Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Edward Brongersma 1911-1998

Home

JAN KUIJK

Aan de hand van het leven van de vorige week overleden criminoloog/schrijver Edward Brongersma is het verhaal van zestig jaar ontwikkeling en verandering in het Nederlandse geestesleven en mentaliteit te vertellen.

Eind jaren 70 was hij in het nieuws, toen ds. Alje Klamer hem voor de IKON-televisie in een pastoraal getint interview aan het woord liet met een pleidooi voor een tedere, niet door overmacht en seksualiteit beheerste pedofiele relatie tussen een volwassen man en een jongen.

Dat gesprek maakte grote indruk in het land en werd in een welwillende sfeer ontvangen en besproken.

Dat gesprek was Brongersma's coming out als pedofiel; een gesteldheid die hij heel lang heeft moeten verzwijgen. In de jaren vijftig - hij was toen Eerste Kamerlid voor de PvdA - was hij wegens het praktizeren van zijn pedofilie met een wat oudere jongen gearresteerd en veroordeeld, maar daaraan werd nauwelijk ruchtbaarheid gegeven.

Nadat hij zijn straf had uitgezeten, kon hij in de Senaat terugkeren, waar hij (een ervaring rijper) pleitte voor een humane strafrechtpleging en de geesten rijp wist te maken voor wijziging van de leeftijdsgrens voor pedofiele contacten. Het zijn allemaal gebeurtenissen, die in de tijd niet eens zo ver van ons af liggen, maar die vandaag volstrekt ondenkbaar zouden zijn - verhalen uit die Welt von gestern.

Brongersma was, los van dit alles, een boeiende man. Hij stond tot voor kort in het telefoonboek van Haarlem genoteerd als advocaat en procureur, maar hij is ook als criminoloog verbonden geweest aan het Pompe-instituut van de universiteit van Utrecht en hij liefhebberde op het gebied van de literatuur en de theologie, twee terreinen die hij gecombineerd vond in Chestertons detective-verhalen over father Brown - de Engelse priester die met een thomistisch geschoolde logica de misdaad te lijf ging en ingenieuze oplossingen vond.

Brongersma heeft, samen met zijn vriend Godfried Bomans, father Brown in Nederland populair gemaakt met zijn vertaling in de Prisma-reeks.

Die theologische (zeg liever: thomistisch-wijsgerige) belangstelling van Brongersma had oude wortels bij hem. In het boekje 'De kerk die mij boeide' uit 1953, waarin 'bekeerlingen' het relaas opschreven hoe zij de rooms-katholieke kerk hadden gevonden, is ook Brongersma aan het woord met een verhaal dat dezelfde geheimzinnige sfeer ademt als Reve's 'Werther Nieland.'

Brongersma vertelt daar hoe hij, samen met zijn oudere broer, in een religieus volstrekt onverschillig milieu opgroeide, maar hoe hij en zijn broer hunkerden naar religie en hoe zij helemaal buiten hun ouders om in het huis een religieuze underground (de 'herboren Apostolische Kerk') hadden gesticht. Daar heeft zijn broer hem als zevenjarige gedoopt (met water met een scheut inkt er door - want dat was de grote fout van het christendom: het doopte met zuiver water).

Vlak voor zijn achttiende verjaardag en een week na het behalen van zijn eindexamen in 1929 trad hij in de benedictijnen-abdij in Oosterhout (waar zijn broer inmiddels was ingetreden) toe tot de rooms-katholieke kerk -als één van de vele schrijvers en intellectuelen die in de jaren dertig in heel West-Europa dezelfde stap zetten.

Brongersma heeft deze stap niet stil gehouden. Na de oorlog publiceerde hij een amusante apologie 'De bekrompenheid van het katholicisme' (in de trant van Chestertons 'Orthodoxie') en toen in de jaren vijftig minister Mulderije van justitie zei dat humanistische zielzorg in de gevangenissen 'stenen voor brood' zou betekenen, ging Brongersma in een boekje 'Stenen voor brood' de discussie aan met de humanist Noordenbos.

Het zal in de jaren zeventig geweest zijn, toen op de redactie van Trouw dringend de behoefte werd gevoeld het zoveelste eeuwfeest van Thomas van Aquino te vieren en de kerkredactie tobbend omzag wie dat enigszins leesbaar zou kunnen doen en ik - met mijn geringe vertrouwen in bevoegde theologen en wijsgeren -- Brongersma's naam opperde.

Ik moest hem meteen maar bellen voor een afspraak. Brongersma's reactie was ijskoud: hij had het allemaal achter zich gelaten en wilde er niets meer mee te maken hebben.

Ik legde hem toen nog de vraag voor: “Wat is er in vredesnaam met uw generatie gebeurd? Zij heeft alles van Pius XII geslikt; wat heeft die brave Paulus VI nu misdaan?”

“Een interessante vraag”, zei hij, maar een antwoord kreeg ik niet. Pas tijdens een gesprek dat ik in 1985 met hem had, kon ik de vraag herhalen en kreeg ik het antwoord dat ik had kunnen vermoeden: de kille en onpastorale houding van de rooms-katholieke kerk ten opzichte van de seksualiteit had hem op dit punt alle grond ontnomen. De kerk kon hem niet meer boeien.

Deel dit artikel