Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een brugklas, vijf ouders met kanker

Home

Iris Pronk

Als gevolg van de chemotherapie verloor Corien van Zweden haar haar. Aanvankelijk wilde ze alleen met pruik op de foto, maar tijdens de fotosessie besloot ze ook zónder te poseren. De kaalheid was 'hét beeld van de dood', zegt ze. 'Het terugkomen van het haar is voor mij een keerpunt, een symbool van herstel.' © Mark Kohn
Interview

Eén brugklas, vijf pubers, vijf ouders met kanker. Dit bizarre toeval vormde de basis voor 'Kankerklas' van journalist Corien van Zweden. Zelf had ze geluk: haar borstkanker leek goed te genezen. Maar toen ze haar boek bijna af had, kwam de ziekte terug.

Journalist Corien van Zweden (52) had een sterk en gezond lichaam waarmee ze moeiteloos bergen beklom en zwom in wild water. Toen zij op haar 47ste hoorde dat ze borstkanker had, was dat een grote schok. "Je einde is in zicht op een leeftijd waarop nog bijna niemand aan de dood denkt", vertelt ze aan de eettafel in haar Amsterdamse dijkhuis. Om te overleven moest ze een operatie ondergaan, controles en 25 bestralingen.

Die had ze nog maar net achter de rug toen ze een e-mail kreeg van de brugklasmentor van haar oudste dochter Lisa. "Beste ouders van de leerlingen uit klas 1J", luidde de aanhef. "Vandaag heb ik op verzoek van Yaïr aan de klas verteld dat zijn moeder niet meer zal genezen van borstkanker." De e-mail verbijsterde haar: nóg een moeder met borstkanker? En dan nog wel een ongeneeslijke variant; haar schrikbeeld?

De werkelijkheid was nog gekker: behalve Yaïr en Lisa bleken ook hun klasgenoten Ian, Yoshi en Indra ouders met kanker te hebben. "Een bizar toeval, mama", zegt Lisa in het boek 'Kankerklas. Vijf pubers, vijf ouders, één ziekte' dat vandaag verschijnt. "Iedereen vindt het raar en ook heel zielig. Dat ik nou net in zo'n klas moet zitten. Een kankerklas. Dit is toch niet normaal: vijf kinderen uit één klas?"

Hoe abnormaal dat is, berekende Van Zwedens man Pieter, die toevallig goed is met cijfers: de kans dat er in een klas van 22 pubers maar liefst vijf kinderen zitten met een 'kankerouder' is kleiner dan 0,1 procent. Hooguit één op de twaalfhonderd brugklassen wordt in deze mate getroffen door kanker.

Het bizarre toeval schonk Van Zweden ook uniek materiaal voor een boek, zo realiseerde ze zich al gauw. Want hoe gingen deze vijf gezinnen met kanker om? Hoe hielden haar vier lotgenoten het vol? Ze besloot het ze te vragen: Caroline (borstkanker), Marijn (nierbekkenkanker), Lorette (PMP, een zeldzame vorm van buikvlieskanker) en Marcel (leverkanker). De vier zeiden volmondig ja tegen een door Van Zweden geschreven portret. "Ik ga dood", aldus Caroline. "Ik kan zelf niet schrijven, dus moet jij mijn verhaal vertellen."

Als zij Caroline op haar sterfbed bezoekt, praten ze vooral over Angry Birds, het computerspelletje waaraan Caroline verslingerd is.

Het is één van de vele alledaagse details waarmee Van Zweden in 'Kankerklas' een veelkantig en realistisch beeld schetst van het leven met de ziekte.

Lees verder na de advertentie
Als zij Caroline op haar sterfbed bezoekt, praten ze vooral over Angry Birds, het com­pu­ter­spel­le­tje waaraan Caroline verslingerd is

© Mark Kohn

Er zijn al heel veel kankerboeken. Jij wilde een ánder boek schrijven. Waarom? Wat miste je?
"Ik heb stapels kankerboeken gelezen sinds ik zelf borstkanker heb. Die hebben vaak de vorm van een heldensaga, een klassieke verhaalstructuur. De held maakt iets vreselijks mee, voert hevige strijd en overwint tenslotte het kwaad. In deze boeken is een kankerpatiënt iemand die moedig en positief is, als een idioot gaat sporten, marathons loopt en grapjes maakt. Die roept 'Ik ga ervoor!'. Dat vinden we allemaal heel erg belangrijk, je krijgt er schouderklopjes voor en dat is prettig. Zelf vertel ik mijn ziekteverhaal ook wel eens op die manier.

"Maar als ik zeg: 'Ik voel me rampzalig, wat een rotleven, ik heb pijn, ik heb kanker, ik kan niet werken', dan voel ik bij anderen vaak lichte irritatie. Dan zeggen ze: 'Je moet wel positief blijven. Kop op en hou de moed erin.' Er is te weinig aandacht voor de gewone kant van kanker: het chagrijn en de angst. Díe heb ik willen beschrijven. Ik heb de kanker niet mooier gemaakt."

Is de kankerpatiënt als held geen voorbeeld waaruit je kracht kunt putten?
"Nee. Het is een zware last om kanker te hebben, maar ook om elke dag dapper te moeten zijn. Ik had helemaal geen zin om marathons te rennen. Vóór mijn ziekte al niet, en zeker niet daarna. Ik zag tijdens mijn chemokuren de documentaire 'Retour Hemel' van kankerpatiënt Marc Bos, die zichzelf afbeult op de Kilimanjaro. Ik werd er beroerd van, ik heb de tv uitgezet. Ik geloof niet dat ik het verloop van mijn ziekte kan beïnvloeden door een hoge berg te beklimmen. Als het aan leefstijl zou liggen, had ik die kanker niet gekregen. Gezond leven beschermt je er niet tegen. Maar als ik naar zo'n documentaire kijk of zo'n heldenverhaal lees, klinkt er een klein stemmetje in mij: 'En als het nou tóch zou helpen?'

"Het is heel aantrekkelijk om de illusie te koesteren dat je jezelf kunt genezen. Maar ik gelóóf er niet in. Je moet het dus doen met... tsja: de hoop dat de kanker wegblijft."

Wat heb je geleerd van de vier andere kankerouders?
"Ze gingen allemaal op een andere manier met hun ziekte om, ze hadden hun eigen strategie. Die verscheidenheid wilde ik laten zien: de woede van Caroline, de gelatenheid van Marijn, de heldhaftigheid van Lorette en Marcels ironie. Mijn eigen strategie heb ik 'nieuwsgierigheid' genoemd: als journalist ben ik de kanker gaan bevragen, ik schreef dit boek.

Het is een zware last om kanker te hebben, maar ook om elke dag dapper te moeten zijn

"Toen ik voor de tweede keer borstkanker kreeg, afgelopen najaar, merkte ik dat ze allemaal om me heen waren. Ook Caroline en Marijn die inmiddels zijn overleden. Ik heb meer kleuren op mijn palet, ik weet nu dat je ook kunt wisselen van strategie: dat je de ene dag een held kunt zijn terwijl je de volgende dag met je hoofd onder een deken ligt te balen.

"Marijn maakte zich altijd mooi voor vertrek naar het ziekenhuis. "Dan denken ze daar vast: 'Die ziet er zó goed uit, die gaat nog niet dood, voor haar doen we ons best'", was haar theorie. Toen ik zelf naar de chemo moest, heb ik ook een leuk jurkje aangetrokken en make-up opgedaan. En ja, dat hielp wel een beetje."

Je schreef het grootste deel van 'Kankerklas' in de veronderstelling dat jij een goeie prognose had. In de epiloog kom je met het slechte nieuws dat de ziekte terugkwam. Hoe gaat het nu met je?
"Ik ben een borst kwijt en een chemo verder. Als het goed is, blijft het hierbij. We waren bang voor uitzaaiingen in buik, lever of longen. Als die zouden zijn aangetast, had ik het voorjaar misschien niet gehaald. De testuitslagen kwamen per telefoon, in oktober. Het was gelukkig goed nieuws, met dat telefoontje kreeg ik ineens mijn leven terug. Ik was zó blij dat 'alleen maar' mijn borst eraf moest! Pas later dacht ik: 'Dat is toch ook niet grappig.' De operatie was te doen, maar de chemo erna was echt de hel. Ik ben extreem ziek geweest, mijn handen gingen kapot, mijn vingertoppen deden het niet meer, ik had zweren in mijn mond, mijn neus en keel bloedden, mijn haar viel uit. Alles bij elkaar heel beangstigend."

Had je een ander boek geschreven als je geweten had dat je voor een tweede keer zo ziek zou worden? Dat je dus toch niet één van die geluksvogels was?
"Ik denk het niet. Ik schreef 'Kankerklas' vanuit een riante positie: ik had 98 procent kans op een goede afloop. Maar het aanknopingspunt voor de gesprekken was de enorme schok van de eerste keer. Dat ik zelf ziek zou worden, paste tot die tijd niet in mijn wereldbeeld. Die schok, het besef van je eigen sterfelijkheid, dat is wat ik deelde met de anderen. De tweede keer ben je ervaren, wat gek genoeg ook prettig is. Ik had Caroline en Marijn wel andere vragen willen stellen, die pas na hun dood in me opkwamen, toen ikzelf een ander, venijniger gezicht van de kanker had gezien."

Ik schreef 'Kankerklas' vanuit een riante positie: ik had 98 procent kans op een goede afloop. Maar het aan­kno­pings­punt voor de gesprekken was de enorme schok van de eerste keer

Was de combinatie van ziekte en boek niet erg zwaar?
"Ik wilde af en toe wel stoppen, want de gesprekken confronteerden me steeds weer met de ziekte. Op een keer zat ik bij Marcel, die lekker voor me had gekookt. 'Ik weet niet of het me lukt om er een boek van te maken', biechtte ik toen op. Waarna hij zei: 'Wat maakt het nou uit. Het gaat mij om het gesprek dat we hier vandaag voeren, dat is waardevol voor me.' Dat hielp me wel."

Je interviewde ook vier van de vijf kinderen, onder wie je dochter Lisa. Hoe gaan zij om met de ziekte van hun ouders?
"Er was een groot verschil tussen de meisjes en de jongens. De jongens willen er zo weinig mogelijk over praten, de meisjes juist véél, zij willen als volwassenen worden behandeld. Lisa zei dat ze vond dat ik erg gesloten was over mijn ziekte. Daar schrok ik een beetje van, ik was me daar niet van bewust, maar misschien had ze wel gelijk. Ik heb geprobeerd mijn dochters zo min mogelijk te belasten."

Hoe doe je dat, je kinderen ontzien als je kanker hebt?
"Dat is schipperen. Wat vertel je wel en niet? Toen ik voor de tweede keer kanker kreeg, heb ik wel verteld dat het mis kon zijn, dat er kans was op uitzaaiingen. Maar ik vertelde niet: 'Vanmiddag komt het telefoontje.' Met die spanning wilde ik ze niet belasten.

"Laatst hadden mijn dochters een repetieweekend van hun orkest - ze spelen cello en fagot. Na afloop zeiden ze: 'We hebben zó'n lol gehad, we waren helemaal vergeten dat jij ziek was.' Dat vond ik heel fijn om te horen."

Is het voor een kankerpatiënt moeilijk om kinderen op te voeden? Zit de ziekte daarbij dwars?
"Het kan lastig zijn als je kinderen gaan puberen. Volgens de psychologen is het heel gezond en normaal als ze gaan etteren, zich tegen je af gaan zetten. Maar dat is makkelijk gezegd. Zoals Lorette zei: 'Als je ziek bent, hoop je toch dat je zoon een kopje thee voor je zet.' Pubers die grenzen gaan verkennen, drugs en drank, dat is wel ongelooflijk ingewikkeld voor een ouder die zelf ziek is, of net weduwnaar omdat zijn partner aan kanker is overleden."

Hoe gaat het nu met de kinderen uit de kankerklas?
"Drie van de vijf doen op dit moment eindexamen: Yoshi en Lisa hebben zonder vertraging het gymnasium doorlopen, Yaïr doet havo-examen. Indra is in de vijfde blijven zitten toen de ziekte van haar vader terugkwam. Ian zit in 5 vwo. Als je zo de balans opmaakt, doen ze het goed. Of de ziekte van hun ouders ze veranderd heeft? Dat is gissen, maar ik vind ze wel heel zelfstandig, snel volwassen. Ze kunnen goed verwoorden wat ze vinden en voelen. Ik geloof niet dat ik op mijn zeventiende zo diep nadacht over de dood en het leven."

Pubers die grenzen gaan verkennen, drugs en drank, dat is wel ongelooflijk ingewikkeld voor een ouder die zelf ziek is



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Als zij Caroline op haar sterfbed bezoekt, praten ze vooral over Angry Birds, het com­pu­ter­spel­le­tje waaraan Caroline verslingerd is

Het is een zware last om kanker te hebben, maar ook om elke dag dapper te moeten zijn

Ik schreef 'Kankerklas' vanuit een riante positie: ik had 98 procent kans op een goede afloop. Maar het aan­kno­pings­punt voor de gesprekken was de enorme schok van de eerste keer

Pubers die grenzen gaan verkennen, drugs en drank, dat is wel ongelooflijk ingewikkeld voor een ouder die zelf ziek is