Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Duitsers zijn best wel oké

Home

CO WELGRAVEN

Na de val van de Muur raakte de relatie met de oosterburen in een dip. Tegenwoordig reizen we graag naar Berlijn. Net als Mark Rutte.

Welgeteld 329 dagen lagen er tussen de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989 en de hereniging van de twee Duitslanden op 3 oktober 1990. Volgens topambtenaar Peter van Walsum, destijds hoofd politieke zaken op het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag (en later ambassadeur in Duitsland), was het een periode "waarin wij bijna dagelijks aan ons gebrek aan invloed werden herinnerd".

Nederland had bij de hereniging een kwarteeuw geleden het nakijken, net zoals de meeste buurlanden van West-Duitsland en de DDR, dat was dan wel weer een troost. Het werd een zaak van deze twee landen zelf en van de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog: de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Frankrijk en Groot-Brittannië, het zogeheten 4+2-overleg.

Toch was de buitensluiting pijnlijk voor Nederland. Premier Ruud Lubbers had namelijk een maand na de val van de Muur tijdens een Europese top in Straatsburg openlijk zijn twijfels geuit over het samengaan van de twee Duitslanden. Was dat gelet op de geschiedenis wel zo verstandig, vroeg hij zich openlijk af, natuurlijk doelend op de nazi-tijd.

Bondskanselier Helmut Kohl voelde zich geraakt door de vraag. Alsof Duitsland in die geschiedenis was blijven steken. Een paar jaar later, in 1994, blokkeerde Kohl de benoeming van Lubbers tot voorzitter van de Europese Commissie. Daarbij speelde trouwens ook mee dat de bondskanselier verbijsterd was hoe de CDA-leider zijn opvolger Elco Brinkman had geschoffeerd door bij de Kamerverkiezingen in dat jaar niet op hem maar op minister Hirsch Ballin te stemmen. Hoe gaat iemand die zo omgaat met zijn politieke vrienden ons straks als voorzitter van de Commissie behandelen, zou Kohl in kleine kring gezegd hebben gezegd.

De verhouding tussen Duitsland en Nederland vóór en na die negende november 1989, en de veranderingen die ons land de afgelopen 25 jaar heeft ondergaan, beschrijft de historicus Hanco Jürgens uitvoerig in zijn boek 'Na de val'. Hij gaat niet alleen in op de politiek maar heeft het ook over sport (het trauma van de verloren WK-finale in 1974 en de halve wraak op het EK veertien jaar later), over cultuur, sociologie (hoe de verschillende generaties tegen de oosterburen aankijken), radio en tv, en de economie, met de beruchte Wasserbombe, zoals de waterige Hollandse tomaat in de jaren negentig in Duitsland werd genoemd.

Juist in die periode leek de relatie tussen Nederland en Duitsland te verslechteren. Er was voortdurend wrevel over en weer. Ruim een miljoen Nederlanders stuurden een briefkaart naar bondskanselier Kohl met de mededeling dat ze woedend waren over een racistische brand in Solingen. De Duitsers vonden het een affront: alsof zij zelf die brand niet scherp veroordeelden, laat die arrogante Hollanders ophouden met hun bemoeienis. Het weekblad Der Spiegel kwam met een negatief artikel over de westerburen onder de veelzeggende kop 'Frau Antje in de overgang'. Nederland was ziek, een machteloze maatschappij met een verwerpelijke gedoogcultuur.

Maar volgens Hanco Jürgens was er in feite niet zoveel aan de hand. De betrekkingen tussen Den Haag en Bonn (en later Berlijn) bleven goed, zeker politiek en economisch - zoals de journalist W.L. Brugsma het zei: Nederland was de moestuin en aanlegsteiger van Duitsland. De twee landen kunnen het tegenwoordig zelfs voortreffelijk met elkaar vinden. Illustratief is de lof van de Nederlandse pers voor de Mannschaft, die voetbalt beter dan Oranje. En er verschijnen boeken met als ondertitel 'Waarom we ineens van de Duitsers houden'.

Jürgens weet waarover hij schrijft: hij is verbonden aan het Duitsland Instituut in Amsterdam, beschikt over een vlotte pen, en doorspekt zijn betoog met talloze aansprekende voorbeelden en anekdotes. Zijn boek gaat niet alleen over de relatie tussen de twee landen, maar ook heel nadrukkelijk over de veranderingen - om niet te zeggen schokgolven - in de Nederlandse maatschappij sinds eind 1989, met twee politieke moorden als dieptepunt.

De schrijver haalt wel heel veel overhoop, verslikt zich soms in de hoeveelheid details waardoor je als lezer de grote lijnen van het boek niet meer ziet. Af en toe gaat het mis. Zo heet de vroegere CDA-minister van binnenlandse zaken niet Koos, maar Kees van Dijk. En Pim Fortuyn was niet betrokken bij de invoering van de ov-chipkaart, maar van de ov-studentenkaart.

Oud-premier Jan Peter Balkenende zal het boek met plezier lezen, hij krijgt van de auteur veel lof toegezwaaid. De man had een beroerde presentatie, net als Angela Merkel "die in haar eerste jaren als bondskanselier ook geen lieveling van de media was". Maar hij was een veel betere minister-president dan algemeen wordt aangenomen, in het buitenland werd hij wel degelijk serieus genomen. Hij wist op buitenlands terrein ook veel te bereiken. Zo mocht Nederland aanschuiven bij de G20, en Jaap de Hoop Scheffer werd secretaris-generaal van de Navo. Balkenende was een ideoloog, een man met een missie, een politicus die precies wist wat hij wilde, aldus Jürgens.

Ook Mark Rutte kan bij hem een potje breken. Hij signaleert dat de VVD-premier zich in toenemende mate op Berlijn oriënteert, ten koste van de traditionele trans-Atlantische relatie met Washington en Londen, die voor de partij van Rutte altijd heel belangrijk is geweest. De minister-president ligt erg goed in Duitsland, ook bij de christen-democraten van Merkel. CDU'ers gaven hem een hoge onderscheiding.

Het is een opvallende opstelling van Rutte. Want Nederland heeft zich de afgelopen 25 jaar, sinds de val van de Muur, cultureel gezien juist in toenemende mate op de Angelsaksische landen gericht: op universiteiten bijvoorbeeld, in het nieuws (Nederlandse journalisten lezen vooral Engelstalige bladen, geen Duitse) en zelfs in de politiek. Al voegt Jürgens daar meteen aan toe dat 'de politiek' nog steeds beseft dat Berlijn belangrijk blijft als je zaken wilt doen en invloed wilt uitoefenen. En in de financiële crisis van de laatste zes jaar is Nederland vooral opgetrokken met Duitsland.

Cultureel, is de conclusie van dit interessante boek, zijn we steeds meer op het westen georiënteerd geraakt, maar politiek gezien lopen de hazen in het oosten. "De wereldzeeën trekken nog steeds, maar de belangen liggen op het droge."

Hanco Jürgens: Na de val. Nederland na 1989.

Vantilt; 192 blz. euro 19,89

Deel dit artikel