Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een eeuw opgewekt doorzetten

Home

Joost van Kasteren

Vrouwelijke aankomende ingenieurs mochten in het begin tijdens hun stage nergens aan komen. Vandaag viert de Delftsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging het eeuwfeest. De eerste vrouwelijke ingenieur die in Delft afstudeerde, in juni 1904, was een scheikundige, Marie Bes.

,,Voor haar studeerden er wel vrouwen aan de Polytechnische School, maar die volgden meestal maar een of enkele vakken, zoals handtekenen”, vertelt Rita Blom-Fuhri Snethlage, die in 1942 met haar studie Scheikundige Technologie begon. Marie Bes en haar twee collega's waren de eersten die een volledige opleiding volgden. Een van de drie, Suze van Hoytema, mocht geen examens doen, omdat zij slechts de 'meisjes-HBS' had gedaan en dat gold als onvoldoende vooropleiding.

Een paar maanden na het afstuderen van Marie Bes werd de Delftsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging (DVSV) opgericht. Vandaag precies een eeuw geleden. Het was de toenmalige koningin Wilhelmina helemaal ontgaan dat er in Delft ook wel eens een vrouw studeerde. Toen de Polytechnische School in 1905 de status van Technische Hogeschool kreeg sprak koningin Wilhelmina de hoop uit dat deze bevorderlijk zou zijn ,,voor het wetenschappelijk onderzoek en de diepe studiën, welke mannen vormen, in ruime mate bijdragend tot den bloei van ons Vaderland op wetenschappelijk en stoffelijk gebied”.

Vrouwelijke studenten hadden het niet makkelijk in het mannenbolwerk Delft. In de oude almanakken van de Delftsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging is de toon weliswaar opgewekt, maar tussen de regels door blijkt dat het een opgave was om een uitzondering te vormen. Zo draaiden tientallen jongenshoofden zich om als de hoogleraar zijn college voor de verandering een keer begon met 'Mejuffrouw, Mijne Heren'. Ook gingen mannelijke collega's altijd een heel eind van vrouwelijke studenten af zitten, ,,alsof je een besmettelijke ziekte had”. En altijd hadden de studentes de zorg om hun goede naam, die hen er zelfs van weerhield om uit het raam van de sociëteit naar beneden te kijken.

Hoewel niet zo zichtbaar, leverden de vrouwelijke ingenieurs indertijd wel degelijk een bijdrage aan de emancipatie, stelt Rita Blom. Niet zozeer via praatgroepen, maar door als vrouw iets toe te voegen aan functies die traditioneel door mannen werden ingenomen. Uit een gedenkboek, uitgegeven ter gelegenheid van het 90jarig bestaan van de DVSV blijkt dat werkgevers enige huiver hadden om vrouwen aan te nemen, al was het maar voor een stage. Zo mocht de eerst afgestudeerde werktuigbouwkundige tijdens haar stage bij machinefabriek Stork nergens aankomen. Tot in de jaren zeventig was het vrouwelijke mijningenieurs verboden om in ons land in een mijn af te dalen. Toen het verbod in 1974 werd opgeheven, werd ook net de laatste mijn gesloten.

Een carrière als vrouwelijk ingenieur was tot ver in de jaren dertig alleen mogelijk voor ongehuwden. Hoewel ze niet mochten werken, bleven de getrouwde ingenieurs vaak maatschappelijk actief. Bijvoorbeeld met het geven van bijlessen of met invalbeurten in het middelbaar onderwijs. Opmerkelijk is de bijverdienste van de eerste vrouwelijke werktuigbouwkundige Stanny Koopman, die in de jaren twintig in Nederlands-Indië knippatronen maakte voor een damesblad. Een activiteit waarbij ze naar eigen zeggen veel plezier had van haar kennis van de beschrijvende meetkunde. Ook als je, als 'mejuffrouw', wel mocht werken, lagen de banen niet voor het opscheppen. En in tijden van crisis vlogen de vrouwen er als eerste uit, met het argument dat ze toch geen gezin hadden om voor te zorgen.

Tot in de jaren twintig van de vorige eeuw nam het aantal meisjesstudenten in Delft gestaag toe tot meer dan 120. Daarna zakt de belangstelling in, vooral omdat het vanaf 1929 mogelijk werd om met het HBS-diploma aan een 'echte' universiteit te studeren. Tot halverwege de jaren zestig studeerden er elk jaar minder dan honderd vrouwen in Delft. Ook bij de andere Technische Hogescholen, die van Eindhoven en Twente studeerden vrijwel geen meisjes. Op de gloednieuwe campus van Twente werden in het begin van de jaren zestig zelfs geen kamers voor meisjes gepland. De enkele vrouw die zich meldde moest maar een kamer in de stad zoeken.

Pas in 1965 beginnen de aantallen meisjes weer op te lopen. Inmiddels studeren er in Delft een kleine 3 000 vrouwen (17 procent) en in Eindhoven 1 164 (16 procent van het totaal). De Universiteit Twente is inmiddels zo geemancipeerd dat het aantal vrouwen niet meer wordt bijgehouden. Staatssecretaris van Economische Zaken, ir. Karien van Gennip (Technische Natuurkunde, Delft 1993) zou echter graag zien dat er nog meer meisjes techniek gaan studeren. ,,Niet alleen omdat het interessant en uitdagend is en goed voor je carrière. Het is vooral goed voor de techniek, omdat meisjes meer oog hebben voor het vernieuwen van producten door ze gebruikersvriendelijker te maken.” Zelf is ze naar Delft gegaan omdat ambitie daar wordt gestimuleerd. ,,Slimheid is daar een pré en ik voelde me in dat klimaat echt thuis. Helaas ben je in Nederland nog steeds een 'nerd' - ook als meisje - als je op verjaardagen vertelt over een door jou ontworpen softwareprogramma.”

Daar moet wat aan gebeuren vinden ook de oud-leden van de in 1976 opgeheven Delftsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging. Ze hebben een fonds in het leven geroepen voor het aantrekken en belonen van 'studentambassadrices': meisjesstudenten die op middelbare scholen gaan vertellen dat een techniekstudie ook voor meisjes interessant is. Rita Blom: ,,Op die manier hopen we een groep van 25 studentambassadrices te vormen.”

Deel dit artikel