Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Duitse pedagogische eros in een Amsterdams cultuurcentrum

Home

Frank Ligtvoet

Freundesfest in april 1994 in het centrum Castrum Peregini, met in het midden Percy (l.) en Wolfgang (r.) © Archief Castrum Peregrini Amsterdam
essay

In Castrum Peregrini was misbruik van jongens heel gewoon, zo ondervond Frank Ligtvoet aan den lijve. Over de mecenas van deze Amsterdamse cultuurkring, Gisèle van Waterschoot, is een onthullende biografie verschenen.

De afgelopen maanden woedde in Duitsland een mediastorm over beschuldigingen van het decennialange seksueel misbruik van jongens en jongemannen binnen het Amsterdamse Castrum Peregrini, de kring rond de Duitse emigrant en schrijver Wolfgang Frommel. Onder meer de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeiting, Die Welt, Die Zeit en tv-zender ARD besteedden aandacht aan het misbruik, dat plaatsvond onder de vlag van de ‘Pedagogische Eros’.

Lees verder na de advertentie

De beschuldigingen krijgen nu een serieuze fundering in Annet Mooij’s meeslepende biografie van de rooms-katholieke aristocratische kunstenares Gisèle van Waterschoot van de Gracht. Zij was de mecenas, huisgenoot en trouwe vriendin van Frommel (1902-1986). Hoewel Gisèle, blijkens de biografie, wist dat seks onderdeel van Frommels vriendschapsmodel was, heeft zij hem daar vermoedelijk nooit mee geconfronteerd. ‘Pedagogische eros’ was naar het schijnt ook voor haar een afdoende dekmantel.

Ik werd onderdeel van een organisatie die seksueel misbruik formaliseerde

Maar wat hield die opvoedende liefde eigenlijk in en waar kwam die vandaan? Frommel kon teruggrijpen op een rijke Duitse traditie.

De Duitse criminoloog Hans Muser deed in de jaren twintig in Duitsland onderzoek naar jongensprostitués en hun ‘homoseksuele initiatie’. In veel gevallen bleek die initiatie te hebben plaatsgevonden in jeugdorganisaties. Een van zijn informanten was een jongen die daarin zelf was misbruikt, en die op oudere leeftijd zijn eigen jeugdgroepen begon. Daarbij gebruikte de man inwijdingen, kampvuren en geloftes om de hogere samenhang van zijn groepen te bekrachtigen, schreef de criminoloog, zijn informant ‘stelde zijn mannen de herenliefde als iets hoogs en nastrevenswaardigs voor’. Maar zijn ‘mannen’ waren jongens, en hun initiatie was gezien hun leeftijd niet homoseksueel maar pedoseksueel van aard.

Romantische vriendschap

De journalist Christian Füller beschrijft bovenstaande case in een van de eerste hoofdstukken van ‘Die Revolution missbraucht ihre Kinder’ uit 2015. Dat boek gaat over seksueel kindermisbruik in de protestbewegingen in de jaren zestig en daarna, maar het verhaal van de jongensprostitué dient als illustratie bij de voorgeschiedenis van dat misbruik in Duitsland. Volgens Füller was in de eerste decennia van de vorige eeuw binnen de romantisch angehauchte Duitse jeugdbeweging - zoals in onder andere de groep de Wandervogel - het seksueel misbruik wijdverbreid. Het verhaal laat ook zien hoe dat misbruik gemotiveerd werd, of beter: genormaliseerd, namelijk door het te onderschikken aan ‘hogere waarden’.

In Duitsland was een hele richting opgebloeid waarin de intieme relatie tussen leraar en leerling centraal stond

Maar niet alleen in de jeugdbeweging werd seksueel misbruik elitair verpakt: in Duitsland was een hele pedagogische richting opgebloeid waarin de persoonlijke en intieme relatie tussen leraar en leerling centraal stond. De romantische vriendschap tussen mannen uit de negentiende eeuw werd in de twintigste eeuw als het ware omgevormd in een educatief systeem. Lichamelijk contact - in theorie in het nette - was onderdeel van die relatie.

Castrum Peregini aan de Herengracht. © Archief Castrum Peregrini Amsterdam

De belangrijkste grondlegger van deze ideeën was Gustav Wyneken (1875-1964). Hij gaf die praktisch vorm in een in 1906 opgerichte kostschool, de Vrije Schoolgemeenschap Wickersdorf. Waar het de leraar-leerling verhouding betrof verwees deze Reformpädagogik naar de oude Grieken, naar Plato’s ruim twee millennia oude tekst ‘Symposium’. Daarin wordt de pedagogische eros beschreven, de opvoedende liefde van een man voor een jongen; een liefde die de jongen in zijn jeugdjaren moest opleiden tot wijsheid, of tenminste tot een succesvol burger in de Griekse polis.

Deze Reformpädagogik veroorzaakte een eindeloze reeks pedoseksuele schandalen, beginnend bij Wyneken zelf tot aan de misselijkmakende misbruikzaken in de Odenwaldschule. In dat exclusieve Duitse internaat zijn vanaf de jaren zestig zeker honderd leerlingen misbruikt. Maar zelfs na dit schandaal en dat over Frommel, zijn er in Duitsland en Nederland nog altijd verdedigers van de pedagogische eros, onder wie Frommels neef Melchior Frommel, en voormalige adepten van Castrum Peregrini, de esoterische mannenclub waarin de Platonische vriendschap het hoogste goed was.

Wolfgang Frommel en PercyGothein in 1944. © rv

Ik heb ook lang in de pedagogische eros geloofd. Ik kwam er als student midden jaren zeventig in Amsterdam mee in contact door een verliefdheid op een jongeman. Mijn geliefde had zelf ook weer een oudere Duitstalige geliefde, en de laatste had contact met Wolfgang Frommel, de grondlegger van Castrum Peregrini.

Ik was in mijn laatste tienerjaren verdwaald in een wereld waarin de uitzonderlijkheid van de homoseksualiteit me verwarde; de rol van gedoemde outsider kon ik niet goed aan. Homocultuur was toentertijd op zijn best tegencultuur, maar werd toch veelal als amoreel of lachwekkend gezien, speelde zich ondergronds, in achterkamers en in pissoirs af, en was tot 1971 in bepaalde gevallen strafbaar. Ik ging uit in bars die in die jaren eigenlijk allemaal nog Incognito heetten. In een paar begrippen gevat was homoseksualiteit voor mij: het COC, De Odeon Kelder, Wim Sonneveld, Gerard Kornelis van het Reve, Adriaan Venema, James Baldwin, Albert Mol, Henk Elsinks ‘Harm met de harp’ en Artikel 248bis uit het wetboek van strafrecht.

Castrum leek een uitweg te bieden: hoewel mijn verhoudingen met mijn beide oudere vrienden homoseksueel waren, was homoseksualiteit ondergeschikt aan Vriendschap met een grote V. Homoseksualiteit werd bij Castrum als iets minderwaardigs beschouwd en het woord liet ik - laf - uit mijn vocabulaire verdwijnen. Mijn stap in de Castrumwereld pakte positief uit: mijn letterenstudie liep goed, mijn beperkte educatie werd vooral door de oudste van mijn nieuwe vrienden pedagogisch-erotisch uitgebreid met poëzie, kunst, Italië en Griekenland.

Maar die stap bleek ook een pact met de duivel. Ik gaf niet alleen mijn zelfstandigheid, hoe wankel die ook was, op in ruil voor de veilige beschutting van een sekte, ik werd ook onderdeel van een organisatie die seksueel misbruik van jongens formaliseerde, normaliseerde en promootte, al had ik daar toen geen idee van.

Goddelijke versie

Pedagogische eros is een Duitse aandoening. Natuurlijk kennen we de term Platonische liefde ook in Nederland. In de literatuur duiken namen op als Jan Kneppelhout met zijn essay ‘l’Education par l’Amitié’ en Albert Verwey met de sonnettencyclus ‘Van de Liefde die Vriendschap heet’.

Maar Duitsland is het land van de pedagogische eros, en dat concept vond zijn literaire hoogtepunt in de dichter Stefan George (1886-1933). Hij sacraliseerde die liefde in de vergoddelijking van een jongen die hij in het begin van de vorige eeuw in München op straat was tegengekomen en onder zijn hoede nam. Deze Maximilian Kronberger zou na zijn vroegtijdige dood op 16-jarige leeftijd George’s ‘Maximin’ worden; een strak georganiseerde bundel van honderd korte gedichten, ‘Der Stern des Bundes’, was de formalisering van Georges goddelijke versie van pedagogische eros. Die bundel vormde bovendien een soort handleiding voor het opvoeden van een jongen door een oudere vriend, om hem uiteindelijk deel te laten zijn van een kring van uitverkoren mannelijke vrienden.

Wolfgang Frommel was een George-adept. Hij kopieerde diens uiterlijk, levensstijl en opvoedingsmodel. In de jaren twintig begon hij ook, in navolging van George, met de vorming van zijn Kreis. Hij deed dat samen met zijn oudere vriend Percy Gothein, die als beeldschoon 14-jarig jongetje door George zelf was gespot en werd ingelijfd in díens kring, en later om zijn al te opzichtige normoverschrijdende seksuele gedrag weer werd verstoten.

Dichter Stefan George. © Hollandse Hoogte

Frommel en Gothein waren succesvolle ‘vissers’ van jongens die - zouden we nu zeggen - gegroomd werden volgens de regels die George had uitgezet. Zo rekruteerde Frommel in het begin van de jaren twintig in Berlijn de 13-jarige Billy Hilsley, een fragiel mooi jongetje dat zich later zelf zou ontwikkelen tot een misbruiker eerste klas. 

Zijn tweede grote jongensliefde zou de misschien nog wel mooiere 14-jarige Friedrich Buri worden, die hij in 1933 ontmoette in een Frankfurtse jeugdgroep van Joodse Hitler-supporters, Schwarzes Fähnlein - een club die geleid werd door een verovering van Gothein, namelijk Buri’s oudere broer Kurt. In 1937, wanneer het voor de niet-Joodse nazisympathisant Frommel moeilijk wordt in Duitsland te blijven door zijn homo- en pedoseksualiteit en zijn liefde voor Joodse jongens als Billy en Buri, vertrekt hij. Via Italië en Frankrijk belandt hij ten slotte in Nederland, waar hij de Duitse pedagogische eros introduceert.

Billy had daar al eerder kwartiergemaakt, op een omineuze plek: hij is - jong en enthousiast - muziekleraar op de Quakerkostschool Eerde in Ommen geworden, die was opgericht voor bemiddelde Duits-Joodse kinderen voor wie onderwijs in Duitsland onmogelijk was geworden. Deze school, die na de oorlog verhuisde naar het kasteel Beverweerd in Werkhoven, zou de ideale visvijver voor Frommel c.s. worden. Het seksueel misbruik op die scholen is goed gedocumenteerd, onder andere in een dit jaar verschenen interview met oud-leerling en Quakerschool-geschiedschrijfster Joke Haverkorn van Rijsewijk in Die Zeit.

Offerlam

Het misbruik heeft een plaats binnen Frommels opvatting van de op George geënte pedagogische eros. In een gedicht benadrukt George de tweezijdigheid van Eros. De ene kant is helder en licht: “ER ist Helle .. wenn er leuchtet”; de andere is duister: ‘HIJ is Donker en hij sleurt ons / in de stromen waarin wij huiveren / blind en dronken… kun je weten / waarheen HIJ met jou mij leidt?’

We weten heel goed waar Eros Frommel en de zijnen leidde. Daniël Boeke, zoon van onderwijsvernieuwer Kees Boeke, beschrijft zijn initiatie door Frommel in zijn memoir, ‘Bloomers in Heather’. Hij voelt zich als een ‘offerlam op het altaar van een erotische passie’, schrijft hij. De grotere context laat zien dat het hier om een rituele verkrachting gaat. Gisèle-biografe Annet Mooij duikelde die bron op, en vond ook in een brief een beschrijving hoe Frommel een andere ‘vriend’ weinig ceremonieel tot seks verleidde. Gezien de machtsverhouding tussen de oudere en de jongere was dat op zijn minst gedwongen seks, en het slachtoffer keek er later zeer negatief op terug.

Dichter bij huis. Mijn initiatie ging vrijwel geruisloos aan mij, die tot dan de promiscue zeden van de vroege jaren zeventig had gevolgd, voorbij. Maar degene die mijn beoogde jongere vriend was en nu mijn man is, beschouwt zijn mislukte initiatie door de oudste van mijn Castrumvrienden wel degelijk als een verkrachting, waarvan hij het trauma nog altijd met zich meedraagt. De normalisering van Frommels en Castrums seksuele praktijk onder de vlag van het Hogere ging erg ver; mij zijn zelfs gevallen bekend van incestueuze ‘opvoedingsrelaties’.

Gisèle en Wolfgang, begin jaren vijftig. © Archief Castrum Peregrini Amsterdam

Veel seks met jongens in de Frommelkring had trouwens helemaal niks met pedagogische eros te maken. Mooij’s biografie beschrijft een bezoek van Gothein aan Frommel en zijn vrienden in Amsterdam tijdens de oorlog. Een van hen oordeelde dat dat veel weghad van een bezoek aan een ‘jongensbordeel’. En dan waren er jongens die nooit deel werden van de Castrumkring en alleen de lust van die kring ervoeren, zoals Paul Visser, die heeft beschreven hoe hij als 12-jarige leerling van de eerder genoemde Beverweerdschool gedurende een jaar door Frommeladepten werd verkracht.

De claim to fame van Castrums pedagogische eros is dat een aantal Joodse jongens hun onderduik onder de hoede van Frommel overleefd hebben dankzij diens opvoedende erotiek. Na het lezen van Annet Mooij’s biografie en van nog ongepubliceerd onderzoek van anderen en mijzelf, geloof ik dat de twee jongens om wie het gaat de oorlog overleefd hebben ondanks Frommels (en Gotheins) erotiek, die de groep ook steeds in gevaar bracht.

Dat wil niet zeggen dat Frommel geen rol gespeeld zou hebben of dat hij zich niet moedig zou hebben gedragen. Zoals de biografie ook toont, maakte hij koelbloedig gebruik van zijn nationaliteit, zijn contacten in het Duitse leger en met vele anderen in Nederland en Duitsland om anderen te helpen. Hij stelde zijn leven in de waagschaal. Maar meer nog dan door Frommel zijn die jongens, en Frommel zelf, gered door zijn mecenas Gisèle, die haar huis beschikbaar stelde en privéopdrachten wierf en uitvoerde om haar verborgen en niet-verborgen vrienden onder wie Frommel te onderhouden. Die hulp werd beslist niet ingegeven door pedagogische eros, maar ontsprong aan haar ‘ordinaire’ heteroseksuele liefde - eerst voor Frommel, en haar vurige passie voor onderduiker Buri daarna. Dat alles is nu eindelijk na te lezen in Mooij’s biografie. 

Castrum Peregrini

Het centrum Castrum Peregrini, waarvan Gisèle van Waterschoot van de Gracht de voornaamste geldschieter was, bestaat nog steeds als cultureel centrum. In het pand aan de Amsterdamse Herengracht vinden culturele lezingen, uitwisselingen en exposities plaats. Ook de vertrekken van Giséle en van haar onderduikers zijn er te bezichtigen.

Biografe Annet Mooij heeft in het Castrum Peregrini een expositie ingericht over Gisèle van Waterschoot van de Gracht. Op de site van het centrum staat ook een interview met Mooij.

Het centrum meldt op zijn site ook dat het afscheid heeft genomen van het ‘anachronistische’ gedachtengoed van Wolfgang Frommel. Volgens ingewijden is daaraan hevige interne strijd voorafgegaan. Het huidige bestuur verwelkomt de discussies rondom Frommel, en ook het onderzoek dat historicus Nicole Colin (verbonden aan de UvA) doet naar Frommel en de kring rondom hem.

Auteur

Frank Ligtvoet (1954) studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Belandde in 1974 in de kring van Frommels Castrum Peregrini. Nam afstand van de kring nadat hij zijn huidige echtgenoot Nanne Dekking had ontmoet. Werkte na een loopbaan in de literaire wereld als cultureel attaché in New York. Hij woont daar nog steeds met zijn man en hun twee kinderen en publiceert onregelmatig in Nederlandse en Amerikaanse kranten en tijdschriften.

Lees ook:

De bespreking van de biografie over Gisèle van Waterschoot

Een indrukwekkende biografie van een betoverende groupie.

'Er wordt te weinig gedacht aan seksueel misbruik van jongens'

Ook jongens worden verkracht en uitgebuit. Maar het is lastig ze te vinden, laat staan ze te helpen. Watch Nederland werpt een lijntje uit.

Deel dit artikel

Ik werd onderdeel van een organisatie die seksueel misbruik formaliseerde

In Duitsland was een hele richting opgebloeid waarin de intieme relatie tussen leraar en leerling centraal stond