Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een christelijk alternatief voor de dorpsdisco

Home

NYNKE SIETSMA

Youth for Christ bestaat dit jaar 65 jaar. De evangelisatieclub werd door een stel enthousiaste Amerikanen in Nederland geïntroduceerd. Zij wilden de nuchtere Hollandse jeugd op on-Nederlandse wijze bekeren met muziek en stevige preken. In de koffiebarretjes vonden jongeren het geloof. En de liefde.

Jongens met glad haar, ruitjesbroeken en een Bijbel onder de arm die je bij binnenkomst ogenblik kelijk wilden bekeren. Dat beeld had Astrid van den Akker (36) van een 'koffiebar', dé ontmoetingsplek van Youth for Christ. De christelijke koffiecafé's waren een begrip voor pubers en jongvolwassenen die in de jaren zeventig, tachtig en negentig 'iets' met geloof hadden en niet de behoefte hadden om met een paar cent op zak in een discotheek aan de bar te hangen.

De 'koffiebarretjes' waren een christelijk alternatief voor de plaatselijke discotheek. Staren in een dood biertje kon net zo goed in een koffiebar. Dansen ook. Want er was muziek, maar je kon er ten minste ook rustig praten, bijvoorbeeld over geloofszaken. Of over politiek. En natuurlijk kon je er gluren naar een potentiële geliefde. "Het was zeker een religieuze variant op het seculiere uitgaansleven", zegt directeur Edward de Kam van Youth for Christ Nederland. Volgens De Kam heeft Youth for Christ "de afgelopen 65 jaar op honderdduizenden jongeren impact gehad."

Als twintigjarige zette Astrid van den Akker haar vooroordelen opzij en ging toch maar eens een avond kijken in een koffiebar, in Maassluis. Het was begin jaren negentig.

Ze zat aan de bar, en, zegt ze, het viel honderd procent mee. Ze ontmoette er haar man. Hij droeg géén ruitjesbroek, had geen glad haar, zong geen Psalmen en met z'n bekeringsdrang viel het ook wel mee. "Ik kwam binnen met een korte broek", zegt Astrids echtgenoot Martien van den Akker (40). "En bruine benen." Wat begon met een praatje aan de bar leidde twee jaar later tot een huwelijk.

Astrid en Martien zijn niet de enigen die elkaar bij Youth for Christ leerden kennen. "Ik ken zo vier Youth for Christ-stellen", zegt Martien van den Akker. "Veel van mijn vrienden leerden elkaar in die tijd kennen in de koffiebar. Je ontmoette daar jongeren voor wie geloofszaken ook belangrijk waren. Er werd gediscussieerd, er draaide een film, of er was live-muziek." Van den Akker was actief bij de jongerenbeweging van 1988 tot 1996.

Begin jaren zeventig ging het er veel serieuzer aan toe. In Den Haag was in de kelder van een groot herenhuis van de Johanniter Orde een koffiebar van Youth for Christ gemaakt. Opgestapelde spoorbielzen fungeerden als bar en er hingen laaggespannen visnetten. Terwijl volgelingen van de Jesus People met gitaren de straat opgingen en daarmee de christelijke variant van de flowerpower-beweging uitademden, legden de YfC-jongeren religieuze getuigenissen aan elkaar af. Onder hen Gerda en Gerard Hoddenbagh.

"Ik was afgedwaald", zegt Gerard Hoddenbagh (62). "Het ging niet zo goed. Ik wist niet welke richting ik op wilde in mijn leven. Daarom ging ik maar eens kijken bij zo'n koffiebaravond. Ik hoopte dat mijn leven zou gaan veranderen, meer inhoud zou krijgen." Hij kwam er zijn vrouw tegen en zou uiteindelijk evangelist worden.

"De jaren zestig betekenden een enorme omslag in het denken", zegt Hoddenbagh. "Ook voor mij. Ik was van de wortels af. Bij Youth for Christ vond ik weer richting." En de liefde. "Het moet 1971 zijn geweest. Ik had Gerda al een paar keer ontmoet tussen die tientallen jongeren. Ik denk dat er soms wel tachtig mensen naar de koffiebar kwamen. Als zij er niet was, miste ik haar."

In 1974 trouwden Gerard en Gerda. Inmiddels waren ze groepsleiders in de Haagse koffiebar. Ze vonden dat ze een voorbeeldfunctie hadden voor de wat jongere christenen die de kelder bezochten. "Het draaide in die tijd erg om relaties. Maar wij vonden dat liefdesrelaties, ook de onze, niet het belangrijkste onderwerp moest zijn. Het geloof stond voorop", vertelt Gerda (61). "Er was in die tijd ook volop ruimte voor experiment. Voor ons was dat not done. Die principes droegen we ook uit in die koffiebar."

Nu ze er op terugkijkt, zegt Gerda Hoddenbagh, was de tijd van de koffiebarretjes 'levensveranderend'. Echtgenoot Gerard: "Het is een goed fundament geweest. Je moest verwoorden aan leeftijdsgenoten wat je geloofde. Daardoor ging je bewust met het geloof om."

"We hebben principes meegekregen die nog steeds gelden", vult Gerda aan. "Maar uiteindelijk verdween de koffiebar langzaam uit ons leven." Gerard: " We kregen kinderen. Onze aandacht verschoof naar andere zaken. Maar we ontmoeten nog steeds mensen uit die tijd."

Het tijdperk van de koffiebar zou uiteindelijk de bloeiperiode voor Youth for Christ blijken te zijn: het was halverwege de jaren zestig en begin jaren zeventig en de tijd van de discussiecultuur - er werd flink gedebatteerd over maatschappelijke thema's als abortus, politiek en de Vietnamoorlog. In die hoogtijdagen waren er zo'n 130 koffiebarretjes in Nederland. In de jaren tachtig kwam er de klad in. Discussiëren raakte uit de mode, bekeren ook. De koffiebarretjes leidden steeds meer een sluimerend bestaan en de toenemende ontkerkelijking zorgde voor een grote reorganisatie bij Youth for Christ. De christelijke jongerenclub paste zich aan de tijd aan. En doet dat nog steeds. Zelf noemen ze dat Rock & Roll: "Youth for Christ houdt vast aan de boodschap van het Evangelie (Rock) en beweegt mee (Roll) met het ritme van de tijd."

Amerikanen lanceerden geestelijk Marshallplan voor 'jeugd zonder hoop'
Een kleine groep Amerikaanse evangelisten op godsdienstige expeditie toog kort na de Tweede Wereldoorlog naar Nederland. Hollandse kinderen en pubers, die 'jeugd zonder hoop' werden genoemd, waren interessant voor de Amerikanen. Zij vonden dat er een 'geestelijk Marshallplan' nodig was, naast de materiële hulp die het lamgeslagen Nederland ontving van de Verenigde Staten. De jonge evangelisten organiseren rally's: massale bijeenkomsten op een niet-kerkelijke locatie waar moderne en oude religieuze muziek werd gemaakt en waar, na een flinke preek, steevast een oproep tot bekering volgde.

De rally's trokken in die naoorlogse jaren meer dan vijftigduizend jongeren. Ongeveer 3500 jongeren lieten zich publiekelijk bekeren.

Ook voor NSB-jongeren en 'moffenmeisjes' boden die rally's uitkomst, stelt het onlangs verschenen jubileumboek van Youth for Christ. Ook deze jongeren kampten na de oorlog met zingevingsvragen, maar werden in de kerk vaak met de nek aangekeken. Bij YfC-bijeenkomsten voelden ze zich redelijk met rust gelaten.

De grootste bloei maakte de beweging begin jaren zeventig door, vooral via het 'koffiebarwerk'. Youth for Christ nam de eigen subcultuur van jongeren na de oorlog serieus. Ook introduceerde de missionaire jongerenbeweging gospelmuziek en leverde zij een bijdrage aan waardering voor inzet van vrijwilligers in de kerk.

Bij zijn afscheid in 1988 typeerde oud-directeur Arnold van Heusden Youth for Christ als 'orthodox en charismatisch met een ronduit positieve opstelling tegenover de kerken'. Tegenwoordig werkt de jongerenorganisatie met de kerken. In 2010 gebruikten meer dan vierhonderd gemeenten een van de werkwijzen van Youth for Christ. Ruim vierduizend vrijwilligers en tweehonderd medewerkers zijn bij Youth for Christ actief met jongerenwerk op scholen, welzijnswerk op straat en missionaire programma's en trainingen binnen de kerken.

Deel dit artikel