Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een dame van allure, nog spannender dan Mata Hari

Home

ANTOINETTE REERINK

Gerard Aalders (48) is helemaal bezeten van de dubbelspionne Leonie Brandt. Hij noemt haar 'een dame van grote allure' en 'spannender dan Mata Hari'. Aalders is wetenschappelijk medewerker van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (Riod) in Amsterdam en schrijft haar biografie. Hij belooft in zijn boek met onthullingen te komen, maar wil nu al een klein tipje van de sluier oplichten.

“Het was een vrouw met een grote persoonlijkheid. Ze was uitermate charmant en kon iedereen om haar vingers winden. Tegelijkertijd was ze geen lieverdje. Ze tripte op macht en aanzien en wist geheimen goed te verbergen. Haar leven kenmerkte zich door list en bedrog.”

Beroepshalve verricht Aalders bij het Riod onderzoek naar de roof op joodse bezittingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar hij bekent dat er haast geen moment is dat hij niet aan de dubbelspionne denkt. Een 'ijverig baasje' noemt hij zichzelf. Van 's ochtends vroeg tot half twee 's nachts verdiept hij zich in het verleden.

Leonie Brandt werd in 1901 in het Duitse plaatsje Würselen nabij Aken geboren als Gertrud Franziska Pütz. Haar vader was mijnwerker. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam ze in aanraking met spionage. Ze deed mee aan de veelvuldige smokkel in levensmiddelen en werd daarvoor op een dag gepakt. “De douanier die haar aanhield, wilde haar slechts laten gaan, als ze geheime informatie naar Nederland zou brengen.”

In 1925 verhuisde ze naar Amsterdam. Ze trouwde met een rijke maar aanzienlijk oudere man, Karl Brandt, en kreeg van hem een dochter en een zoon. Hoewel ze opgeleid was in de verpleegkunde, verwierf ze onder de naam Leonie Reiman bekendheid in de toneelwereld, vertelt Aalders.

“Ze was een fantaste, dat blijkt ook uit de door haar geschreven toneelstukken. Via codes in radiohoorspelen probeerde ze de Nederlandse regering in Engeland van informatie te voorzien. Haar theateractiviteiten gebruikte ze als dekmantel om naar Duitsland te reizen, zodat ze haar geheime leven voor haar man verborgen kon houden.”

Drie jaar geleden kwam Aalders in de archieven mysterieuze codes tegen. Wie was mevrouw B., mevrouw P. en mevrouw R? Sinds hij dat weet, laat Leonie Brandt hem niet meer los. Naast Leonie's biografie is hij met drie andere boeken bezig en dat terwijl hij in zijn jonge jaren van de Ulo is geschopt omdat hij te dom zou zijn. Hiervan kreeg hij echter spijt en besloot in het begin van de jaren zeventig het avondgynmasium te doen. Direct daarna ving hij, naast wat baantjes voor het brood op de plank, in Amsterdam de studie Scandinavistiek en Geschiedenis aan.

“Het vermoeden bestaat dat Leonie de minnares was van officier van Justitie Van Thiel, later procureur-generaal in de hoofdstad. Hij verzamelde informatie over Duitsland ten behoeve van het Amsterdamse Justitieapparaat en schakelde Leonie daarbij in.”

“Dat ze ook voor de inlichtingendienst van de Nederlandse Rijksrecherche en voor de GS III, de inlichtingendienst van de generale staf van het Nederlandse leger werkte, is zeker. Leonie merkte echter al gauw dat als je inlichtingen wilt lospeuteren over de tegenpartij, je het beste ook voor die partij kunt gaan werken, als dubbelspionne dus.”

“Zo kwam ze terecht bij de Duitse Abwehr en de Gestapo. Je zou denken dat ze dat voor de Nederlandse regering deed, maar ik denk dat haar motieven egoïstisch waren. Ze wist heel goed dat je met kennis mensen kunt chanteren.”

Soms is Aalders vaag over zijn bronnen. “Ik wil nog niet alles prijsgeven, voordat mijn boek klaar is. Maar mijn bronnen controleer ik altijd heel nauwkeurig. In zekere zin ben ik ook een intrigant. Ik ben natuurlijk op bedevaart naar Würselen gegaan en heb daar met Leonies zuster gesproken. Die is vreselijk oud en dement, maar ik heb haar verzorgster weten in te pakken. Als de oude vrouw even helder is, legt de verzorgster haar de vragen voor die ik graag beantwoord zie”, gniffelt hij.

“Een andere belangrijke informant is Leonies dochter, Loek Kessels. Ze is beter bekend als Mona van het weekblad Story. Lange tijd heeft Loek niet over haar moeder willen spreken. Leonie was heel wreed tegen haar kinderen, zeker toen ze verslaafd aan de alcohol raakte.”

Volgens Aalders was Leonie “zo schizofreen als een deur. Haar dochter vertelde me dat Leonie in 1938 of 1939 op Kerst een arm gezin op straat tegenkwam. Ze nodigde de vreemden uit en maakte voor hen een luxueus kerstmaal. Toen een van de genodigden zei dat Leonie de goedheid zelve was, sprong de gastvrouw op en schreewde: 'Ik ben een duivelin en ik ben helemaal niet goed. Opgedonderd allemaal!' ”

Leonie Brandt trachtte diverse inlichtingendiensten tegen elkaar uit te spelen, totdat ze in maart 1940 in Duitsland gearresteerd en gevangen genomen werd door de Gestapo. “Om uit de Akense gevangenis te komen veroorzaakte ze bij zichzelf een lelijke infectie. Met een vuile haarspeld prikte ze in haar baarmoedermond, waardoor ze een bloedvergiftiging opliep. Een arts verklaarde haar niet in staat haar straf uit te zitten.”

“Toen het duidelijk werd dat ze na haar vrijlating nog steeds voor zowel de Gestapo als de Abwehr werkte, voerde de Gestapo haar in april 1942 af naar Ravensbrück. Ik heb gesproken met vrouwen die het concentratiekamp overleefden. Zij vertelden heel dubbelzinnige verhalen over Leonie.”

“Sommigen zeggen dat ze een reddende engel was, zieken verzorgde en kleine kinderen behoedde voor medische experimenten. Anderen beweren dat ze mensen bij de kampleiding verraadde om er zelf beter van te worden.

Om deze dubbelzinnigheid te verklaren, legt Aalders een verband met de tweedeling in het kamp. “Je had er communisten en niet-communisten. Nog steeds bestaan er twee rivaliserende Ravensbrück-comités. Leonie was heel conservatief en zeker geen communist. Communistische gevangenen maakten haar vermoedelijk zwart, niet-communisten hemelden haar op.”

Het grootste deel van de oorlog heeft Leonie Brandt in Ravensbrück doorgebracht. Pas aan het eind van de oorlog kwam ze vrij. Aalders: “Na haar terugkeer hervatte ze haar werk voor inlichtingendiensten. Ze ging werken voor het Bureau Nationale Veiligheid (BNV), de voorloper van de BVD en verhoorde onder andere de beruchte Willy Lages, een van de Vier van Breda.

Aalders denkt dat ze met de hulp van Van Thiel bevoegdheden naar zich toe trok. “Ze bekleedde bij de BNV geen officiële functie, maar omdat het er na de oorlog zo'n chaos was, kon ze mensen verhoren.”

“Ze maakte regelmatig twee versies van de verhoren met Duitse oorlogsmisdadigers. Een aantal van deze documenten heb ik in mijn bezit. Een versie, die meestal weinig informatie bevatte, was bestemd voor de overheid. De andere versie, vaak met gevoelige informatie, hield ze zelf om er mensen mee te kunnen chanteren.”

Aalders is veel over de dubbelspionne te weten gekomen omdat ze een rol speelde in het eerste proces tegen oorlogsmisdadiger Pieter Menten aan het eind van de jaren veertig. “Leonie is destijds verhoord omdat ze over informatie in de zaakMenten beschikte. Later is vast komen te staan dat ze dossiers met belastende informatie over bekende Nederlanders aan Menten heeft verkocht. Vermoedelijk heeft Menten dat proces af kunnen wenden omdat hij met die dossiers invloedrijke personen onder druk heeft kunnen zetten.”

Het leven van de dubbelspionne liep tragisch af. In 1952 vestigde ze zich in de buurt van Kerkrade, waar ze twee jaar een café annex zwembad exploiteerde. Maar de drank richtte haar te gronde. “Toen ze zich behalve aan de sterke drank ook aan de spiritus vergreep, was haar rol vrij snel uitgespeeld. Na veel gezwerf betrok ze weer een woning in Amsterdam, waar ze in 1978 overleed.”

Deel dit artikel