Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een dag in 2050: Leven in een klimaatneutraal Nederland

Home

Frank Straver en Bart Zuidervaart

Leven in 2050. © vonq

Op 15 maart kiest Nederland een nieuwe Tweede Kamer. De uitkomst bepaalt mede hoe we leven in 2050, wanneer dit land klimaatneutraal moet zijn. Vier experts schetsen waar de politiek naartoe moet werken. Aftrap van een serie over klimaat en energie.

Ergens in Nederland wordt vandaag Anna geboren. Dat is een veilige gok: in 2016 kregen 665 kinderen deze naam, bijna twee per dag dus. Grote kans dat er deze maandag ook een Daan bijkomt, de populairste jongensnaam van dit moment. Daan en Anna, nu nog baby's, zijn in 2050 dertigers. In dat belangrijke jaar moet het land klimaatneutraal zijn. De kolencentrales zijn dan dicht. Olie en gas behoren nagenoeg tot het verleden. Nederland heeft immers het internationale klimaatakkoord omarmd, dat eind 2015 in Parijs werd gesloten. Dit vraagt om een fundamenteel andere inrichting van onze samenleving.

Lees verder na de advertentie

Hoe ziet het leven van Daan en Anna er anno 2050 uit? Waar komt hun energie vandaan? Hoe wonen ze en op welke manier verplaatsen ze zich? Eén ding is zeker, weet Maya van der Steenhoven, energiespecialist bij de provincie Zuid-Holland. "Het leven zal onvergelijkbaar anders zijn. Overal verschijnen nu windmolens en zonnepanelen. Maar die vallen in het niet bij de situatie waar we naartoe zullen moeten."

Hoe Daan woont

De grotere steden in Nederland, zeker die met een universiteit, blijven groeien

17,1 miljoen mensen telt Nederland nu en dat aantal blijft de komende jaren stijgen. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zet de bevolkingsgroei door tot 2040. Vooral daarna zullen de randen van het land verder leeglopen, zegt Pieter Boot van het PBL. "Maar de grotere steden in Nederland, zeker die met een universiteit, blijven groeien. In het westen klonteren ze aan elkaar. Het wordt als het ware één geheel."

Daar woont Daan dus ook, in een volledig energiezuinig huis. Perfect geïsoleerd. De bovenkant vol zonnepanelen, geïntegreerd in de dakpannen. Koken op gas is dan al geschiedenis: inductie wordt de nieuwe standaard in keukens. Of er wordt iets geheel nieuws ontwikkeld, zegt Van der Steenhoven. Iets revolutionairs waar we vandaag de dag nog geen weet van hebben.

De woning van Daan is aangesloten op een warmtebron die hij deelt met buren. Van der Steenhoven noemt het voorbeeld van een ecovat, een grote tank die is ingegraven ergens in de wijk. Het water in het vat wordt verwarmd, bijvoorbeeld met zonnecellen. De hele buurt profiteert ervan.

Andere opties voor Daan: geothermie, warmte die hij diep uit de aarde haalt. Het kassengebied in het Westland maakt er met succes gebruik van. Of zijn huis laten verwarmen met water uit zee. Maar een van de belangrijkste energiebronnen in 2050 zal restwarmte zijn. Jarenlang is er energie verspild in met name de industriële sector. Die verloren warmte wordt inmiddels keurig opgevangen en opgeslagen in zogeheten warmtenetten. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de Rotterdamse haven. Hele nieuwbouwwijken draaien erop.

Tekst loopt door onder de afbeelding

© Vonq

Hoe Anna zich verplaatst

Anna heeft een elektrische auto voor de deur staan. Ze kent niet anders. Alleen uit de verhalen van haar ouders weet ze van auto's die, in het verleden, reden op vervuilende, fossiele brandstoffen.

In 2050 is het opladen van de accu van haar elektrische wagen een fluitje van een cent, voorspelt Maarten Steinbuch, professor van de TU Eindhoven. Met een volle batterij kan Anna achthonderd kilometer rijden. Is de accu leeg, dan is hij in tien minuutjes weer opgeladen.

Als auto's voor langere tijd stil staan, bijvoorbeeld 's nachts, gaan ze zelf op pad

Daar heeft de autobezitter zelf meestal geen omkijken naar, denkt Steinbuch. Ze kán hem zelf thuis handmatig in de lader pluggen, die stroom haalt van de dakpannen met onzichtbare zonnecellen op haar dak. Maar waarom zou ze moeilijk doen? Alle auto's zijn in 2050 zelfsturend, zegt Steinbuch. "Als auto's voor langere tijd stil staan, bijvoorbeeld 's nachts, gaan ze zelf op pad. Ze rijden naar een van de grote, openbare oplaadplaatsen. Daar staan grote, groene energiecentrales van zonnepanelen en windmolens. Die wekken een gigantische hoeveelheid schone stroom op, te gebruiken voor iedereen die een auto-accu wil bijvullen."

Op sommige openbare oplaadplekken, voorziet Steinbuch, steken robots de stekker in de auto. En op andere plaatsen gaat het opladen draadloos, vanuit de grond. Inductieladen heet die laatste techniek, vroeger al bekend van het opladen van elektrische tandenborstels. Anna hoeft er in elk geval geen hand voor uit te steken, volgens Steinbuch. Haar auto rijdt na de laadbeurt zelf weer terug naar haar huis.

Een eigen voertuig is overigens geen vanzelfsprekendheid. Volgens Van der Steenhoven groeit de deeleconomie steeds verder. In 2050 heeft een woonwijk een eigen wagenpark. Wie een voertuig nodig heeft, logt in in het systeem en reserveert een van de deelauto's. De voertuigen worden veel efficiënter gebruikt.

Stroom is alleen maar groen beschikbaar. Het aanbod is zo groot, dat de energie bijna niks meer kost. Er rijden nog steeds vrachtwagens en bussen. Die tuffen niet op stroom, maar op alternatieve (bio)brandstoffen. Bedrijven kunnen die vloeibare brandstof op grote schaal maken uit natuurlijke stoffen. Boten en vliegtuigen gebruiken die brandstof ook.

Een klein deel van de voertuigen rijdt op waterstof, maar dat is volgens Steinbuch altijd duur gebleven. Hetzelfde geldt voor de 'hyperloops'. Jarenlang, vanaf 2015 al, werkten techneuten aan zulke vacuüm buizen waar hoge snelheidstreinen doorheen kunnen racen. Maar Anna hoort er nooit meer wat over, de techniek is afgeschreven.

De dromen van de Amerikaanse ondernemer Elon Musk (79 jaar oud in 2050) zijn wél aardig uitgekomen. Hij heeft een eerste kolonie op Mars gesticht. Dat smaakt naar meer, er zijn allerlei plannen om de mens verder in het heelal te brengen. Anna vindt het wel interessant, haar vriendinnen hebben leuke verhalen over korte ruimtereisjes. Omdat de ruimtevaart zulke explosieve energiekrachten nodig heeft, is groene energie nog niet geschikt, denkt Steinbuch. De ruimtereisbranche zoekt nog naar groene brandstoffen.

Waar Anna werkt

In 2048 komt Anna in dienst bij Shell, berucht wegens vroegere booractiviteiten om gas en olie op te pompen. Ze kent de verhalen over haar bedrijf, dat de laatste decennia steeds meer onder vuur kwam te liggen. Maar Shell richt zich nu volledig op groene energie. Het bedrijf is wel fors kleiner. Maar in elk geval bestaat het concern nog wel, in tegenstelling tot een groot aantal concurrenten uit de fossiele sector, die niet overeind bleven in de steeds grimmigere energietransitie. Ze wilden wel omturnen naar een 'groene' werkwijze, maar te laat.

Er is in 2050 een geheel nieuwe economische orde ontstaan, voorspelt Marjolein Demmers, directeur van De Groene Zaak. Bedrijven gebruiken geen olie meer voor machines en fabrieken. Althans: niet meer de fossiele olie uit de grond. Daar is biologische, verantwoorde olie voor in de plek gevonden. Processen zijn zuinig. Toch hebben veel fabrieken nog steeds veel elektriciteit nodig. Maar de echte grootverbruikers hebben al een eigen wind- of zonnepanelenpark neergezet om hierin te voorzien.

De overheid hoeft in 2050 volgens Demmers nauwelijks meer te dreigen met CO2-belastingen en straf op vervuiling. Een schone werkwijze is gemeengoed geworden. Fossiele brandstoffen die nog worden gewonnen (zover dat nog mag) leveren meer op als ze hoogwaardig worden benut als herbruikbare grondstof. Ook CO2 kan een grondstof zijn, zegt Demmers. Het afvangen en domweg opbergen van broeikasgas, dat gebeurt in 2050 volgens haar niet meer. Dit was een tijdelijke noodgreep. CO2 die bedrijven bij hun schoorsteen opvangen, wordt nu altijd weer gebruikt. Glastuinders gebruiken het bijvoorbeeld om planten te laten groeien, in hun ultrazuinige kassen.

Een kantoorleven, dat kent Anna niet echt. Demmers ziet het zo voor zich dat vaste bedrijfskantoren in 2050 een heuse bijzonderheid zijn geworden. Werknemers zijn totaal flexibel - daar stelde het 'nieuwe werken' uit 2017 echt niks bij voor.

Vergaderen met collega's doet Anna meestal als hologram, in een virtuele bijeenkomst via de computer

Anna heeft geen vaste werkplek meer. Ze gaat wel eens naar kantoor, maar meestal gaat ze naar één van de collectieve kantoorplekken. De grote verzamelwerkplek op het station is favoriet, daar zijn de voorzieningen het best. En het is er nooit zo druk bij de 3D-printer. Forenzen met elektrische voertuigen is goedkoop (groene stroom is er zat) en flexibel. Maar Anna vindt reizen vaak overbodig. Vergaderen met collega's dat doet ze meestal als hologram, in een virtuele bijeenkomst via de computer. In 2016, weet Anna van haar ouders, gaven popsterren de eerste concerten met die revolutionaire techniek.

Consumenten kopen in 2050 alleen spullen die lang meegaan, voorspelt Demmers. Fabrikanten mogen ook alleen nog maar spullen op de markt brengen die te repareren zijn - dat bedrijven vroeger producten maakten die maar een bepaald aantal jaren mee gingen om zo de verkoop gaande te houden, is nu een lachertje. De meeste spullen en apparaten bezitten mensen niet meer. Ze huren ze en delen ze samen.

Tekst loopt door onder de afbeelding

© vonq

Hoe hun omgeving eruitziet

De omgeving van Daan en Anna ziet er in 2050 ontegenzeglijk anders uit. Maar de echte metamorfose is zichtbaar geworden in zee, met name tussen de Hollandse en Engelse kust.

Boot van het Planbureau voor de Leefomgeving maakt een eenvoudige rekensom. Nederland is nu met horten en stoten op weg naar voldoende windmolens op land voor in totaal 6 gigawatt (GW) aan vermogen. In zee gaan de plannen vooralsnog uit van 4,5 GW. Boot: "Je mag ervan uit gaan dat we in 2050 tussen de 60 en 100 GW nodig hebben. We kunnen in zee windmolens bouwen die zorgen voor 40 gigawatt. Daar zijn we goed in, Nederland heeft de bedrijven die daar veel aan kunnen bijdragen."

Dat betekent wel dat de plannen van nu zorgen voor nog maar 10 procent van de windenergie die nodig is op zee. De Noordzee staat in 2050 vol met windturbines, nog flink groter dan voorheen. Vanuit andere hoeken bouwen Engeland, Denemarken en Duitsland ook steeds meer molens.

De zichtbare revolutie op land gaat veel minder ver, verwacht Boot. "Ons landschap moet mooi blijven, Nederlanders hechten daar sterk aan." Rijen windmolens langs de snelwegen, die ziet Boot er in 2050 wel staan. Maar de maatschappelijke weerstand blokkeert enorme, beeldbepalende windprojecten op het dichtbevolkte vasteland.

Stel, in 2030 ontstaat in een krimpregio een leeg gebied. Zet je daar molens neer of een zonneweide tot aan het oneindige?

Zonneweides, verzamelplekken voor honderden tot duizenden zonnepanelen, staan er niet zo veel in de glazen bol van Boot. "45 windmolens leveren evenveel energie op als zeven vierkante kilometer zonneweide. Stel, in 2030 ontstaat in een krimpregio een leeg gebied. Zet je daar molens neer of een zonneweide tot aan het oneindige?"

Waar de overheid ook over moet nadenken, vindt Boot, is de rol die biomassa kan gaan spelen. "We gaan importeren, bijvoorbeeld biogas uit Oekraïne via bestaande gaspijpen. Maar denk ook aan eigen teelt in Nederland, met snel groeiende gewassen. Meer bomen. Afvalhout beter gebruiken. Dat is interessant.

"Als de randen van Nederland straks nog dunner bevolkt raken, wat kies je dan: zonneweides plaatsen of een stuk bos erbij? Ik zou het wel weten." Het land van Daan en Anna moet natuurlijk wel een beetje aantrekkelijk blijven.

Deel dit artikel

De grotere steden in Nederland, zeker die met een universiteit, blijven groeien

Als auto's voor langere tijd stil staan, bijvoorbeeld 's nachts, gaan ze zelf op pad

Vergaderen met collega's doet Anna meestal als hologram, in een virtuele bijeenkomst via de computer

Stel, in 2030 ontstaat in een krimpregio een leeg gebied. Zet je daar molens neer of een zonneweide tot aan het oneindige?