Een grap? Te gevaarlijk

home

SOFIE MESSEMAN

Volgens de Tsjechische romancier Milan Kundera is het leven alleen draaglijk als je het met humor beziet. Maar durven we dat nog?

Nadat Milan Kundera in 2002 zijn laatste grote roman ('Onwetendheid') had gepubliceerd, trok hij zich als romanschrijver terug om zijn verzameld werk voor de beroemde Franse Pléiade-reeks te redigeren. Niemand had verwacht dat de Tsjech met Franse nationaliteit nog met iets nieuws zou uitpakken. Maar in 2013 kwam er totaal onaangekondigd een nieuwe roman: 'La fête de l'insignifiance'.

'Het feest der onbeduidendheid' is een heel merkwaardig boek. Het is een korte fantasie zonder veel plot, die kan gelden als een staalkaart van de romanopvattingen die Kundera heeft opgetekend in zijn lijvige essaybundel 'Over de romankunst'.

Voor Kundera is een roman 'het onderzoek naar het menselijke leven in de val die de wereld is geworden': we worden geboren zonder dat we daarvoor hebben gekozen, in een lichaam dat misschien wel niet bij ons past en we zijn gedoemd om te sterven.

Die gedachte resoneert in 'Het feest der onbeduidendheid', als de dode moeder van Alain aan hem verschijnt en fulmineert over de mensenrechten: "Minstens de helft van de mensen die je ziet zijn lelijk. Lelijk zijn, valt dat ook onder de mensenrechten? En weet je wat het is om je lelijkheid je hele leven met je mee te dragen? Zonder te mogen uitrusten? En ook je geslacht heb je niet gekozen. De kleur van je ogen niet. Je eeuw niet. Je land niet. Je moeder niet. Niks van wat echt telt."

In zijn romans wil Kundera niets minder dan de existentiële menselijke ervaring verkennen. Daarom worden zijn boeken niet zozeer bijeengehouden door een plot of intrige, maar door een thema dat in al zijn facetten wordt verkend. In zijn jongste roman is dat thema 'de onbeduidendheid'. Dat is 'de essentie van het bestaan', aldus Ramon. "Ze is overal en altijd bij ons. Ze is zelfs daar waar niemand haar kan zien: in gruwelen, in bloedige gevechten, in de vreselijkste rampen. Het vereist vaak moed om haar in zulke dramatische omstandigheden te herkennen en haar bij naam te noemen. Maar we moeten de onbeduidendheid niet alleen herkennen, we moeten van haar houden."

'Het feest der onbeduidendheid' voert vier vrienden op: Alain, Ramon, Charles en Caliban. Ze ontmoeten elkaar nu eens in de Jardin du Luxembourg in Parijs, dan weer op een cocktailparty, waar ze wat praten en dan weer verdwijnen, alsof ze een toneelscène onverhoeds verlaten. In 'Over de romankunst' zegt Kundera geen voorstander te zijn van een 'uitgebreide biografische achtergrond' voor zijn personages. De biografie doet er enkel toe voor zover ze betekenis heeft in de roman.

Daarom leren we over Alain alleen dat hij geobsedeerd is door zijn moeder die hem als baby heeft verlaten. Over Ramon weten we slechts dat hij interesse heeft voor kunst, maar afhaakt als hij de lange rijen voor een Chagall-tentoonstelling ziet.

Charles wordt geïntroduceerd als een figuur die cocktailparty's verzorgt en zich verdiept in de 'Memoires' van Chroesjtsjov. En Caliban is een werkloze acteur die wat bijverdient door samen met Charles op te treden als kelner, voor de grap in de vermomming van een vreemdeling die een zelfverzonnen taal spreekt.

Net als in zijn eerdere roman 'De grap' speelt humor een centrale rol in 'Het feest der onbeduidendheid'. In 'Over de romankunst' omschrijft Kundera humor als "de goddelijke bliksem die de wereld onthult in zijn morele dubbelzinnigheid en de mens in zijn diepgaande onvermogen om te oordelen over de anderen". Daar recht tegenover staat het door Rabelais gemunte neologisme 'agelaste' voor iemand die geen enkel gevoel voor humor heeft. Zo iemand die zeker weet dat "de waarheid duidelijk is, dat alle mensen hetzelfde moeten denken en dat hij zelf precies is wat hij denkt te zijn".

In 'Het feest der onbeduidendheid' opent Kundera alle registers van de ironie en de humor. Uitermate grotesk is de scène waarin Kundera het nevenpersonage d'Ardelo, die net van de dokter heeft gehoord dat hij géén kanker heeft, alsnog tegenover anderen laat verkondigen dat hij doodziek is, terwijl hij bedenkt: "Was de kracht van zijn karakter niet zwaar op de proef gesteld? Zelfs nu het een simpele herinnering was geworden, bleef de kanker hem gezelschap houden als het licht van een klein gloeilampje dat hem op raadselachtige wijze in verrukking bracht."

Cryptische grap, in het boek telkens herhaald, is die over Stalin en de 24 patrijzen, die Charles heeft gelezen in de 'Memoires' van Chroesjtsjov. Na afloop van een partijvergadering zou Stalin ooit hebben verteld dat hij eens op jacht ging en 24 patrijzen zag, terwijl hij slechts 12 kogels had. Hij schoot 12 patrijzen dood, skiede 13 kilometer terug naar huis om meer kogels te halen, en toen hij terugkwam, 'zaten de patrijzen nog precies op dezelfde plaats'. Dit bizarre verhaal leidde tot grote opschudding onder de aanwezigen: Stalin had gelogen. Kundera's verklaring is dat Stalin een grap probeerde te vertellen. Alleen werd die in deze angstige omgeving niet herkend. In zo'n context durf je niet meer te lachen.

Van de vier 'helden', zoals Kundera zijn personages ironisch noemt, benadert Ramon wellicht het meest de houding van geamuseerdheid omwille van de menselijke onbenulligheid. Geregeld verschijnt een glimlach op zijn gezicht bij het zien van een al te menselijk tafereel. "Alleen vanaf de toppen van een eindeloos goed humeur kun je beneden in de diepte de eeuwige domheid van de mensen observeren en erom lachen", aldus Ramon in navolging van Hegel.

In die houding weerklinkt overigens de 'brave soldaat Švejk' van de door Kundera hevig bewonderde landgenoot-schrijver Hašek. Volgens Kundera ontdekt Švejk geen enkele zin in de heersende orde. "Hij vermaakt zich, hij vermaakt de anderen en door zijn excessieve conformisme maakt hij van de wereld één geweldige grap."

'Het feest der onbeduidendheid' is niet Kundera's toegankelijkste roman. Het is veeleer een kleinood waarin de meester toont hoe een roman volgens de puurste kunderiaanse principes er uit kan zien, vol cryptische grappen en groteske fratsen, die je in al hun onvoorspelbaarheid blijven meeslepen. Althans, voor wie openstaat voor die rare ruimte van de roman, waarin alle menselijke mogelijkheden mogen worden verkend.

Milan Kundera: Het feest der onbeduidendheid. (La fête de l'insignifiance). Vertaald door Martin de Haan. Ambo/Anthos; 107 blz. euro 14,99

Milan Kundera: Over de romankunst

( l'Art du roman, Les testaments trahis, Le rideau, Une rencontre). Vertaald door resp. Ernst van Altena, Piet Meeuse, Martin de Haan. Ambo; 593 blz. euro 49,95

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie