Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Duurzaamheid moet een religie zijn

Home

Willem Schoonen

Willem Schoonen

De aanhangers van het streven naar duurzaamheid vormen een beweging die Trouw-redacteuren Lodewijk Dros en Wilfred van de Poll hebben doorgelicht in hun groene catechismus. Zij leggen een religieuze onderstroom bloot bij de voortrekkers in het groene denken. Duurzaamheid als groen geloof.
Je zou misschien verwachten dat deze twee theologen blij zijn met hun bevinding. Maar het tegendeel is waar: zij hebben bedenkingen tegen de visie van de 'visionairs' in de Duurzame Honderd, zoals Klaas van Egmond, Herman Wijffels en koningin Beatrix.
Ik vind dat religieuze aspect juist aantrekkelijk. En zelfs onmisbaar.

Een generatie geleden, in 1974, verscheen een boekje van H.M. Kuitert, waarvan de strekking zoals die in de titel werd samengevat rechtovereind staat: 'Zonder geloof vaart niemand wel'. Kuitert schreef hoe de mens moed put uit religie, hoe hij daar zekerheid aan ontleent. 'God' is 'het Al': niet te overzien, maar wel iets waar je zin aan ontleent en waardoor je aan de wereld werkt in het vertrouwen dat je op de goede weg bent.

Aan het groene denken komt geen God of Al te pas. In de groene catechismus is die rol weggelegd voor de Aarde, met een hoofdletter (alleen in een enkele excentrieke stroming wordt ze ook echt als een god aanbeden). Het groene denken is een seculier geloof.
Dit geloof kent een apocalyps: door toedoen van de mens dreigen ecologische rampen. Het heeft een erfzonde: de mens vervuilt al in de wieg. En het heeft een heilsverwachting: het leven op aarde kan beter worden dan het nu is. Het groene denken heeft een missie: geloof daarin en leef ernaar. Dat is niet altijd makkelijk en soms mis je het zicht op het waarom, maar je opdracht is niet zinloos, zij dient een doel. Het vooruitzicht van het eeuwige leven is in het groene geloof ingeruild voor het aards geluk dat je beleeft als je goed doet en in evenwicht leeft met anderen en met je omgeving.

Als het streven naar duurzaamheid een religieus karakter heeft, dan kan het niet pretenderen honderd procent wetenschappelijk te zijn. Dat kun je betreuren, maar ik denk dat het winst is. Omdat enkel wetenschap armoede zou zijn.
Want waarom zou je alleen in beweging komen als er wetenschappelijke bewijzen zijn, bijvoorbeeld voor de rol van de mens in het opwarmen van de aarde? Waarom zouden veranderingen in gedrag alleen op rationele gronden tot stand moeten komen? Er kunnen zoveel meer gronden zijn: schoonheid, plezier, naastenliefde, de overtuiging het goede te doen. Of, inderdaad: religie.

Veranderingen in levensstijl en maatregelen om vervuiling tegen te gaan en emissies te beperken hebben een prijs. Als ze meer zouden opbrengen dan ze kosten, zouden we die maatregelen vanzelf nemen, ook zonder dat er schade aan enig ecosysteem is aangetoond.
Wetenschappelijke bewijzen rechtvaardigen die kosten; als die bewijzen niet te leveren zijn, dan is het uitgeven van veel geld voor bijvoorbeeld milieumaatregelen niet gerechtvaardigd en komt de actie niet van de grond. Dat is beleid, gebouwd op feiten: fact based politics.
Dat klinkt goed, het is ook prachtig, en het bewijst wat een machtig middel wetenschap kan zijn.

Neem de kennis over de ozonlaag. Scheikundigen toonden aan wat niemand voor mogelijk hield: dat freonen, stoffen die op aarde met geen enkele andere stof wilden reageren, dat hoog in de atmosfeer wel deden. Dat had dramatische gevolgen voor de ozonlaag die het leven op aarde beschermt tegen UV-licht van de zon.
De bewijzen waren zo overweldigend dat de freonen, die het prima deden als koelmiddel, in recordtempo werden uitgebannen. Succesvolle fact based politics.

Maar het kan ook een zwaktebod van jewelste zijn. Kijk naar het drama van het IPCC, het wetenschappelijk panel voor klimaatonderzoek van de Verenigde Naties. Jarenlang debatteerden onderzoekers in alle rust in het IPCC over de invloed van de mens op het klimaat. Toen gingen politici, die pijnlijke maatregelen aan de man moesten brengen, zich op hen beroepen. Daardoor kwam het IPCC-panel onder een vergrootglas te liggen.

Iedere twijfel die daar klonk, werd aangegrepen om maatregelen uit- of af te stellen. De twijfel, die inherent is aan ieder wetenschappelijk discours, werd een politiek feit. Dat krijg je met fact based politics; die baseert zich op wetenschappelijke feiten, maar kan niet omgaan met de onzekerheid die inherent is aan iedere wetenschap.

De bruikbaarheid van fact based politics moet daarom gerelativeerd worden. De wetenschap levert materiaal dat maar tot op zekere hoogte bruikbaar is voor bestuurders en politici. Als zij werk willen maken van duurzame ontwikkeling hebben ze meer nodig dan wetenschappelijke feiten. Zij moeten het vermogen hebben duidelijk te maken dat de weg naar duurzaamheid de goede is voor de mensheid, ook als de wetenschappelijke bewijzen daarvoor (nog) niet sluitend zijn.

En er is meer. De aarde, haar ecosystemen en haar natuurlijke rijkdommen zijn collectieve goederen, ze behoren niemand toe maar zijn van ons allemaal. Overheden en particulieren kunnen delen van die natuurlijke rijkdom in bezit hebben, en eruit halen wat erin zit, maar de verantwoordelijkheid voor het geheel, en voor de toekomst van dat geheel, is een collectieve. Het probleem met zo'n collectief goed is dat niemand de neiging heeft ervoor te zorgen. Waarom zou je?

Bij eenvoudige collectieve goederen - een vuurtoren, een snelweg - is de oplossing snel gevonden: we roepen een overheid in het leven die belasting int en het onderhoud op zich neemt. Maar de zorg voor het collectieve goed 'aarde' overstijgt verre de reikwijdte van de overheid. Die moeten alle aardbewoners samen opbrengen. Hoe kunnen we daartoe bewogen worden?

In China is dat eenvoudig; als de overheid het idee heeft dat er meer energie wordt verbruikt dan goed is, vaardigt zij het bevel uit dat iedereen binnen een maand zijn oude, energieslurpende koelkast moet vervangen door een nieuwe. Bij ons kost het jaren van boetseren aan meerderheden en draagvlak om de gloeilamp te vervangen door spaarlampen.

Maar goed, ik ga ervan uit dat wij ons lot niet in handen willen leggen van een totalitaire staat. En de wetenschap, dat betoogde ik al, is beperkt bruikbaar. Het collectieve goed dat de aarde is, overstijgt rationeel wetenschappelijk denken. Voor dit grote collectieve goed kan geen mens ongevoelig zijn. Hij is tenslotte een sociaal dier.
Zijn gevoel voor het collectief kan niet leven op wetenschap alleen, met alle twijfel en onzekerheid die daarbij horen, maar heeft ook de rotsvaste overtuiging nodig dat het goed is de naaste lief te hebben en te zorgen dat we deze planeet heel houden zodat ook ons nageslacht er leven kan, ook zonder wetenschappelijk bewijs dat we naar de ratsmodee gaan.

Zonder geloof vaart niemand wel, zoals Kuitert het formuleerde. Die religieuze component van het groene geloof is gebaseerd op kernwaarden van het christendom, en van tal van andere religies. Hoe zou groen denken hieraan voorbij kunnen gaan? Het is meer dan wetenschap. En zijn opdracht strekt ook verder.
Het streven naar duurzaamheid is niet alleen bittere noodzaak, wil de mensheid overleven, maar het kan ook een nieuw idealisme in de samenleving brengen, een idealisme dat mensen verbindt. Bovendien voorziet het zelfs in een behoefte, na een tijdperk waarin de Grote Verhalen zijn verdrongen door individualisme en hedonisme. En belangrijker: dit is wat vele religies, van het natuurgeloof van de Germanen tot het christendom, hebben willen doen: de mens in evenwicht brengen, niet alleen met het Al, maar ook met zijn soortgenoten en zijn leefomgeving.


Willem Schoonen (1958) studeerde milieuhygiëne in Wageningen.
Hij is hoofdredacteur van Trouw.

Deel dit artikel