Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ed van der Elsken: een leven lang verliefd (op de camera)

Home

Joke de Wolf

Beethovenstraat, Amsterdam, 1967. © Ed van der Elsken / Nederlands F

Parijse clochards, nozems, provo's, jongeren en heel veel vrouwen, liefst deels ontkleed. Fotograaf Ed van der Elsken (1925-1990) legde ze allemaal vast. Het Amsterdamse Stedelijk Museum komt met een overzichtstentoonstelling van zijn werk.

Op één moment lijkt het alsof de liefde voorbij is, de magie verdwenen. Toch komt hij bij haar terug en blijft hij zijn jeugdliefde, de fotocamera, de rest van zijn leven trouw. Na de wereldreis, die hij samen met zijn tweede vrouw Gerda van der Veen in 1959 maakte, lukt het hem niet om een uitgever voor zijn fotoboek te vinden, de televisie lonkt meer. Van der Elsken zegt te stoppen met de fotografie, en besluit alleen nog maar films te maken. Maar bij 'Hee... zie je dat?', zijn afscheidstentoonstelling als fotograaf in het Stedelijk in 1966, is de crisis alweer voorbij. Avenue, een nieuw Nederlands maandblad met veel ruimte voor foto's en reisverhalen, vraagt hem reportages te maken en zijn wereldreisboek, 'Sweet Life' wordt alsnog uitgegeven. En is een succes.

Lees verder na de advertentie

Ed van der Elsken, geboren in Betondorp, wilde eigenlijk beeldhouwer worden, net als zijn vader. Maar als hij oud genoeg is voor de kunstacademie is het 1943, oorlog, en moet hij onderduiken om de arbeidsdienst te vermijden. Hij komt terecht in Noord-Brabant. Daar, een jaar later bij de bevrijding van Zuid-Nederland, ziet hij dankzij de Amerikanen de eerste fototijdschriften. "Ik had nog nooit foto's gezien, afgezien van de smerige nazi-propaganda. En ik wist meteen: verhalen vertellen in foto's, dat wil ik ook."

Naar Parijs

Hij doet een schriftelijke cursus fotografie, heeft een eerste baantje als ansichtkaartfotograaf in de Rosse Buurt en spaart zoveel geld dat hij een goede camera kan kopen, een Rolleiflex. Hij wordt lid van de GKf, de Nederlandse vakvereniging van fotografen, opgericht door geëngageerde verzetsfotografen als Cas Oorthuys en Emmy Andriesse. Maar zo idealistisch als zij wordt Van der Elsken niet, en ook voor mooie plaatjes - de kunstfotografie - is hij te rusteloos. Hij gaat zijn eigen gang en vertrekt naar Parijs.

(Tekst loopt door onder afbeelding.)

Vali Myers in Parijs, 1953. © Ed van der Elsken / Nederlands F

Daar loopt hij zijn kans op een goedbetaalde baan als glamourfotograaf meteen mis. Van der Elsken maakt, gekleed in korte broek, en met blote voeten in zijn sandalen - 'heikneuter, achterlijke uit de klei getrokken zak' verfoeit hij zichzelf later - kennis met 'Monsieur Giron', hoofdredacteur van het chique maandblad L'album van de Figaro. Giron, volgens Van der Elsken 'een van de aardigste mensen die ik ooit heb ontmoet' kijkt door de eigenzinnige verschijning heen naar de foto's, en ziet talent.

Op de foto lijkt Orson Welles het al niet helemaal te vertrouwen met die eigenaardige fotograaf

Een paar dagen later sommeert Giron de Nederlander onmiddellijk naar de redactie te komen: hij heeft een spoedopdracht. Van der Elsken woont op dat moment samen met fotografe Ata Kandó, die de enige goede camera uit het huishouden nodig had voor een bruidsreportage. Dus neemt Van der Elsken een dertig jaar oude platencamera zonder sluiter mee naar de Champs-Elysées.

Daar poseren Orson Welles en de vrouw van mode-ontwerper Jacques Fath in de studio. Op de foto lijkt Welles, armen over elkaar, het al niet helemaal te vertrouwen met die eigenaardige fotograaf. En terecht: rechtsonder zit een grote donkere vlek: de hand van Van der Elsken die de dop weer op de lens probeert te zetten.

Vrouwen

Ed van der Elsken kiest liever zelf de onderwerpen die hij met zijn geliefde fotocamera's vastlegt. De clochards en bohémiens in Parijs, de nozems, provo's en jazzmuzikanten in Amsterdam of sumoworstelaars en maffiosi in Japan. En overal waar hij komt fotografeert hij zijn tweede grote liefde, bij voorkeur van dichtbij, deels ontkleed, en teder: vrouwen.

Zelfportret met Ata Kandó, Parijs, 1953. © Collectie Ed van der Elsken estate, Nederlands Fotomuseum

Ongeneeslijk ziek

De foto's en reportages, de komende tijd te zien in het Stedelijk, zijn van dichtbij genomen, zonder flits. Van der Elsken praat met de mensen van achter zijn lens, werpt ze complimentjes toe zodat ze éven opkijken en glimlachen, of geeft ze zelfs ronduit aanwijzingen over hoe en waar te gaan staan. En hij komt zelf ook zo nu en dan in beeld, dankzij een bewust gekozen spiegel of winkelruit. Hij drukt de foto's donker af, met vaak de hoofdpersoon extra uitgelicht.

Voor zijn eerste boek, 'Een liefdesgeschiedenis in Saint-Germain-des-Prés', componeert hij een volledige, dramatische verhaallijn. Vali Myers, een charismatische Australische die het centrum vormt van een groep internationale, door de oorlog getekende jongeren, speelt de hoofdrol. Het verhaal, voorzien van teksten van Van der Elsken zelf, verscheen eerder in een tijdschrift, in boekvorm komt het in 1956 in het Nederlands, Engels en Duits in de handel. De Franse uitgevers wagen zich niet aan het duistere boek, maar internationaal maakt het de tongen los. Punk-icoon Patti Smith laat later weten dat het boek, en vooral de natuurlijke stijl van Vali Myers, haar grote inspiratiebron is geweest.

(Tekst loopt door onder afbeelding.)

Ata Kandó controleert een fotoafdruk bij een lamp, Parijs, 1953. © Ed van der Elsken / Nederlands F
Jongeren zijn op zoek naar een houding. En die zoektocht, die gepaard gaat met opvallende kleding en opstandig gedrag, legt hij vast.

Op zoek naar een houding

Jongeren hebben zijn hele leven zijn speciale aandacht. Jonge mensen zijn op zoek naar een houding, zegt hij zelf, en die zoektocht, die gepaard gaat met opvallende kleding en opstandig gedrag, legt hij vast.

Van der Elsken reist de wereld over, maakt reportages in bijvoorbeeld Centraal-Afrika, waar hij, vreemd genoeg, juist op zoek gaat naar de 'primitieve mens', foto's van auto's en andere moderne invloeden komen niet door zijn selectie.

Vanaf 1979 geeft hij zijn oude, vaak ongebruikte negatieven opnieuw uit. In 'Amsterdam! Oude foto's 1947-1970' en 'Parijs! Foto's 1950-1954' krijgt de lezer een ruime blik achter de schermen van het leven van de fotograaf en de totstandkoming van zijn eerdere boeken. Vali Myer, met wie hij dan opnieuw contact heeft, vertelt wie van de jongeren, toen in Parijs, het wél overleefden, de meesten zijn overleden aan een overdosis of zelfmoord. Het Amsterdamboek blijkt, naast de reportages van de opstandige jeugd, ook een aanklacht te bevatten tegen het verdwijnen van de Joodse geschiedenis. Als hij weet dat hij ongeneeslijk ziek is maakt hij zijn laatste film, 'Bye', waarop hij zijn ziekteproces vastlegt. Hij blijft de camera, zijn grootste liefde, trouw tot aan de dood.

De tentoonstelling 'Ed van der Elsken: De verliefde camera' is te zien van 4 februari tot 21 mei. Het EYE Filmmuseum vertoont in die periode een aantal van zijn films.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Op de foto lijkt Orson Welles het al niet helemaal te vertrouwen met die eigenaardige fotograaf

Jongeren zijn op zoek naar een houding. En die zoektocht, die gepaard gaat met opvallende kleding en opstandig gedrag, legt hij vast.