Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dwars op haar eigen Verlichtingspad

Home

Lodewijk Dros

Mohammed een perverse tiran, de islam een achterlijk uitgangspunt. Forse uitspraken van Ayaan Hirsi Ali jagen het religiedebat in Nederland aan. Moslimorganisaties willen haar laten vervolgen. Dat hoeft moslim & integratie niet te belemmeren. Maar Hirsi Ali staat het verlichtingsideaal dat ze bepleit, in de weg.

In Nederland is 'smalende godslastering' sinds 1932 strafbaar. Daar valt ook het afgeven op Mohammed onder, want de godsdienstige gevoelens gelden als ijkpunt te nemen, en die zijn zoals bekend zeer kwetsgevoelig.

In de jaren zestig kreeg een student nog een boete omdat hij Jezus 'amateur-ombudsman' had genoemd en een 'door zelfstudie opgeklommen timmermanszoon'. Een paar jaar later beroerde Gerard Reve de natie door God als een ezel te omschrijven, welke hij de hoefjes omzwachtelde vooraleer met hem naar bed te gaan. Reve werd van godslastering vrijgesproken.

De gang naar de rechter kunnen moslims zich in de kwestie-Hirsi Ali dus wel besparen. Toch is te hopen dat ze het proberen, om te horen hoe de vrijheid van El-Moumni evenzeer bescherming verdient als die van Hirsi Ali. Zo zijn Hirsi Ali's uitspraken wel degelijk bevorderlijk voor de integratie en krijgen moslims net als christenen een beetje eelt op hun ziel.

De uitlatingen van Hirsi Ali passen een kamerlid niet, menen critici. Maar iets vergelijkbaars is vaker voorgevallen, en niet met de minste. Het was PvdA-voorman Joop den Uyl, ex-gereformeerd, die de paasmorgen van 1986 opluisterde met een aanval op het christelijk volksdeel. Dat matigde zich een morele superioriteit aan. Dat beklemde de samenleving. En na Auschwitz stelde het nog steeds geen 'grenzen aan de lariekoek' als het de almacht Gods beleed.

De reacties waren grotendeels furieus. Den Uyl kwetste en zette groepen tegen elkaar op, terwijl een politicus toch zou dienen te verenigen. In deze krant stonden vijftig lezersbrieven, met vooral veel verontwaardiging erin. Men was 'ten zeerste geschokt'.

De commotie deed denken aan de afschuw die Gerard Reve teweegbracht. Of diens broer Karel, die de oudtestamentische God voor 'een schurk' versleet 'die zich liet ophemelen', een 'opperwezen van een ongelooflijke slechtheid'. Rudy Kousbroek beschrijft in 'Hoger honing' (1997) dat hij op godsdienstkritische artikelen brieven kreeg 'van helpers van God (...) die de wrake Gods over mij afroepen: die komt beslist, misschien niet onmiddellijk, het kan even duren, maar op termijn is er geen ontkomen aan'. Het lijkt op de reacties die Hirsi Ali ten deel vallen. Toch zijn er verschillen.

Ten eerste is er uit de bekritiseerde groep ook bijval. Naast verontwaardiging was er de roep om zelfonderzoek. Want Den Uyl was niet gek. Het godsbeeld van botte almacht lag juist in die jaren onder vuur. Kuitert baarde opzien door het afwijzen van politieke prediking en wees christelijke ethiek als zodanig af.

Volgens Hirsi Ali lukt het 'ons moslims' niet 'naar onszelf te kijken', schreef ze vorig jaar in Letter & Geest. Die waarneming wordt bevestigd door de reacties tot nu toe. In plaats van te bewijzen dat een negenjarig meisje huwen geen perversie is (kom daar nu eens om), en het uitmoorden van honderden niet tiranniek, komt een ander wapen te voorschijn. Het is ooit effectief benut in het sovjetsysteem: de psychiater. Hirsi Ali is gek.

Het tweede verschil is dat de afschuw die Hirsi Ali oproept zich niet alleen op haar eeuwig zielenheil richt en op vervolging door justitie, maar een gevaarlijke wending neemt. Zoiets was Rudy Kousbroek eerder ook al opgevallen. ,,Bespotten mag niet, want dat roept geweld op.'' Dat is gevaarlijk, dus worden moslims ontzien, stelt Kousbroek.

Terwijl christenen maatschappelijke hoon, columnistenstront en dédain van intellectuelen van zich hebben leren afschudden, hebben moslims nog te weinig eelt op hun ziel. 'Ayaan' moet, aldus een opgewonden discussie op Maghreb.nl, 'als een zwijn afgeknald', dan wel gestenigd, zegt Nisrine76, kennelijk een moslima van midden twintig, want zoveel houdt ze van de Profeet. ,,Zeg nou eens eerlijk: het zal niet als een verrassing komen als ons het nieuws bereikt dat er een aanslag op Ayaan is gepleegd, daar vraagt ze gewoon zelf om. En daar zou ik gewoon vrolijk van worden.''

Ze heeft kennelijk haar hoop gevestigd, niet alleen op een hellegang van Ayaan maar op een bespoediging van die reis, niet door Allahs ingrijpen middels bliksem, maar door een handlanger van de Almachtige. Het doet denken aan een fatwa, zo een die Rushdie op 14 februari 1989 trof en voor welks tenuitvoerlegging velen Allah een handje wilden helpen. Rushdie moest onderduiken. Hirsi Ali ook.

Waarom haalt Hirsi Ali zich dit allemaal op de hals? Ze heeft, aldus haar boek 'De zoontjesfabriek' (2002), een 'Verlichtingstaak' en wil onder moslims ('wij moslims', schreef ze toen nog) de 'balans tussen religie en rede' herstellen. Dat ze daarin nog niet erg slaagt, komt niet zozeer door de rellen die ze veroorzaakt. Daar hoeft ze zich als aanstaand kamerlid trouwens weinig van aan te trekken: zestien jaar na dato heet splijtzwam Den Uyl de bedenker van de uitspraak waarmee Job Cohen schermt: 'De boel een beetje bij mekaar houen'.

Hirsi Ali's makke ligt elders en is wezenlijker dan haar verachting van Mohammed: haar visie op religie. ,,Ik heb niets tegen religie als bron van troost'', aldus Hirsi Ali in 'De zoontjesfabriek', ,,maar ik wijs religie af als ijkpunt van moraal, als richtsnoer voor het leven''. Ze sluit aan bij filosoof Paul Cliteur, die eerder stelde dat het christendom voor de moraal overbodig is.

Maar hoe gelovigen ook van mening verschillen over het eigene van hun ethiek, religie te amputeren tot een troostleverancier doet geen recht aan wat religie doorgaans is: zin- en richtinggevend, dus mét moraal. Criminoloog Chris Rutenfrans weet de 'culturele verloedering' en toegenomen criminaliteit aan 'de vervanging van de goddelijke door de menselijke grondslag' van de moraal. Toch kent ook religie verdedigers van de amorele (niet: immorele!) godsdienst.

Hirsi Ali heeft een nog dieperliggend bezwaar tegen religie: de religie zelf. ,,Het minimumprogramma van alle monotheïstische geloven: vrouwen zijn tweederangs, homoseksuelen moeten net als andersdenkenden eigenlijk worden doodgeslagen, geboortenbeperking is een abominatie'', schreef Kousbroek. Voeg er angst voor Allah bij en het is alsof je Hirsi Ali leest. Volgens Kousbroek is er ,,maar één werkelijke uitweg uit dit moeras, en dat is dat alle partijen hun kop onder de kraan houden en zeggen: We geloven niet meer. Weg met die onzin.''

Die conclusie heeft Hirsi Ali ook getrokken, begin vorig jaar, na lezing van het 'Atheïstisch Manifest' van Herman Philipse. Met onder anderen Cliteur, Maarten 't Hart en Kousbroek vertegenwoordigt hij een ongelovigheid die het best valt te typeren als 'Verlichtingsfundamentalisme'. De heren hebben een paar trekken gemeen. Bij de bestrijding van religie houden ze het meest van de SGP-variant van christendom, de 'reincultuur' van het geloof. Of je erin gelooft of niet: dat is de ware. Eraan morrelen is taboe, want, aldus Kousbroek, geloven is net als zwanger zijn: een beetje gaat niet.

Voor de 'zuivere' gelovige kunnen de Verlichtingsfundamentalisten nog wel waardering opbrengen. 'Onaanvaardbaar' (Kousbroek) is iemand die er gematigdere opvattingen op nahoudt. Dat maakt de volgende uitspraak van Hirsi Ali duidelijk: ,,Balkenende, de wetenschapper, de man die moest leren weerleggen om tot een bepaalde waarheid te komen, gelooft dat de wereld in zes dagen is geschapen? Dat Eva gemaakt is uit de rib van Adam? Dat bestaat niet. Wetenschappers geloven niet. Ik ben ervan overtuigd dat Balkenende geen christen is.''

Hirsi Ali vertoont hier een typisch fundamentalistentrekje: iemand de maat nemen. Het gros van de Nederlandse christenen neemt de Bijbel niet zo letterlijk, accepteert homo's, gunt vrouwen hun plaats in de gemeente, al heeft Paulus het nog zo verboden.

Het zou emancipatrice Hirsi Ali als muziek in de oren moeten klinken, maar ze wil het niet horen. Niet orthodox genoeg, 'geen christen', maar 'in wezen atheïst'. Met deze maatstaf manoeuvreert ze zich in een onmogelijke positie. Strenggelovigheid is afkeurenswaardig en onredelijk, godsdienst die het moderne denken verdisconteert, is geen religie. Zo is de 'balans tussen religie en rede' niet te herstellen en staat Hirsi Ali haar zelfgeformuleerde 'Verlichtingstaak' (zeg maar: een gematigde islam) in de weg.

Deel dit artikel