Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eddy Bruma, Surinaams nationalist 1925 - 2000

Home

Jan Kuijk

Eddy Bruma, de maandag overleden Surinaamse advocaat en oud-minister, is verzekerd van een plaats in de geschiedenis van het Surinaamse nationalisme. Maar anders dan kleurrijke tijdgenoten als Johan Adolf Pengel en Jagernath Lachmon heeft hij nooit een brede volksbeweging op gang kunnen brengen.

Met zijn onmiskenbare charisma had hij, vooral in de jaren '50 en '60, grote invloed. Maar hij heeft velen van zich vervreemd door zijn wantrouwig en autoritair optreden. Bruma's nationalisme was bovendien vóór alles een zaak van de Creoolse bevolkingsgroep - en dan nog speciaal de donker gekleurde Creolen. De lichter getinten, en de Hindostanen, de Javanen, de blanken, de indianen, ja zelfs de Boslandcreolen (die toch de oudste, achttiende-eeuwse papieren) vielen buiten zijn gezichtsveld.

Bruma vertegenwoordigde deSurinaamse tak van wat in de Franse ex-koloniën in Afrika de nègritude heet. Wie het scherper wil zeggen kan ook een lijn trekken naar de Black Power.

Zijn politieke carrière begon al vroeg als pleegkind van de onderwijzer Johan Wijdenbosch, vader van de latere president Jules. In de oorlog, als Amerikaanse troepen Suriname min of meer bezetten wegens het strategische bauxiet, komt hij voor het eerst in conflict met de Nederlandse gouverneur Kielstra, die hem vastzet in fort Zeelandia. Zijn (korte) internering verdiept zijn haat jegens de Nederlanders.

Hij ziet overal onderdrukking van het (Creools) eigene, ook van de taal. Juist het Sranan Tongo gebruikt Bruma als hefboom voor een nationalistische beweging. Hij sticht Wie Eegie Sanie (onze eigen zaak) -een culturele vereniging, die zich uitsluitend bedient van het Sranan Tongo. Bruma discussieert, doet aan jeugdwerk, schrijft gedichten en toneelstukken, en kneedt een kader van leeftijdgenoten.

Het verwijt dat zijn beweging - met de verheerlijking van het (Creoolse) ras en de (Surinaamse) bodem, en zijn autoritaire leiderschap - niet vrij is van fascistische smetten, kan hem niet van de gekozen weg afbrengen. Als hij in de jaren '50 in Nederland rechten studeert aan de VU, neemt hij zijn beweging mee, en zaait hier bij zijn landgenoten het zaad van de nationalistische republiek.

Enige dankbaarheid voor zijn vorming ten spijt, groeide zijn weerzin tegen Nederland en de Nederlanders in Amsterdam. Hij is dan ook nooit meer terug geweest. Terug in Suriname sprak hij alleen maar om zakelijke redenen met Nederlanders, en ontliep bijvoorbeeld Nederlandse journalisten zo veel mogelijk.

Zijn invloed in Suriname -positief, later ook negatief- was onmiskenbaar. Maar in de praktische politiek bleef hij marginaal. Hij zat jaren als eenling voor zijn eigen Partij Nationalistische Republiek in de Staten. In 1973 ging hij een coalitie aan met Henck Arrons NPS. Bruma's partij kreeg drie ministerszetels in Arrons kabinet, hijzelf op economische zaken.

Het is achteraf verbazingwekkend dat er in 1974 nog Nederlanders waren die vreemd opkeken toen op 14 februari 1974 het babinet-Arron in zijn regeringsverklaring meedeelde te zullen streven naar onafhankelijkheid van Suriname per ultimo 1975. Bruma's nationalistische republiek kreeg op die manier 25 jaar geleden haar gestalte.

Bruma heeft nooit een gewapende opstand gepredikt, maar het revolutionaire sentiment was deze jurist, gevormd aan de ooit nog zeer anti-revolutionaire VU, niet vreemd. Na de coup van Bouterse belastte president Ferrier hem met een regeringsopdracht. Daarmee zorgde hij in zekere zin voor een legitimatie van Bouterse's coup.

Op de achtergrond bleef hij zijn invloed aanwenden, zeker ook toen zijn pleegbroer Jules Wijdenbosch president was. Maar zijn gezondheidstoestand was toen al niet te best. Drie weken geleden werd hij overvallen in zijn huis. Aan de schedelbasisfractuur die hij daarbij opliep, is hij, 75 jaar oud, overleden.

Deel dit artikel