Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een beklemmende blik op de demonen van Shirley Jackson

Home

Shira Keller

Shirley Hardie Jackson © rv
Boekrecensie

De nieuwe vertaling van de laatste roman van Shirley Jackson (1916-1965), ook wel de koningin van de American Gothic genoemd, geeft een fascinerende en beklemmende blik op de demonen in haar hoofd. 

Waarom oh waarom sta jij de magazines toe zulke afschuwelijke foto’s van je te plaatsen?” schrijft Geraldine haar dochter, schrijfster Shirley Jackson, in 1962. Jackson is dan 46 jaar oud. “Als het jou al niet kan schelen hoe je eruitziet, waarom doe je er dan niet tenminste wat aan ter wille van je kinderen - en je echtgenoot.... Ik ben al de hele morgen zo verdrietig over hoe je jezelf hebt veroorloofd eruit te zien.”

Lees verder na de advertentie
Het zou vooral aan de moeizame moe­der-doch­ter­re­la­tie te wijten zijn dat de schrijfster haar hele leven kampte met ziekelijke onzekerheid

De foto waar Geraldine aan refereert staat in Time Magazine en begeleidt een laaiend enthousiaste recensie over Jacksons nieuwe boek ‘We hebben altijd in het kasteel gewoond’. Niet alleen Time prijst de roman (kortweg ‘Kasteel’) de hemel in; critici zijn het er unaniem over eens dat Jackson zichzelf overtroffen heeft met wat haar laatste voltooide werk zou zijn. Over die lof rept moeder Geraldine met geen woord.

Jackson schrijft terug: “Ik wou dat je ermee ophield te zeggen dat mijn man en kinderen zich voor me schamen. Ik leef een gelukkig en productief leven, ik heb veel goede vrienden, ik heb een behoorlijke status binnen mijn vakgebied en als ik beslis om wat dan ook aan mijn manier van leven te veranderen, dan zal dat niet komen door jouw gevit.” De brief gaat niet op de post. In plaats daarvan trekt Jackson zich met een flinke voorraad sterke drank, angstremmers en sigaretten terug in haar schrijfkamer, om die de daaropvolgende maanden niet te verlaten.

Volgens biografe Ruth Franklin is het vooral aan de moeizame moeder-dochterrelatie te wijten dat de schrijfster haar hele leven zou kampen met ziekelijke onzekerheid en angsten.

Tekst loopt door onder afbeelding

Of dat nu zo is of niet, het verklaart in ieder geval waarom moeders er in Jacksons werk wat bekaaid vanaf komen. Opvallend vaak is er sprake van moedermoord of de wens daartoe. 

Dreigende ondertoon

In ‘Kasteel’, dat 19 juni in vertaling verschijnt, is het niet alleen de moeder, maar de hele familie die eraan moet geloven: zes jaar voor aanvang van de roman aten de Blackwoods bramen met suiker als toetje en door die suiker zat arsenicum. Allemaal dood. Behalve de achttienjarige vertelster Mary Katherine (Merricat), haar zus Constance en een oude oom. Zes jaar na het drama wonen de zusjes nog altijd in de riante familievilla, omringd door een enorm, met hekken afgebakend landgoed.

Ze blijkt tot grote offers bereid om zich voor eens en voor altijd van de buitenwereld te ontdoen

Constance is, haar naam doet het al vrezen, een van de saaiste en oubolligste romanpersonages die ik ooit ben tegengekomen. De dagen brengt ze door met het lezen van kookboeken, het bespelen van de harp, het bereiden van maaltijden, het poetsen van het huis en tot vervelens toe lieflijk glimlachen naar haar jongere zusje.

Vertelster Merricat is de fantast, de avonturier, een tomboy die hutten bouwt met ongekamde haren en met modder besmeurde kleren. Ze wil naar de maan op een vliegend paard. Ze wou dat ze een weerwolf was. Zo’n kind.

Jackson beschrijft het leven van de twee zo mierzoet dat het wat karikaturaal aandoet:

“‘Echt lenteweer,’ zei Constance, en ze keek glimlachend in de richting van haar tuin.
‘Ik hou van je, Constance,’ zei ik.
‘Ik ook van jou, malle Merricat.’
[...]
‘Kan ik nog iets voor je doen?’
‘Nee, mijn lieve Merricat. Ga maar en vergeet je laarzen niet.’”

Dat Jacksons moeder altijd wel wat op haar dochter aan te merken had zal zeker niet meegeholpen hebben

Zodra de buitenwereld hun leventje binnendringt is het gelukkig uit met de suikerspinnentaal en krijgt Merricats stem een dreigende ondertoon. Twee keer per week moet ze naar het dorp voor de noodzakelijke boodschappen. Tijdens zo’n uitstapje fantaseert ze hoe de dorpsbewoners op straat liggen te creperen van de pijn en hoe ze vervolgens triomfantelijk tegen hun lijken schopt. Op vrijdagen komt een oude vriendin van de familie op de thee; ook zij wordt door het meisje smakelijk doodgewenst. Als op een dag Charles, een neef, voor de deur staat en geen aanstalten maakt weer te vertrekken, is het definitief uit met Merricats lievigheid. Ze blijkt tot grote offers bereid om zich voor eens en voor altijd van de buitenwereld te ontdoen. Dat leidt - zonder me verder schuldig te willen maken aan spoilers - tot een nogal verontrustende goede afloop.

Angst

“Ik denk dat mijn boeken als je ze allemaal achter elkaar zou leggen één lange documentatie zouden vormen van angst”, schrijft Jackson in haar dagboek. De emotie beheerste haar leven en is inderdaad de rode draad in haar werk. Het op de lezer overbrengen van dit gevoel lukte haar zo goed dat het haar - al komt er aan haar werk geen monster, zombie of bloederige onthoofding te pas - het stempel ‘horrorauteur’ opleverde. “Ach, hopelijk wordt mijn volgende roman een happy book”, verzucht ze keer op keer in haar notities. 

Dat Jacksons moeder altijd wel wat op haar dochter aan te merken had zal zeker niet meegeholpen hebben, maar ook los van Geraldine bleef de buitenwereld haar er maar op wijzen dat ze niet deugde. Op school was ze een buitenbeentje dat maar moeilijk vriendschappen sloot, in het dorp waar ze met haar man neerstreek moest men, zo meende Jackson tenminste, niks hebben van de intellectuele interesses van het echtpaar, dus ook daar voelde ze zich op zijn zachtst gezegd onwelkom. De ander stond voor Jackson steeds meer gelijk aan de vijand. Veilig voelde ze zich uiteindelijk alleen nog maar thuis. Een paar maanden na publicatie van ‘Kasteel’ ontwikkelde ze een hevige vorm van agorafobie, die haar verhinderde haar schrijfkamer te verlaten. Frappant is dat de roman al voordat Jackson zich uit het openbare leven terugtrok door critici werd geduid als een ‘fascinerende kijk op straatvrees’.

Niets joeg haar zoveel angst aan als dat gedeelte van haar eigen geest waar ze geen controle over had

“Afgezonderd te zijn, alleen te zijn, niet anders te zijn en zwak en hulpeloos en minderwaardig... en buiten te sluiten”, schrijft Jackson in een brief aan een vriendin als antwoord op de vraag hoe ze haar utopie zou omschrijven. In Jacksons ideale wereld, en dit gegeven vormt de spil van ‘Kasteel’, slaagt ze erin de buitenwereld buiten te sluiten. “Niet buitengesloten te worden, buiten te sluiten.” De twee situaties lijken identiek (namelijk: totale afzondering), maar voor Jackson vormt dit onderscheid - een kwestie van perspectief - een fundamenteel verschil; dat tussen nederlaag en triomf.

Eigen psyche

Maar meer nog dan over de spanningen met de buitenwereld gaat Jacksons werk, ook ‘Kasteel’, over het gevaar dat schuilt in de eigen psyche. “Vanochtend was de keuken zonnig en gezellig geweest en nu, vervuld van angst, zag ik dat het een deprimerende ruimte was”, laat ze Merricat opmerken. Niemand wist Jackson zo te dwarsbomen als zijzelf. Niets joeg haar zoveel angst aan als dat gedeelte van haar eigen geest waar ze geen controle over had. “Het is angst zelf, angst voor het zelf, waar ik over schrijf, angst en schuld en hoe die je identiteit vernietigen. ‘Kasteel’ gaat over mijn bang-zijn en mijn angst dat toe te geven.”

Niet de buitenwereld dus, maar iets wat zich in haar ophoudt. The demon in the mind noemt ze het, “een ander schuldgedreven bewustzijn dat maar door blijft leven in onze hoofden, iets wat we zelf creëren en nooit herkennen”.

Shirley Hardie Jackson © rv

In dat licht is het ook niet zo’n vergezocht idee ‘Kasteel’ te interpreteren als een allegorie over één enkele persoon; alle personages, zelfs het decor, als facetten van de schrijfster zelf. Neef Charles als de demon die moet worden uitgedreven. De Blackwoodvilla als de eigen identiteit, die koste wat kost beschermd moet worden en zelfs als met klimop overwoekerde ruïne meer waarde heeft dan welk ander onderkomen dan ook.

Van een happy book is het niet meer gekomen. Ironisch genoeg eindigt Shirley Jacksons verhaal, net als dat van Merricat en Constance, in een actieradius van enkele vierkante meters. Ze sterft op 48-jarige leeftijd in haar slaap aan een hartstilstand. Voelde ze zich die laatste maanden een balling in haar schrijfkamer of slaagde ze er ten slotte in de demonen, inclusief die in haar hoofd, buiten de deur te houden? In Jacksons universum is het een kwestie van perspectief. Ik hoop voor haar op het laatste. 

Drie Vergeten Schrijfsters

Op 19 juni verschijnen drie vergeten klassiekers van vrouwelijke schrijvers: ‘We hebben altijd in het kasteel gewoond’ (Shirley Jackson, inleiding Niña Weijers), ‘Mathilda’ (Mary Shelley, inleiding Hanna Bervoets) en ‘Lange Afstand Loopster en andere verhalen’ (Grace Paley, inleiding Nina Polak).

Shirley Jackson staat ook in de VS weer in de belangstelling. Komende zomer gaat de verfilming van ‘Kasteel’ in première, onder regie van Stacie Passon. In 2015 verscheen de biografie van Ruth Franklin: ‘Shirley Jackson, a Rather Haunted Life’.

Shirley Jackson

'We hebben altijd in het kasteel gewoond'
Vertaling: Rob van Moppes.
Inleiding: Niña Weijers.
LJ Veen; 208 blz. € 12,50

We hebben altijd in het kasteel gewoond Shirley Jackson (1916-1965) © RV



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Het zou vooral aan de moeizame moe­der-doch­ter­re­la­tie te wijten zijn dat de schrijfster haar hele leven kampte met ziekelijke onzekerheid

Ze blijkt tot grote offers bereid om zich voor eens en voor altijd van de buitenwereld te ontdoen

Dat Jacksons moeder altijd wel wat op haar dochter aan te merken had zal zeker niet meegeholpen hebben

Niets joeg haar zoveel angst aan als dat gedeelte van haar eigen geest waar ze geen controle over had