Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een deken van zwijgen

Home

JOOP BOUMA

Ruim een halve eeuw spraken de nabestaanden niet over de moord in 1944 op de Groningse verzetsman Jan Smallenbroek. De kleinkinderen namen daar echter geen genoegen mee.

'Je denkt, 66 jaar na dato, nu moet het toch wel eens over zijn? Nou, zo werkt het dus niet", zegt Jan Smallenbroek, gepensioneerd verkoopleider van een tapijtfabriek.

Op 22 september 1944, Jan was een baby van net twee weken, werd zijn vader door Landwachters opgehaald. Drie dagen later werd hij vermoord in Westerbork. Ruim vijftig jaar lag er in zijn familie een deken van zwijgen over de gewelddadige dood van Jan Smallenbroek. Thuis sprak zijn moeder niet over wat er in september 1944 was gebeurd met de toen 30-jarige verzetsman uit Groningen. "Nooit. Mijn moeder kón het niet. Haar verdriet was te groot. Ze zei: jullie vader was een edel mens. En dan sloeg ze dicht. Rond Dodenherdenking verstopte ze zich. Vooral voor haar eigen gevoelens."

Zoon Jan en zijn drie jaar oudere zus Alie legden zich bij het onvermijdelijke neer. Ze wisten dat ze hun moeder verdriet deden als ze het pijnlijke onderwerp aansneden. De kinderen wilden haar niet kwetsen. En dus zwegen ook zij. Net zoals er in de klas op school werd gezwegen, een hele jeugd lang bleef de dood van vader onaangeroerd. Niemand sprak over het oorlogsleed. Het was gebeurd, Nederland moest weer worden opgebouwd.

En Jan ging keihard werken en maakte carrière bij een tapijtfabriek.

Hij heeft altijd begrip gehad voor het peilloze verdriet van zijn moeder. "Ze was 34 jaar, net bevallen van haar tweede kind. Ze had nog kraamhulp. En dan wordt je man vermoord. Dan blijf je over met twee kinderen. Ze heeft vreselijk veel verdriet gehad."

De kinderen gingen al vrij snel na de oorlog naar de jaarlijkse Dodenherdenking in Westerbork. Moeder bleef altijd thuis. "Ze heeft uiteindelijk wel veel hulp gehad van de stichting 1940-1945. Ik ook trouwens."

Pas in 1996, het jaar dat moeder op 86-jarige leeftijd overleed - altijd weduwe gebleven - pas toen brak er ineens iets bij Jan Smallenbroek. Zijn vrouw Marry: "Achteraf zeggen we, toen Jans moeder overleed, hebben we ook zijn vader begraven. Toen pas kwamen de emoties los."

Hij: "Altijd maar alles weggestopt. Als kind verslond ik alles wat ik kon vinden over de oorlog. Daarna kon ik het niet meer zien, van toen af ben ik het onderwerp uit de weg gegaan. Het was een heftige periode." Marry: "Als we fietstochten maakten en per ongeluk in de buurt van Westerbork kwamen, dan begon hij te huilen en kon niet meer stoppen met huilen."

Hij wil het verhaal nu kwijt. In deze meidagen worden de oorlogsdoden herdacht, hij wil duidelijk maken dat het oorlogsleed niet vervaagt binnen één generatie. Ook zijn zonen dragen de last met zich mee. "Ik heb geen vader gehad, maar zij hebben nooit een opa gehad, mijn vrouw heeft nooit een schoonvader gehad. Ik heb mijn kinderen niet kunnen leren hoe je een stropdas strikt of een fietsband plakt, want ik had geen vader die het voordeed. Hele simpele dingen. Ik heb geen vader gehad die met me voetbalde of ravotte. Ik had een moeder die er niet over wilde praten en nog jarenlang doodsbang was, 's avonds onder de bedden keek. Daar krijg je als kind een tik van mee."

Maar er speelt nog iets anders: in Ingolstadt in het Duitse Beieren loopt de man vrij rond die hoogstwaarschijnlijk nauw betrokken was bij de liquidatie van zijn vader: Klaas Carel Faber (89), de voormalige SS'er die in 1947 tot de doodstraf werd veroordeeld voor het medeplegen van 22 moorden. De straf werd een jaar later omgezet in levenslang. Maar Faber ontliep zijn straf door tijdens de kerstdagen van 1952 met andere SS'ers te ontsnappen uit de Koepelgevangenis in Breda en is sindsdien vrij man. Eind 2010 is er een Europees arrestatiebevel uitgevaardigd tegen Faber, maar er zit geen schot in de zaak.

Jan Smallenbroek (66) vindt het onverteerbaar dat Faber, de veroordeelde oorlogsmisdadiger, sinds 1952 vrij man is. "Ik heb me er jarenlang aan geërgerd, maar nooit de moed gehad om er wat aan te doen. Nu begint dat te komen, ook al omdat mijn zoons er zo mee bezig zijn."

Het is allemaal heel fragiel. Een mensenleven na de moord in 1944 op zijn vader is Jan Smallenbroek een vat vol emoties. Je ziet het niet aan die stoere, rijzige man, met zijn gebruinde kop, maar binnenin stormt het. Na het overlijden van zijn moeder is hij gaan praten met psychiater Fred Pollack. "Die man heeft mij geweldig geholpen. Toen werd mij duidelijk dat er honderden andere kinderen waren die hetzelfde hadden meegemaakt."

De psychiater nam hem in 1996 mee naar de begraafplaats Esserveld in Groningen, waar de urn van zijn vader is bijgezet. Al die jaren had hij de begraafplaats gemeden.

Maar er zijn nog steeds zaken niet afgerond. Ergens in zijn flat in Assen liggen brieven die zijn ooms hebben geschreven aan hun broer - zijn vader. Brieven van voor en tijdens de oorlog. Hij heeft ze nog nooit durven lezen.

"Eigenlijk weet ik niks over mijn vader. Ik weet dat hij als opzichter werkte bij Rijkswaterstaat. En dat hij een goede, rechtschapen man was, een heel fijn mens. Dat heb ik van anderen gehoord. Ik heb het altijd maar weggestopt. Het is fijn dat mijn zoons dat niet doen."

Zijn zoon Eduard is in de Groninger archieven gaan kijken en vond een verklaring van een verzetsman die getuige was van de arrestatie van Jan Smallenbroek. Uit het document blijkt dat Smallenbroek buurtcommandant was van een verzetgroep in Groningen. Op de middag van 22 september 1944 kreeg de wijkcommandant te horen dat hij Smallenbroek moest waarschuwen, 'omdat er iets niet in orde was'. De wijkcommandant ging meteen naar het huis van Smallenbroek. Daar kwamen de Landwachters die Smallenbroek net hadden gearresteerd, hem tegemoet. Door net te doen alsof hij Smallenbroek niet kende, ontliep de wijkcommandant zijn aanhouding. In het document verklaart hij: "Later hoorde ik dat de heer Smallenbroek kort na zijn arrestatie door de Sicherheitsdienst is vermoord."

Wat er precies is gebeurd, is nooit opgehelderd. Zeker is dat Smallenbroek is overgebracht naar het beruchte Scholtenhuis aan de Grote Markt in Groningen, het hoofdkwartier van de SD. Daar is hij waarschijnlijk gemarteld, mogelijk ook door Faber die vanuit dat SD-gebouw opereerde. Maar Smallenbroek heeft zijn kompanen in het verzet niet verraden, zo veel is wel zeker. Nieuwe arrestaties bleven namelijk uit.

Jan Smallenbroek zou graag naar Ingolstadt reizen en Faber willen opzoeken. "Ik zou 'm niks aandoen, maar ik zou hem wel aanspreken. Ik zou willen weten waarom hij nooit spijt heeft betuigd, ik zou willen weten waarom hij is gaan moorden. Ik zou hem recht in de ogen willen kijken, ik zou, denk ik, medelijden met hem hebben. Maar hij moet zijn straf uitzitten, ook al is hij hoogbejaard."

Zijn jongste zoon Christiaan heeft alle politieke partijen gemaild met het verzoek om opnieuw druk te zetten op de Nederlandse en Duitse autoriteiten om Faber achter tralies te zetten. Alleen GroenLinks en de SP reageerden. Hoog tijd dat Den Haag eens wakker wordt, vindt Jan Smallenbroek.

Deel dit artikel