Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een bekering zonder lichtflitsen en donderslagen

Home

Agnes Amelink

Op zondag 13 februari 1938 liet de 16-jarige John Stott zich meetronen naar een bijeenkomst van de Christian Union. Voor de pupillen van de deftige kostschool van Rugby sprak daar de evangelist Eric Nash over de vraag van Pilatus: 'Wat moet ik dan doen met Jezus die de Christus genoemd wordt'.

Stott, jaren later: ,,Voor het eerst hoorde ik dat ik iets moest doen met Jezus. Dat was nieuw voor me. Ik had tot dan toe altijd gedacht: Jezus heeft gedaan wat hij moest doen, en ik hoef me daar alleen maar bij neer te leggen. Nu kreeg ik te horen dat je hem óf laf kon verwerpen, als Pilatus, óf hem persoonlijk kon aannemen en volgen.'

Diezelfde avond voor het slapen gaan knielde John neer en besloot hij bij wijze van experiment 'zijn hart te openen' voor Christus: ,,Ik zag geen lichtflitsen, hoorde geen donderslagen, voelde geen elektrische schokken door mijn lijf. Eerlijk gezegd voelde ik helemaal niets. Ik kroop gewoon in bed en viel in slaap. Nog weken en maanden later wist ik niet goed wat er met me gebeurd was.'

Deze bekeringsgeschiedenis van John Robert Walmsley Stott (geboren in 1921) is in twee opzichten kenmerkend. Allereerst is het een klassiek bekeringsverhaal. Zo gaat dat met 'evangelischen': ze weten dag en uur van hun 'wedergeboorte' te noemen. Via de EO zijn dergelijke verhalen bekend - God verandert mensen. Daarnaast is het ook een geschiedenis die John Stott ten voeten uit tekent: wel evangelisch, geen spektakel. Geen donder en bliksem waar het verstand bij stil staat. Anders dan veel op de Geest georiënteerde mede-gelovigen is hij wars van te veel emotie; geloven betekent niet de uitschakeling van het verstand.

Met die opvatting is John Stott ongetwijfeld het product van zijn opvoeding. Zijn vader was een wetenschappelijk ingestelde medicus en wat het geloof betreft bewust agnost. Zoon John moest naar het elitaire Rugby, een school waar de Engelse stiff upperlip zou zijn uitgevonden als hij nog niet had bestaan. Zijn bekering zorgde voor een breuk met zijn vader, voornamelijk omdat hij zich ook bekeerde tot het pacifisme; vader werkte als dokter voor de strijdkrachten.

Evangelist Nash had een uitgesproken afkeer van de seculiere wetenschappelijke wereld en hij ontfermde zich over de jonge Stott. Dat weerhield Stott er niet van in Cambridge indruk te maken met zijn studieresultaten. Na zijn letterenstudie besloot hij priester te worden. Anders dan de meeste evangelicalen die zich gewoonlijk gedeisd hielden op de theologiecolleges, ging Stott in discussie met zijn liberale leermeesters. Hij wilde zich niet neerleggen bij bestaande kloven in de kerk en in de christelijke wereld. Door die houding kon hij uitgroeien tot een van de invloedrijkste evangelicale theologen van deze eeuw. Want naam maakte hij niet niet vanwege zijn theologische opvattingen, die traditioneel zijn, maar vooral door zijn rol als bruggenbouwer. Zowel binnen de evangelische wereld als naar buiten heeft hij gezocht naar wat verenigt. Nog steeds gaat de eenheid hem aan het hart, getuige zijn recent verschenen Evangelical truth, een persoonlijk pleidooi voor eenheid (1999, Inter-Varsity Press).

Binnen de evangelicale wereld hamert hij op het belang van goede prediking. Van de neiging om de lofprijzing en aanbidding belangrijker te maken dan de verkondiging moet hij niets hebben. Goede prediking betekent voor Stott bovendien niet het uitsluitend gericht zijn op persoonlijke zaligheid. Goede uitleg van de Bijbel betekent ook de consequenties van het evangelie aanvaarden, maatschappelijke actie dus. Zo nam Stott stelling tegen kernwapens, tegen armoede en uitbuiting en voor milieubescherming.

Tegenstanders verweten hem dat die maatschappelijke betrokkenheid ten koste ging van de verbreiding van het evangelie, maar Stott hamerde er op dat de verlossing door het Kruis van Christus niet los verkrijgbaar is. Verkondiging van de blijde boodschap en sociale rechtvaardigheid horen onlosmakelijk bij elkaar.

Door deze stellingname kon Stott een belangrijke rol spelen op het Congres van Lausanne, waar in 1974 evangelicalen uit 150 landen bijeen waren. Vooral de pinksterchristenen uit Latijns-Amerika, waren, ongetwijfeld mede onder invloed van de bevrijdingstheologie, ontvankelijk voor deze boodschap.

Stott had volgens velen een cruciale inbreng bij de opstelling van de 'Verklaring van Lausanne'. Die behelst de oproep tot een wereldwijde campagne om mensen te bekeren, maar ook een aansporing aan de gevestigde kerken in het westen om het offer van de versobering te brengen. Alleen een rechtvaardiger verdeling van de rijkdom kan de blijde boodschap geloofwaardig maken.

De verklaring van Lausanne leidde tot een groter zelfbewustzijn van de jonge evangelicale kerken in de Derde Wereld, waardoor ook de verhoudingen binnen bijvoorbeeld de Wereldraad van kerken veranderde. Stott heeft zich nooit willen neerleggen bij de verdeeldheid tussen de oecumenische beweging en de evangelicalen, zoals hij evenmin de anglicaanse kerk ooit de rug toe heeft willen keren. Maar ondanks de radicaliteit van zijn politieke visie hield hij wat de theologie betreft vast aan de geopenbaarde waarheid van de Schrift, met als kern het Kruis. 'Het kruis van Christus' is ook de titel van één van zijn belangrijkste boeken (1986).

In moreel opzicht toont hij zich behoudend, getuige zijn uitspraak dat gelijkstelling van homoseksuele en heteroseksuele relaties door de anglicaanse kerk voor hem reden voor een breuk zou zijn. Zelf is Stott zijn hele leven ongetrouwd gebleven. Het celibaat beschouwde hij als een gave van God die hem in staat stelde zich zonder reserve te wijden aan de zaak van Christus. Of het aan zijn ongehuwde staat ligt, of aan zijn stijve Engelse opvoeding is moeilijk te zeggen, maar soms maakt hij een wat wereldvreemde indruk. In 1956 vierde hij Kerst in het gezin van Billy en Ruth Graham. In zijn sok met cadeautjes trof hij een pakje aan met een onbekend opschrift. Het begon veelbelovend met 'deo' en het vervolg deed denken aan een geschenk. Het godsgeschenk was een busje deodorant.

Stotts kerkelijke loopbaan is weinig opmerkelijk geweest. Op zijn 29e werd hij al rector van de parochie van All Souls in Londen, die hij zijn hele leven trouw bleef. All Souls diende wel als uitvalsbasis voor veel internationale contacten. Hij richtte het Instituut voor hedendaags christendom op, waar lezingen werden gehouden over allerlei actuele wetenschappelijke en politieke thema's, om de studenten weerbaar te maken. Verder besteedde hij veel aandacht aan het pastoraat onder studenten uit Derde Wereldlanden. Verschillenden ontmoette hij later opnieuw als leiders van hun kerken.

Deel dit artikel