Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een bijbelsmokkelaar met moslimvrienden

Home

AGNES AMELINK

Hij staat op vertrouwelijke voet met Rosalyn Carter en Valérie Giscard d'Estaing, met Jasser Arafat en generaal Aoun. In 1967, nog voor zijn veertigste, publiceerde hij zijn levensverhaal, in het Engels: 'God's Smuggler'. Sindsdien zijn er wereldwijd tien miljoen exemplaren van verkocht, maar tot een vertaling in zijn moerstaal is het nooit gekomen. “Gelukkig maar”, zegt Anne van der Bijl, want succes is een valkuil. “Je leert er niks van. Je leert wel van falen.”

Van der Bijl is de grondlegger van Open Doors, een organisatie die in het geweer komt als christenen, waar ook ter wereld, om hun geloof in moeilijkheden zitten. Voor de 3 000 evangelische en reformatorische christenen, een doorsnee EO-publiek, die morgen in Barneveld het 40-jarig bestaan van Open Doors vieren, is 'brother Andrew' een bekende Nederlander. Zij steunen het werk dat Anne en zijn helpers doen van harte. Zo'n 30 000 hoofdzakelijk protestantse gelovigen vormen de Nederlandse achterban van Open Doors; wereldwijd zijn er 200 000 mensen die meebidden en -betalen.

'Open Doors with brother Andrew' heet de club in het buitenland. Zo'n persoonscultus doet het in Nederland altijd iets minder, maar Open Doors geeft grif toe dat ze Anne's naam graag aan hun akties verbinden. “Je zult nooit foto's zien van Anne van der Bijl die een grote menigte toespreekt', zegt de kwieke zestiger in zijn kantoor-aan-huis in Harderwijk. “Grote getallen zeggen niets. Invloed is alles, dat horen christenen te weten.” En die invloed bereik je alleen door persoonlijk naar mensen toe te gaan.

Sinds 1955 doet Van der Bijl dat. Toen reisde hij onder de vlag van een communistisch jeugdcongres naar Warschau en kwam daar in contact met enkele protestantse kerken. Hij merkte dat er een grote behoefte aan bijbels was. Van het een kwam het ander en zo ontstond 'Stichting de Akker is de Wereld', voor hulp aan de Lijdende Kerk. 'Kruistochten', heette de Stichting al gauw kortweg, naar hun blad. Enorme aantallen bijbels en andere christelijke lectuur werden in de loop der jaren naar landen achter het IJzeren Gordijn gebracht. De avonturen waarmee dat gepaard ging staan in 'Gods smokkelaar', dat leest als vrome soap. In zijn ijver voor de verdrukte christenen nam Van der Bijl het niet altijd even nauw met wetten en regels. Hij deelt bijbels uit aan iedereen en in alle omstandigheden. Daarmee maakte hij niet enkel vrienden. Zo liet hij zich in 1989 fotograferen met hoge geestelijken van de Russisch-orthodoxe kerk, aan wie hij symbolisch een miljoen Nieuwe Testamenten mocht overhandigen. De Russisch-orthodoxe kerk heulde met het regime dat de vrijheid van mensen beknotte. “Er zijn nog steeds mensen die het er niet mee eens zijn. Maar in de Sovjet-Unie vierden ze 1 000 jaar christendom. Toen mocht er ineens veel. Dit was een kans om het ijs te breken, die moesten we aangrijpen. Ik weet nog wel dat er ooit een man geschokt tegen me zei: 'je moet die-en-die baptistendominee in Rusland geen bijbels meer geven. Hij verkoopt ze voor 80 roebel per stuk!' Mijn reactie was toen: 'dan moeten we er veel meer brengen, dan gaat de prijs vanzelf omlaag'. Natuurlijk heb ik er geen controle over wat mensen met de bijbels doen die wij hun geven. Maar dat is hun verantwoordelijkheid tegenover de Heer.”

Ook op de kritiek dat Open Doors wel onmiddellijk in de bres springt voor christenen in nood, maar daarbij de verhoudingen wel eens uit het oog lijkt te verliezen (kritiek van christelijke kerken in Pakistan), heeft hij een eenvoudig antwoord: “Natuurlijk komen we ook op voor moslims als die met christenen vervolgd worden. Maar we zijn nu eenmaal christenen voor christenen. Als je een voetbalbond bent, ga je ook niet zorgen voor de schaatsenrijders.”

Sinds 1991 heeft Van der Bijls organisatie de blik bewust gericht op de moslimwereld; het omineuze 'Kruistochten' veranderde in 'Open Doors'. Fel bestrijdt Van der Bijl dat hij hiermee naadloos inspeelt op de angst voor het oprukken van de islam bij veel Nederlanders. “Ik weiger om een vijandbeeld te scheppen, want daarmee wakker je allerlei gevoelens aan. Hun fundamentalisme is een opwekkingsbeweging. Ze schamen zich omdat ze er een potje van gemaakt hebben. Het is ook een reactie op eeuwen vernedering. We hebben nooit enig respect opgebracht; we hebben ze geëxploiteerd, tot in de Golfoorlog toe.”

Van der Bijl zit ruwweg de helft van elk jaar in het buitenland. Hij preekt bij ondergrondse christelijke gemeenschappen in Saoedi-Arabië, reist naar Libanon, Egypte, Irak. Overal waar hij christenen kan bemoedigen. Maar ook de moslims zoekt hij op. “Want hoe kunnen ze ooit Jezus liefhebben als ze niet eerst mij liefhebben. Je moet het recht op hun aandacht verdienen. Dus moet je goede werken doen.” Niet dat Van der Bijl zijn geloof verzwijgt als hij bijvoorbeeld Palestijnse moslims ontmoet. “Ik begin altijd over het Boek. Daar hebben ze respect voor. Ooit zei sjeik Fadlallah van de islamitische Hezbollah tegen mij: 'jullie christenen hebben een probleem, jullie volgen Jezus Christus niet meer na. Jullie moeten terug naar het Boek. Maar wij moslims hebben ook een probleem. Wij volgen het leven van Mohammed niet meer na. Wij moeten ook terug naar het Boek.” Van der Bijl kent de Koran. Hij wil er niets onvriendelijks over zeggen. “Er staan een paar rotverzen in, maar die kun je in de Bijbel ook vinden. Wij moeten niet oordelen. Calvijn zei het al: 'wij moeten onwetend zijn van wat God ons niet heeft geopenbaard'.

Wie hem over zijn moslimvrienden hoort praten, verwondert zich haast over zijn populariteit bij orthodoxe protestanten. Gaat het hem dan toch niet om de verbreiding van het evangelie? “Ja, dat blijft altijd”, verzekert hij. “Wij moeten gewoon zorgen dat we eerder terug bij ons Boek zijn dan zij bij het hunne.”

Al is hij 68, Anne van der Bijl denkt niet aan stoppen. De tijd dat hij met een oude Kever propvol bijbels naar het oosten reed ligt achter hem, maar elke dag nog is zijn agenda gevuld. Ontmoetingen met groten en kleinen der aarde voor de goede zaak van het geloof. “Inderdaad, ik geniet ervan. Ik ga door tot het einde. Als iedereen dat zou doen, dan zouden we heel wat meer invloed hebben.”

Deel dit artikel