Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dreigende stilte in Gbakara

Home

ILONA EVELEENS

reportage | Terwijl moslims en christenen er voorheen vreedzaam samenleefden, overheerst nu in de Centraal-Afrikaanse Republiek de chaos. In het christelijke Gbakara zit de schrik voor moslimmilities er nog goed in.

Het geluid van een naderende auto doet gesprekken verstommen. Argwanend kijken inwoners van Gbakara op van hun bezigheden. Kinderen staan eerst even stil voordat ze toegeven aan hun nieuwsgierigheid en enthousiast naar de ongeasfalteerde weg rennen die het dorp in tweeën snijdt. "De angst voor auto's zit er nog steeds in. De strijders van Seleka kwamen altijd in pick-up trucks", merkt Marie Mboisona op.

Zij is de vrouw van het dorpshoofd Felicien, een magere man die volgens haar nog steeds worstelt met de ontberingen van het laatste jaar. Gbakara werd regelmatig aangevallen door Seleka, een verzameling van voornamelijk moslimmilities uit het gemarginaliseerde noordoosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR). Tien maanden heerste die opstandelingencoalitie over het land.

"Seleka kwam om te roven. De strijders namen ons voedsel mee, onze kippen en zelfs de kuikens. Ze staken onze huizen in brand en vermoordden dorpsgenoten", vertelt Mboisona. Ze zit op een van de weinige stoelen die het dorp nog bezit. Een compilatie van onderdelen van andere stoelen, met rafelig touw en roestige spijkers bij elkaar gehouden. "Soms beloofden strijders van Seleka om ons ongemoeid te laten als we ze geld zouden geven. Maar ze vroegen te veel."

De bevolking van Gbakara, overwegend boeren met akkertjes die genoeg voedsel opleverden voor het eigen levensonderhoud, kon het equivalent van de vereiste 75 euro niet opbrengen. Dan gingen weer huizen in vlammen op. Naar schatting driekwart van het dorp is met de grond gelijkgemaakt.

Het doelwit van Seleka was vooral het christelijke deel van de bevolking, dat met zo'n 80 procent de meerderheid vormt in CAR. Sinds de onafhankelijkheid in 1960 had het land altijd christelijke presidenten waarvan een zich zelfs tot keizer uitriep. De leiders deden volgens Seleka te weinig aan de ontwikkeling van het noordoosten, waar een groot deel van de moslimbevolking leefde. De staatshoofden, meestal door staatsgrepen aan de macht gekomen, lieten zich echter weinig gelegen aan het lot van de totale bevolking. Zij waren er vooral op uit zichzelf te verrijken met het goud en de diamanten in het land.

Seleka liet de tientallen moslims in Gbakara met rust. Zij waren handelaren en veehouders. "De moslims in het dorp gingen zich anders gedragen. Ze werden arrogant en stelden zich op alsof ze de baas waren. Ze vertelden Seleka waar we ons verstopten", vertelt Mboisona hoofdschuddend.

Het dorp ligt zo'n 25 kilometer ten oosten van het stadje Bossangoa langs de weg naar Bouca. Voor het conflict in CAR begon, was er sprake van levendig handelsverkeer over de weg die door Gbakara voert. Nu heerst er stilte. Auto's zijn een zeldzame verschijning geworden. Soms komt er wel een bromfietser langs.

De dorpjes langs de weg lijken sprekend op elkaar. Huizen zijn opgetrokken van lokaal gebakken stenen en riet dient als dakbedekking. Pal achter de huizen begint dichte vegetatie van bomen en struiken. Soms zijn er open plekken voor akkers. "De dichte begroeiing redde ons", legt Mboisona uit. "Seleka bleef meestal op de weg en waagde het niet de bush in te gaan. Daar verstopten we ons als we wagens hoorden komen."

Dagen, soms weken achtereen, verschool de bevolking zich achter de groene muur van begroeiing. Vuren durfden de dorpelingen niet te maken uit angst ontdekt te worden. Ze leefden van wilde vruchten en sliepen onbeschut onder de sterrenhemel.

Dagelijks leven
Sinds Seleka uit het westen en het zuiden van CAR is verdreven, probeert de bevolking de draad van het dagelijks leven weer op te pakken. Ook in Gbakara. Bakstenen liggen te drogen in de zon. Kleine bomen worden met machetes gekapt voor stutpalen. Er bestaat echter een gebrek aan riet. "We hebben het hard nodig want het regenseizoen staat voor de deur", vertelt Mboisona terwijl we door het dorp wandelen. "Het meeste riet ging samen met onze oogsten op in vlammen."

Veel dorpsbewoners zijn bezig hun huizen weer op te bouwen. Op hun akkers kunnen ze niet werken want het ontbreekt ze aan zaden en werktuigen. Die zijn gestolen of verbrand. De grond is vruchtbaar, het regenseizoen duurt een half jaar en er loopt een netwerk van rivieren door de regio. Maar het ziet ernaar uit dat de bevolking in ieder geval voor de komende maanden aangewezen zal zijn op voedselhulp.

Mboisona brengt me naar de ruïnes van twee kerken. In de hoek van een staat een bord op z'n kant met daarop Eglise Baptiste. In de schaduw van hoge bomen naast de bouwresten staan provisorische kerkbanken gemaakt van boomstammen voor diensten in de openlucht. De velg van een wagenwiel en een ijzeren staaf dienen om de gelovigen zondags op te roepen tot het gebed.

Zoals overal in CAR leefden ook in Gbakara moslims en christenen vreedzaam naast elkaar. In het dorp stond dan ook een moskee, net als de kerken opgetrokken uit simpele lokale bouwmaterialen. Maar net als de christelijke gebedshuizen is ook die van de moslims vernietigd. Dat was de wraak van Anti-balaka (anti-machete), een verzamelnaam voor christelijke milities. Zij verdreven of doodden de moslims.

Anti-balaka is vaak voortgekomen uit plaatselijke burgerwachten op het platteland die bij gebrek aan politie de beveiliging van dorpen op zich namen. Nadat Seleka vorig jaar de macht greep, sloten militairen en politieagenten zich aan bij Anti-balaka. De christelijke milities zien Seleka niet alleen als een islamitische maar ook als een buitenlandse beweging. De families van veel moslims in CAR stammen oorspronkelijk uit omringende landen zoals Tsjaad en Soedan.

Mboisona loopt terug naar het huis dat zij en haar man delen. Het staat vlakbij de weg met voor de deur een enorme mangoboom, vol onrijpe vruchten. De rijpe zijn er al door kinderen met lange stokken uitgehaald en opgegeten. Het is naast cassavewortels het weinige voedsel dat voorhanden is. De vrouwen stampen de cassave tot een meel waarvan een brei wordt gemaakt. Het zit vol koolhydraten en vult weliswaar de maag maar bevat nauwelijks proteïne.

Felicien Mboisona zit met dorpsgenoten onder de boom. Zoals de meesten draagt hij niet alleen kapotte maar ook smerige kleding. Mensen moesten het dorp in allerijl ontvluchtten met alleen de kleren aan hun lijf. Bij terugkeer waren hun spullen meestal gestolen door Seleka-strijders of in vlammen opgegaan.

Het dorpshoofd maakt zich zorgen over de toenemende berichten over aanvallen van Seleka in plaatsen slechts tientallen kilometers ten noorden van Gbakara. Gevluchte moslimmilities zouden zich hergroeperen en aanvallen uitvoeren. "Ze hebben betere wapens dan wij. Zij hebben geweren en kogels, wij alleen machetes en messen." Een jongeman in een gescheurd shirt en kapotte broek slaat zijn gespierde armen over elkaar en valt met luide stem in de rede: "Maar wij zijn alert. We zullen terugslaan als ze komen!"

Frankrijk
De bevolking heeft weinig vertrouwen in de rond 5000 soldaten van Misca, de vredesmissie van de Afrikaanse Unie. De militairen uit Congo, Kameroen en Gabon, gelegerd in de regio rond Gbakara, zijn zelden te zien op de stille landweg. Frankrijk, de voormalige koloniale macht in CAR, heeft een kleine 2000 manschappen in het land.

Felicien Mboisona: "We hadden hier eerst de Fransen, die waren goed. Daar was Seleka bang voor. Maar de Fransen zijn weg en Seleka nog niet helemaal verslagen."

Op de vraag of er ooit weer moslims kunnen wonen in Gbakara en de moskee opgebouwd zal worden, klinkt luid hoongelach. Iedereen praat door elkaar. Dominees hebben weliswaar tot verzoening en vergiffenis opgeroepen maar de boodschap van de dorpelingen is eensluidend en duidelijk. "Nooit meer een moslim in Gbakara. Geen moslim meer in het hele land."

Aan de rand van het dorp zit een groepje jongemannen in de schaduw van een boom. Handen liggen losjes op messen die aan hun broeksriemen hangen. Er liggen ook vlijmscherpe machetes. Een van de mannen heeft een kleurige, grote zakdoek om zijn nek geknoopt en draagt een zonnebril waarvan een glas ontbreekt. Een ander heeft ondanks de hitte de capuchon van zijn sweatshirt over het hoofd getrokken. Dreigend zegt hij: "Geef mij jouw mobieltje!"

De mannen vormen de lokale Anti-balaka groep. Om hun nekken hangen diverse amuletten, meestal leren zakjes met daarin een poeder dat ze volgens eigen zeggen beschermt tegen kogels. Ze doen hun uiterste best om er stoer en afschrikwekkend uit te zien. Maar als een pakje lokale sigaretten tevoorschijn komt, snellen ze toe en breken glimlachen door. Gretig steken ze op, inhaleren diep en blazen vergenoegd de rook uit.

"Zij gedragen zich beter dan hun collega's die naar de steden trokken", vertelt dorpshoofd Mboisona. "Onze jongens wonen thuis bij hun ouders en gehoorzamen ouderen. Zij die naar de steden gingen, zijn soms losgeslagen." Als de auto wordt gestart, bedelen de Anti-balaka strijders om meer sigaretten. Ze grissen de rest van het pakje uit de toegestoken hand. Daarna zwaaien ze de auto na.

Tijdslijn
November 2012: Seleka bezet razendsnel delen van het noorden en midden van de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Maart 2013: Seleka marcheert de hoofdstad Bangui binnen en president François Bozizé vlucht het land uit. Seleka-leider Michel Djotodia ontbindt het parlement.

Augustus 2013: Djotodia wordt tot president beëdigd en belooft verkiezingen in 2015. De VN besluiten blauwhelmen te sturen om soldaten van Frankrijk en de Afrikaanse Unie te steunen.

September 2013: Djotodia verliest in rap tempo de controle over Seleka. Milities trekken er op eigen houtje op uit en roven en moorden vooral onder de christenen.

November 2013: Frankrijk vliegt meer troepen in. Christelijke milities organiseren zich beter en verdrijven Seleka-groepen.

Januari 2014: Djotodia treedt onder internationale druk af. De chaos neemt toe in het land.

Februari 2014: Catherine Samba-Panza treedt aan als president van een interim-regering.

Maart 2014: Regering noch buitenlandse troepen kunnen voor veiligheid zorgen. Er heerst volkomen anarchie in CAR.

Deel dit artikel