Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een fantaste schrijft geschiedenis - deining rond een proefschrift

Home

G.J.H. PEETERS

Dat waarnemend hoofdredacteur Carel Peeters zó snel na het verscheiden van Joop van Tijn zijn stempel op het blad Vrij Nederland zou drukken had waarschijnlijk niemand verwacht, maar op een kille 1 november was het zover: een (on)frisse wind giert door de burelen: Regina Grüter publiceert een - in de derde persoon geschreven - artikel in Vrij Nederland n.a.v. haar promotie en het verschijnen van haar boek over de affaires rond Friedrich (Freek) Weinreb.

Wordt hier een toneelstuk à la 'Emily' opgevoerd? Een 'necrofiele histo(e)rica' promoveert negen jaar na het overlijden van slachtoffer/dader Weinreb tot 'pseudo-psychiatrice': haar promotor spreekt tijdens de promotie te Leiden zijn bewondering uit voor het feit “dat zij gedurende de negen jaren die zij aan dit 'historische' onderzoek besteedde ook nog tijd heeft gevonden een half jaar lang een aantal colleges op psychiatrisch en psychologisch gebied te volgen.”

Dat is ongetwijfeld voldoende voorbereiding voor een optreden bij een kerkelijke rechtbank, en mogelijk ook daar waar zij voor eigen parochie spreekt, maar voor u, mij en hopelijk ook de rest van Nederland - mogelijk zelfs VN-lezers - zijn de tien tot veertien jaar studie die alle anderen ervoor nodig hebben om zich als psychiater te kwalificeren een minimumvoorwaarde om 'psychiatrische kwalificaties' meer of minder serieus te nemen.

Door dergelijke pietluttige overwegingen geenszins geremd constateert dr. Grüter maar liefst negentien 'psychiatrische' ziektebeelden c.q. kwalificaties bij de dode Weinreb: afweer door vlucht in fantasie, grootheidswaanzin, geldingsdrang, behoefte aan erkenning, behoefte aan bewieroking, behoefte macht uit te oefenen, behoefte te manipuleren, wonderrebbe willen zijn, heilbrenger willen zijn, pseudo-arts zijn, sadistische neigingen, behoefte op groter voet te leven dan hij kon, zwendel, verslaafd aan fantaseren, snoeplust, paranoia, vijandschap, wrok, een gebrekkige gewetensfunctie.

Alleen de kwalificatie 'jood' lijkt hier te ontbreken! Maar deze term dook al eerder op in een nieuwsartikel over haar promotieonderzoek in NRC-handelsblad van 30 oktober jl. waarin sprake is van 'de jood Weinreb'. Mogelijk op gezag van mevrouw Grüter worden in dit artikel ook pertinente leugens afgedrukt:

- Weinreb heeft nooit beweerd dat zijn lijst (sperre) 'goedgekeurd was door de SS' zoals in de NRC te lezen was, doch dat hij opereerde onder fiat van een - door hem verzonnen - generaal, Herbert Joachim von Schuman, werkzaam bij het Duitse oberkommando der Wehrmacht in Berlijn; daarmee speculerend op vrees voor interne conflicten binnen de Duitse gelederen.

- In tegenstelling tot wat in dit artikel geschreven staat heeft Weinreb bij voortduring en veelvuldig te kennen gegeven aan lijstdeelnemers en gegadigden dat zijn 'sperre' géén garantie tegen deportatie bood, hoogstens uitstel opleverde, en raadde hen aan onder te duiken of naar onbezet gebied te vluchten, waarbij hij waar nodig en mogelijk hielp met onderduikadressen, valse papieren en geld; inderdaad: afkomstig van inschrijfgelden. Voornamelijk op grond hiervan is Weinreb in 1947 en 1948 veroordeeld: hij had deze gelden volgens de rechters voor dit doel niet mogen aanwenden!

- Wat betreft 'zijn hachje en dat van zijn gezin' (zoals in de NRC omschreven wordt): die heeft Weinreb tot het allerlaatste moment op het spel gezet om zijn 'sperre' in stand te houden. Naar zijn overtuiging was iedere dag leven van onschatbare waarde voor hen die zonder deze 'sperre' ongetwijfeld eerder naar Auschwitz zouden zijn getransporteerd. Bijna 1 500 mensen hebben dankzij de 'Weinreb-sperre' Kerstmis 1943 en Nieuwjaar 1944 nog in Westerbork beleefd en een aantal kwam door deze 'vertraging' terecht in kampen waar het beter overleven bleek.

De 'Weinreb-sperre' werd door de Duitsers ongeldig verklaard op 8 februari 1944, maar gelukkig zijn er veel positieve verklaringen van overlevenden m.b.t. Weinrebs activiteiten. Een aantal daarvan is te lezen in deel 3 van 'Collaboratie en verzet', pagina 1911 t/m 1926. Maar deze getuigen zijn door dr. Grüter 'besmet' verklaard!

- Geheel in tegenstelling tot wat in het artikel in de NRC beweerd wordt, stelde J. Presser Weinrebs handelwijze in zijn werk 'Ondergang' niet aan de kaak; integendeel: hij wijdde negen pagina's - die overigens zonder overleg met of toestemming van de auteur door L. de Jong uit de internationale (Engelstalige) editie werden geschrapt - aan de Weinreb-lijsten, en kwam tot een positief oordeel m.b.t. diens handelen. Presser concludeerde dat Weinreb tot zondebok was verklaard door tekortschietende (een heimelijk schuldbewuste? G. P.) Nederlanders, en - zoals hij er later aan toevoegde - joden.

Maar Weinreb was - volgens Grüter - niet alleen psychiatrisch patiënt, hij was ook een berekenende bedrieger en een chanteur: een bedrieger: bewezen geacht in 1947 en 1948, een chanteur: zoals zij zal aantonen, en berekenend want zeer intelligent. Maar dat is geen ziekte, want dat is mevrouw Grüter ook, meer nog: door Weinreb post mortem te ontmaskeren is zij nu een échte doctor!

Maar als dokter is zij een fantaste. En hopelijk wordt zij door niemand geloofd “omdat zij in het bezit is van een dr. titel” om Henriëtte Boas te parafraseren. De bron voor deze - 'pathologische'? - behoefte Weinreb te 'psychiatriseren' blijkt bij ene drs. A. J. van der Leeuw te vinden, die op zijn beurt zijn inspiratie ontleende aan prof. dr. Rümke: hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Utrecht, die in de oorlog zowel hoge Nederlandse Nazi's behandelde als gearresteerde 'verzetsmensen' krankzinnig verklaarde voor Duitse rechtbanken.

In diens ruime en gerieflijke huis zat A. J. van der Leeuw tijdens de oorlog ondergedoken, en pleegde hij 'verzet'. Dit feit kon niet voorkomen dat prof. dr. Rümke bij de na-oorlogse 'zuivering' van de Universiteit van Utrecht een berisping kreeg - en deswege ontslag nam -, ondanks ook zijn vriendschap met de voor de zuiveringen verantwoordelijke minister Van der Leeuw.

Inderdaad, de vader van drs. A. J. van der Leeuw: mede-auteur van het Weinreb-rapport, en blijkbaar ook zeer betrokken bij de totstandkoming van het proefschrift van mevrouw Grüter. Het is nog te vroeg om tot een oordeel te komen omtrent de validiteit en geloofwaardigheid van dr. Grüters werk als historica, maar het verdient ongetwijfeld een kritischer toetsing dan het Weinreb-rapport tot op heden kreeg, alsook dan die welke haar ten deel viel van de zijde van haar 'hooggeleerde opponenten' bij de verdediging van haar dissertatie, waaronder - jawel - drs. A. J. van der Leeuw, maar ook dr. J. H. C. Blom, de huidige directeur van het Riod.

Het zij opgemerkt dat mevrouw Grüter bij de beantwoording van de vragen van de heren (en één dame) de woorden 'hooggeleerde opponent' soms slechts met de grootste moeite over de lippen kreeg.

Mij lukt dat met betrekking tot dr. Grüter in het geheel niet; zij lijkt mij eerder een wetenschappelijke canard!

Maar dat heeft Carel Peeters niet geroken.

Deel dit artikel