Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een bruggetje waar niets gebeurde

Home

Kustaw Bessems

Het zal wel nooit meer helemaal duidelijk worden of op 11 september op een bruggetje in Ede feest is gevierd door Marokkaanse jongeren, of niet. De politievoorlichter houdt een jaar later vast aan het persbericht van toen. Maar volgens de wijkagent is er ,,helemaal niets'' gebeurd. Marokkaanse jongeren voelen nog dagelijks de gevolgen.

Mevrouw De Kloet laat haar hond uit. ,,Overdag had ik het gehoord, tijdens een feestmiddag in de kerk. Dat er in Amerika iets afschuwelijks was gebeurd. Toen ik thuis kwam, hoorde ik ze lachen op het bruggetje, die jongens.''

Ze was niet boos, zegt ze. ,,Eerder verdrietig. Het was ongepast. Die jongens gingen vaker tekeer, maar nu wisten ze van de aanslag. Ik kan me voorstellen dat andere mensen de politie hebben gebeld.''

Het was vreemd om te zien hoe haar buurt vervolgens, op 11 september 2001, groot nieuws werd. De pers berichtte massaal over de Marokkaanse jongeren uit de wijk Veldhuizen A in Ede, die de aanslagen op de Verenigde Staten vrolijk hadden begroet. ,,Maar zo uitbundig als het op tv kwam, was het ook weer niet'' zegt mevrouw De Kloet. Vlak na die uitzending liep ze op straat. ,,Ik zag zo'n vrouw in uitheemse kleding en groette haar, heel hartelijk. Ik dacht: zo krijgen we geen problemen. En ik realiseerde me, door dat gedrag van die jongens, dat zij tegen die aanslagen misschien anders aankijken dan wij. Maar echt weten doe ik dat niet. De Nederlandse en de buitenlandse mensen groeten elkaar hier allemaal, maar verder gaat het contact niet.''

Het is een stille buurt, Veldhuizen A. Aan de noordrand van de stad, met anonieme, enigszins verpauperde flats en eengezinswoningen uit de jaren zestig. Er wonen 4500 mensen. Een derde is van 'niet-westerse' komaf, onder wie 760 Marokkanen.

De witte bewoners van Veldhuizen vertellen over het algemeen een gunstig verhaal, al wijzen ze er wel op dat het tot een jaar of twee geleden 'heel erg is geweest' in hun wijk. Maar ze zitten niet te wachten op een nieuwe golf van ellendige publiciteit. Iedereen kan zich nog de zwermen journalisten herinneren die hier vorig jaar rondzoemden.

Op de Marokkaanse jongens in de buurt heeft die aandacht een ander effect gehad. Zij praten het liefst helemaal niet meer. Twee jongens van een jaar of vijftien -hun namen willen ze niet zeggen- willen uiteindelijk wel vertellen waarom niet:

,,Nou, er is hier niks te zien, hè.''

,,Nee, het is hier rustig, alles rustig in de wijk.''

,,De media willen alleen maar een verhaal vertellen en dan zoeken ze een groep om dat verhaal over te vertellen.''

,,En ja, tuurlijk, nou kijken mensen snel naar Marokkanen, logisch, door de media. Maar dat is meer buiten de wijk.''

,,Er is hier niks gebeurd vorig jaar, niks.''

,,En wij hadden er ook niks mee te maken. Dus.''

Wie wil weten welke sporen de rel rond de feestende jongeren in Ede heeft achtergelaten, ontmoet weinig enthousiasme. Neem wijkagent Dirk Klein. Hij zegt dat er op 11 september 2001 in de wijk ,,helemaal niets'' is gebeurd. ,,Het was één groot mediacircus.''

Hulpverleners willen niet bemiddelen. Ze zijn bang dat Marokkaanse jongeren opnieuw iets zullen roepen waardoor Ede en de Marokkaanse gemeenschap negatief in het nieuws zullen komen. ,,Ze kunnen zo ongenuanceerd zijn'', zegt de plaatselijke jongerenwerkster. Haar baas bij de welzijnsinstelling praat ook liever niet over de kwestie. Er is wel iets gebeurd, zegt hij, iets dat te maken heeft met 'identificatie met de islamitische strijd', iets dat 'representatief is voor wat in Nederland gebeurt'. Maar de politie had er toch nooit een persbericht over moeten uitgeven.

Het moet ongeveer zo zijn gegaan: zo'n twintig Marokkaanse jongeren stonden, nadat de vliegtuigen zich in het World Trade Center in New York hadden geboord, op het bruggetje waar zij normaal ook rondhingen. Vijftien tot twintig omwonenden belden de politie omdat de jongeren hun vreugde over de aanslagen uitten. Toegesnelde agenten constateerden geen strafbare feiten en politievoorlichter Harry Munniksma stuurde een persbericht rond.

Munniksma blijft, een jaar later, bij die beslissing. ,,Het was een relatief eenvoudig incident. Er was overlast. De jongens waren zeer nadrukkelijk aanwezig. Er waren heel veel klachten. We wilden aan al die mensen uitleggen dat de politie niet kón optreden, omdat er geen overtredingen waren begaan. Anders zeggen mensen snel: de politie laat alles zoals het is.'' Hij stuurde het persbericht ook naar het ANP. Daarna verscheen het bericht in alle landelijke media.

,,Je maakt natuurlijk wel een inschatting. Maar de ophef die volgde hadden we nooit kunnen voorzien. Van buitenaf is men op de loop gegaan met het bericht.''

In het persbericht repte Munniksma over 'feestende jongeren' en schreef hij: ,,Dit gezelschap gedroeg zich uiterst opgetogen over de aanslagen in Amerika.'' Tegenover journalisten bevestigde hij dat de jongens Marokkaans waren. ,,Je kunt achteraf over formuleringen twisten, maar zó had ik het van de collega's ter plaatse gehoord. Er was hier natuurlijk wel iets aan de hand. Het persbericht zoals we dat op 11 september brachten, staat nog altijd.''

Enkele betrokken jongens zeiden later, onder meer in deze krant, dat ze zich van geen kwaad bewust waren. Een andere krant tekende op hoe op de dag na de aanslagen jongens in de wijk foto's van Osama bin Laden op bomen prikten.

,,Maar ik herinner me dat ik verbijsterd keek naar een nieuwsuitzending waarin beelden van Ede werden gevolgd door opnamen van feestende massa's in Palestina en Pakistan'', zegt wijkagent Klein in zijn kantoor. Het zit onder in de flat Luynhorst, pal naast het bruggetje. ,,We hebben toen nog samen met de Marokkaanse stichting Irshad een persconferentie gegeven om het beeld te veranderen, maar er leek niets tegen te doen.''

,,Het vertrouwen in de politie heeft toen een deuk opgelopen. Ik vind dat de Marokkaanse gemeenschap heel erg is geschaad. Marokkanen zeggen tegen mij: we vertrouwen jou wel, maar de politie Ede niet. Dan zeg ik: 'Ik ben ook de politie Ede'.''

De contacten waren juist zo goed. ,,We hadden een buurtvadersproject lopen, dat is gestopt. Kijk, de foto hangt nog aan het prikbord. Er zijn hier wel akkefietjes, dat wil ik niet verbloemen. Een aantal jaren terug was er behoorlijke criminaliteit -auto-inbraken, woninginbraken, bedreiging en intimidatie, overigens niet alleen door Marokkaanse jongeren. Maar we gingen juist de goede kant op.''

Klein krijgt deze maand een nieuwe baan. Hij wordt bij de politie contactpersoon voor alle allochtonen in Ede. ,,Ik eet ook vaak bij die mensen, drink er thee. Dat contact is gelukkig, ook in die moeilijke maanden, gebleven.''

Said el Bachrioui zat erbij, toen op die persconferentie. Hij is voorzitter van de stichting Irshad, die vaak als gesprekspartner namens de Marokkaanse gemeenschap optreedt. El Bachrioui verpersoonlijkt de 'deuk' waar agent Klein het over heeft. De Marokkaan wil 11 september het liefst vergeten, is bitter. ,,Tot 11 september was er een goede samenwerking met de politie. Als er iets gebeurde met de jongens, dan belden ze ons en gingen we er meteen heen. Overleg met de politie kap ik tegenwoordig af. Ik overleg niet graag met iemand die je elke keer naait.''

,,De emotionele schade is niet te herstellen. Overal waar ik de eerste maanden kwam, zeiden ze: jullie in Ede hebben gefeest op 11 september. Door 11 september, en later Pim Fortuyn, is duidelijk geworden hoe veel Nederlanders over ons denken. Nogal wat Marokkanen hebben nu iets van: waarom zouden we nog meedoen, wat heeft het voor zin?''

Al Bachrioui kwam na 11 september ben meer in gesprek met de jongens. Dat is winst. ,,Want eerder zat ik alleen maar met de politie te overleggen over hoe ze moesten worden aangepakt. Nu hoorde ik dat de politie zich vaak ook heel verkeerd opstelt. De jongeren worden getreiterd, geslagen. Jongens die zijn uitgeweest, worden 's nachts de hele weg gevolgd. Agenten zeggen: 'Dien geen klacht tegen ons in, anders vallen we je familie lastig'.''

,,Journalisten hebben ook deels schuld. Er zijn te veel negatieve berichten. De islam heeft zó'n slecht beeld gekregen. Alle moslims worden aangekeken op 11 september. Of ik geloof dat moslims de daders zijn? Het kán. Reken maar dat sommige moslims blij waren met de aanslagen. Ik vond ze afschuwelijk, maar ik ben wel ook tegenstander van Amerika.''

In Ede heeft de affaire tot ver buiten de wijk Veldhuizen A. zijn effect gehad. Burgemeester R. Robbertsen - benoemd na 11 september - zag verharding, 'aan beide kanten, bij Nederlanders en niet-Nederlanders'. Nu neemt dat gelukkig weer af. Hij constateert ,,dat iets feest is genoemd dat geen feest was. Het is enorm opgeblazen en het gaf een negatief, ongenuanceerd beeld van Ede. Een beeld waartegen ook ik nog elke week moet strijden.''

En de verhouding tussen de politie en de Marokkanen? Sinds kort is Hassan el Harrak de eerste Marokkaanse politieagent in Ede. Hij is 28, komt net van de politieschool en ging in mei voor het eerst de straat op. El Harrak is vooral politieman, maar hoopt wel een bindende rol te kunnen spelen. ,,Ik ken sommige van die jongens inmiddels. Ik maak wel eens een praatje met ze. Maar we staan aan verschillende kanten.''

Hij kan niet uit eigen ervaring zeggen of er iets is veranderd in Ede. ,,De jongens zeggen van wel. Ze geloven dat er nu eerder naar ze wordt gekeken. Ik zeg hen dan dat ik onder mijn collega's niet merk dat die de pik hebben op Marokkanen. Kijk, als je net vijf woninginbraken hebt gehad, let je scherper op. Als ergens dertig jongens staan op brommertjes, rijd je twee keer langs. Maar het gevoel van die jongens begrijp ik. Ik ben ook wel eens aan de kant gezet, dat ik dacht: gaat het nou om mijn oude auto of om mijn zwarte kop?''

Mevrouw de Kloet en haar hond hebben gezelschap gekregen van mevrouw van Boven, ook met hond. ,,Het waren pestkoppen, die jongens van 11 september, meer niet.'' De jongens zitten klem tussen twee culturen, denkt ze, ze hebben het niet makkelijk.'' Beide dames hebben het naar hun zin in de buurt. ,,Veldhuizen is echt heel fijn.'' En de jongens op het bruggetje, die moet je met respect behandelen. ,,Niet meteen zeggen: donder nou eens op van die brug -daar reageren ze heel slecht op- maar gewoon: 'hoi, jongens'. Dan maken ze vanzelf plaats en mag je er langs.''

Deel dit artikel