Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Duurzame vis uit troebel water

Home

REPORTAGE | KEES DE VRE

Nederland is belangrijk als importeur voor Vietnamese pangasius. Die vis wordt steeds duurzamer gekweekt.

Ze meet amper anderhalve meter, maar is wel de grootste kweker van pangasius in Vietnam, en daarmee ter wereld. Truong Thi Le Khanh (51) is een en al ondernemingslust, een eigenschap die haar in het communistische Vietnam een miljoenenbedrijf - Vinh Hoan - heeft opgeleverd. Over de hele wereld drijft ze handel in de riviervis. Het aloude ingrediënt van het Vietnamese menu is nu ook zeer gewild in westerse keukens.

Khanh praat graag over haar levenswerk. In haar kwekerij aan de boorden van de Mekongrivier neemt ze een klein visje in haar hand en legt uit hoe deze 'vingerling' van zo'n tien weken na de bevruchting eerst in een broederij is opgekweekt. Het moederdier laat twee maal per jaar 1,2 miljoen eitjes los. Slechts twintig procent daarvan redt het tot aan het vingerlingstadium. "Dat is best veel", zegt ze tegen haar Nederlandse gasten. "Gemiddeld gaat het om 12-14 procent. Dat ligt aan onze zorg voor het water en het voer."

Met kwieke stappen en haar hoofd bedekt met de traditionele Vietnamese zonnehoed loopt Khanh langs de dertien kweekvijvers. Kuilen zijn het eigenlijk, van zo'n 75 bij 75 meter en 4 meter diep. Het water is troebel, net als de Mekong die er pal langsloopt. "De Mekong is een modderige rivier, daarin gedijen de panga's erg goed", legt Khanh uit. In die kuilen zijn de verschillende stadia van de panga ondergebracht, aangegeven op bordjes met hoeveelheden en groottes. "Elk groeistadium heeft zijn speciale voer. Een vingerling heeft ander voer nodig dan een volwassen dier." Terwijl ze dat zegt, knikt ze naar een werknemer en vaart er een houten vlot met tientallen zakken voer de vijver op. Als de bootsman de korrels over het water uitgooit, steekt er een orkaan op van happende bekken en zwiepende staarten.

"Visvoer is het belangrijkste onderdeel van de pangakweek", zegt de Nederlandse viswetenschapper Roel Bosma in een hotel in Ho Chi Minhstad. "Visvoer bepaalt voor zeventig procent de kosten. Visvoer bepaalt ook in grote mate de waterkwaliteit van de visvijvers en daarmee de duurzaamheid van deze activiteit." Wageninger Bosma werkt in Vietnam aan het SuPa-project -sustainable (duurzame) pangasius - waarbij de Vietnamese en Nederlandse overheid, de vissector en wetenschappers in beide landen zoeken naar verduurzaming van de pangasiuskweek.

Die samenwerking is niet toevallig. De viskweeksector - behalve pangasius vooral garnalen - is voor Vietnam van groot economisch belang. Het is na textiel en olie de derde sector in grootte. Alleen al de pangakweek is goed voor 220.000 banen en ruim een miljard dollar aan exportinkomsten. Europa is de grootste afzetmarkt, met Nederland als een van de belangrijkste spelers. In de Nederlandse supermarkten is de panga een grote hit, met steil groeiende verkoopcijfers de laatste tien jaar.

Die snelle groei heeft wel zijn keerzijde. In tien jaar is de Vietnamese panga-sector vertienvoudigd, met alle problemen van dien. Bosma: "Laat ik vooropstellen dat tachtig procent van de pangakwekers voldoet aan de westerse normen van voedselveiligheid en werkt aan duurzaamheid. De pijn zit in die laatste twintig procent. Een rijstboer verdient in Vietnam 500 euro per jaar. Die ziet zijn viskwekende buren soms 15.000 euro per vijver verdienen. Logisch dat veel rijstboertjes hun land omploegen tot vijver en zonder veel kennis van zaken aan de slag gaan. Dat komt de voedselveiligheid en de duurzaamheid niet ten goede. En daar lijdt de hele sector onder."

Westerse supermarkten, niet zelden op stang gejaagd door verhalen over milieuvervuilende viskweek in Vietnam, eisen steeds vaker duurzaam gekweekte vis. De Vietnamese overheid wil op haar beurt een van haar goudhaantjes niet verliezen en zet druk op de sector om zich te verbeteren.

Er wordt door alle betrokkenen hard gewerkt aan het ASC-keurmerk, het label voor duurzame kweekvis, zoals het al ingeburgerde MSC-label dat is voor wilde vis. Roel Bosma is daar nauw bij betrokken. "Waterkwaliteit is de sleutel. Het niet opgegeten voer wordt voornamelijk opgenomen door het water, slechts vijf procent zakt in de bodem. Als we voer kunnen ontwikkelen dat langer blijft drijven dan wordt dat beter opgegeten en zal het water minder vervuilen. Ook economisch heeft dat voordelen. Omdat er minder teloorgaat, heb je minder van dat toch al dure voer nodig."

Daarnaast proberen Bosma en zijn collega's korrels te ontwikkelen die de vis sneller verzadigen, zonder dat de kwaliteit vermindert. Bosma: "Dan heb je minder voer nodig om een kilo vis te produceren. Die omzetting is bij kweekvis erg belangrijk. Bij de panga is het al erg gunstig. We zitten bij bedrijven als Vinh Hoan van mevrouw Khanh al op 1,6 kilo voer voor een kilo vis, maar 1,4 kilo is al gauw haalbaar. Bij zalm bij voorbeeld is voor de productie van een kilo kweekvis al snel 2 à 3 kilo wilde vis nodig. En vergeet niet dat de panga amper vis eet. Zijn voer bestaat voor 92 procent uit plantaardig materiaal als soja, cassave en tapioca. Daarmee is de kweekpanga zelf al behoorlijk duurzaam."

Als de vingerlingen van Vinh Hoan het volwassen gewicht van een kilo hebben bereikt, na een half jaar in de vijvers te hebben doorgebracht, gaan ze per schip naar de verwerkingsfabriek stroomopwaarts. Bij deze tocht van een uur gaan Khanh en haar gasten per snelle boot voorop. Met het hoofd in de wind uitkijkend over de brede Mekong, wijken de gedachten aan de panga al ras voor televisiebeelden van een verre oorlog en films als 'The Deerhunter' en 'Apocalypse Now'. Pas bij het aanmeren blijkt weer de werkelijkheid van veertig jaar later. Economische belangen hebben kogel en kanonneerboot verdreven.

Toch is er bloed, vissebloed, als de verse vis onmiddellijk na het uitladen onder het mes gaat. Binnen in een grote, koude hal staan honderden jongens en meisjes van top tot teen ingepakt in witte kledij de vis te fileren, bewerken, in te vriezen en te verpakken. In 3,5 uur is de verse panga veranderd in een diepgevroren filet en in plastic gehuld met de naam van het importerende bedrijf er al op. Een van die bedrijven is het Nederlandse Queens dat er prat op gaat Nederland aan de panga te hebben gekregen.

De band tussen Queens en zijn Vietnamese partner Vinh Hoan is innig, vertelt directeur Harry Hoogendoorn. Niet te innig? Vinh Hoan blijkt de enige toeleverancier van Queens, en het gaat daarbij om grote hoeveelheden. "Ik ben me ervan bewust dat deze band een risico inhoudt. Ik heb ook wel een paar keer bij andere bedrijven rondgekeken, maar kom toch steeds weer terug bij Vinh Hoan. Zij zijn gewoon de beste in deze wereld. Ze hebben de hele keten in eigen hand: kweek, voer, verwerking. En ze sturen in al hun activiteiten op voedselveiligheid en duurzaamheid. Ze voldoen aan alle westerse productcertificaten en zijn klaar voor het duurzame kweekvislabel ASC. Dat heeft zijn prijs, want daarom zijn ze ook de duurste, maar hun verhaal spreekt me erg aan."

Blijft de vraag of de afnemers van Queens, de supermarkten, bereid zijn meer te betalen voor de duurzame ASC-pangasius. Hoogendoorn: "De managers duurzaamheid staan te juichen, maar hun inkoopcollega's gaan over de prijs. Die moet ik zien te overtuigen. Met de duurzame pangasius van Vinh Hoan lever ik een topproduct. Dat productieproces is wat duurder. De klant moet dat weten en dus het verhaal erachter goed te horen krijgen, want ik ga niet twee soorten kwaliteit aanbieden. Duurzame vis is voor mij de norm."

Deel dit artikel