessen van de hulpverlening na de beving

Vlak na de aardbeving bouwde Deepak Raj Sapkota zijn stichting Karuna razendsnel om tot een noodhulporganisatie, die slachtoffers van de beving eerste hulp bood. Zodoende zag hij ook alle dingen die in het begin misgingen. "In de eerste plaats is onze overheid zwak. Ze kon de hulp niet goed controleren en faciliteren. Er was nauwelijks informatie over wie wat waar deed."

Het systeem dat er was, werkte niet geweldig, aldus Sapkota. "Elk dorp kreeg twee, drie ngo's toegewezen, en die kregen een vergunning om daar actief te zijn. Wij waren met Karuna te laat, dus ik zocht contact met de organisaties die wél een vergunning hadden. Toen kwamen we erachter dat sommige ngo's in vergunningen grossierden omdat ze op die manier makkelijker donorgelden binnen konden halen."

Daarnaast kwamen er allerlei clubs binnen die geen idee hadden van geografische omstandigheden van het land. "Soms moet je in Nepal drie dagen lopen om een dorp te bereiken. Dan kregen mensen voorraden voor drie dagen mee. Help je dan, of ben je mensen eigenlijk alleen aan het pesten? Geef ze dan in ieder geval een voorraad voor twee weken mee."

Los van deze praktische zaken vindt Sapkota dat (internationale) hulporganisaties in algemene zin een te groot stempel drukken op zijn land, en de overheid verdrukken. "Door de overheid zwak te maken, kun je nooit een land runnen. Wij, de ngo's, zijn soms net een parallelle regering - ondanks onze goede intenties bemoeien we ons te veel, op een negatieve manier. Er zou geen competitie moeten zijn met de overheid, we zijn complementair."

Giro 555

De Samenwerkende Hulporganisaties (SHO, elf grote ontwikkelingsorganisaties, ook wel bekend als Giro 555) zamelden in de maanden na de aardbeving ruim 25 miljoen euro in voor humanitaire hulp aan Nepal. Uit een zaterdag verschenen tussenrapport blijkt dat er tot 31 januari van dat bedrag 61 procent is uitgegeven, vooral aan directe noodhulp (tenten, dekens, vaccinaties, sanitaire voorzieningen). Ook de SHO stellen vast dat de wederopbouw door allerlei tegenslagen en een chaotische overheid maar moeizaam op gang komt. De overige 39 procent van het geld moet voor 31 december 2017 besteed zijn.

Deel dit artikel