Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dopinggebruik, het is van alle tijden

Home

MICHA PETERS

Lance Armstrong gaf op tv het gebruik van stimulerende middelen toe, een peloton wielrenners ging hem voor

Het moderne wielrennen ontstond in de tweede helft van de negentiende eeuw in West-Europa en de Verenigde Staten. Die ontwikkeling ging hand in hand met het gebruik van prestatieverhogende middelen.

Niet-natuurlijke 'geneesmiddelen' werden in die tijd door veel mensen gebruikt. Laudanum, cocaïne, arsenicum, strychnine, cafeïne en nitroglycerine waren gewoon verkrijgbaar bij de lokale apotheek, een doktersrecept was niet nodig.

Frisdrank bestond ook vaak uit meer dan alleen suiker en kleurstof. Toen Coca-Cola eind negentiende eeuw op de markt werd bracht als gepatenteerd medicijn, bevatte de drank naast een extract van kolanoten ook cocaïne. Geen wonder dat de frisdrank direct in de smaak viel bij tal van sportbegeleiders.

Het woord doping heeft overigens een Nederlandse oorsprong, die teruggaat tot het begin van de zeventiende eeuw. Hollandse kolonisten in Noord-Amerika kwamen toen in aanraking met enkele indianen, die een soort opwekkende soep met hen deelden. Deze kolonisten stichtten in 1614 de Hollandse nederzetting Fort Nassau - het latere Nieuw Amsterdam en uiteindelijk New York. De kolonisten noemden de energie-opwekkende soep 'doop', oud-Nederlands voor dikke saus. Een halve eeuw later werden het fort en de kolonie Nieuw Amsterdam door Engelse legers ingenomen. Op den duur namen die het woord 'dope' over als verzamelnaam voor stimulerende middelen.

Prestatieverhogende middelen waren ook een welkome aanvulling op het rantsoen van menig negentiende-eeuwse wielrenner. Engelsman Arthur Linton reed regelmatig monstertochten van 600 kilometer, in die tijd volkomen normaal, en deed dat niet louter op boterhammen met kaas. Zijn trainer was de vermaarde Choppy Warburton, de aartsvader aller dopingdokters. Linton overleed in 1896 op 24-jarige leeftijd. Dikwijls wordt er een verband gelegd tussen die vroege dood en de mysterieuze brouwsels die hij van Choppy kreeg. Linton wordt dan ook beschouwd als de eerste dopingdode uit de wielergeschiedenis.

Ook in de decennia hierna was dopinggebruik volkomen normaal. Zo vertelde de Franse wielrenner Henri Pélissier in 1924 in een gesprek met de beroemde wielerjournalist Albert Londres heel openhartig over zijn gebruik van cocaïne, chloroform, aspirine en strychnine.

Ruim veertig jaar later zou de Brit Tom Simpson de wielerwereld doen opschrikken met zijn vroegtijdige dood in het zadel. Hij overleed op een snikhete julidag tijdens de Tour van 1967, tijdens de beklimming van de Mont Ventoux, aan de gevolgen van het gebruik van alcohol en amfetamine.

De laatste Nederlandse Tourwinnaar, Joop Zoetemelk, werd tweemaal op het gebruik van doping betrapt: in 1977 en in 1979.

Dit gebeurde allemaal lang voordat epo überhaupt bestond. Doping zal wel nooit helemaal uit het peloton verdwijnen, het wielrennen lijkt simpelweg niet zonder te kunnen.

Deel dit artikel