Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Doperse principes ook in Paraguay onder druk

Home

Alexis van Erp

In Friesland, Paraguay, wonen westers uitziende mensen die zuivel produceren in blinkend gepoetste boerderijen. Ze heten Thiesen of Klassen en spreken Duits. Het zijn geen gevluchte nazi's, maar mennonieten -dopers- wier voorouders in de zestiende eeuw onze streken ontvluchtten. Ver van het moederland hielden ze hun geloofsprincipes 400 jaar vast. De moderne tijd dwingt nu tot morele keuzes: wel of geen internet? Wel of geen economische expansie? Wel of geen broekriem?

Asunción, Paraguay. In hotel Azara hebben een paar opvallende Paraguayanen hun intrek genomen: twee boeren, een boerin en haar dochter.

De mannen hebben blond haar, blauwe ogen, zijn identiek gekleed in een tuinbroek van spijkerstof, een geblokt overhemd en een pet. De vrouwen hebben strenge gezichten, dragen lange jurken met pofmouwtjes, en hebben een zwart hoofddoekje om hun opgestoken haar. Een gesprekje met hen voeren valt niet mee: deze mensen spreken alleen Platdiets, een taal die afstamt van het dialect dat in de 16e eeuw in het Nederlands-Duitse grensgebied werd gesproken.

Hun achternaam: Friesen. Namen als Friesen, Hildebrandt, Dirksen, Martens kom je regelmatig tegen. Namen van mennonieten die in een van de twintig mennonitische koloniën wonen. Hun voorouders waren volgelingen van de Friese priester Menno Simons (1496-1561) die in Nederland en Noord-Duitsland de volwassenendoop predikte. Hij werd sleutelfiguur en aanvoerder van het doperdom in de Lage Landen en stond bekend om zijn geweldloosheid. Zijn ideaal was een besloten gemeente van louter gelovigen, die zich 'van de wereld onbevlekt hielden'. Gemeenteleden die zondigden gingen in de ban.

Vervolgd door de katholieke kerk vluchtten de meeste mennonieten naar Pruisen. Daar bleven ze tweehonderd jaar; gaandeweg verduitsten ze. De taal van de kerkdiensten werd Hoogduits, de spreektaal bleef 'platt'.

Rond 1800 verhuisden de boeren onder hen naar Rusland, op uitnodiging van tsarina Catharina de Grote. En vanuit Rusland, op de vlucht voor bolsjewieken en modernisering, verspreidden ze zich tenslotte over de rest van de wereld: Canada, Mexico en Paraguay.

Anno 2002 doen de mennonieten in Paraguay meer Duits aan dan Nederlands: de taal, de architectuur, de keurig aangeharkte tuinen. Behalve de kleine gemeenschappen Friesland en Volendam hebben de meeste koloniën een Duitse of Spaanse naam. ,,De vraag of wij Nederlanders zijn of Duitsers is altijd een kwestie van politiek opportunisme'', zegt auteur Peter Klassen uit de kolonie Fernheim. ,,In 1929 trokken duizenden mennonieten naar Moskou, in de hoop het land uit te mogen. Ze zeiden dat ze Duitsers waren, want Duitsland moest hen helpen. Maar in de Eerste Wereldoorlog noemden ze zich nog Nederlanders. De haat tegen Duitsers was toen in Rusland groot. Alle Russen van Duitse afkomst moesten naar het oosten verhuizen, omdat er in het westen tegen Duitsland werd gevochten. Toen zeiden er velen: we zijn helemaal geen Duitsers, we zijn Hollanders.''

Inmiddels is er volgens Klassen geen twijfel meer: ,,De herkomst is Hollands maar de cultuur is Duits. In de scholen hier wordt Duits onderwezen, er worden leraren uitgewisseld met Duitsland. Met Nederland bestaan nauwelijks contacten.''

De Nederlandse cultuur is weggezakt met de loop der tijd, maar de godsdienstige principes van Menno Simons zijn in veel koloniën nog springlevend. 'Jullie leven in deze wereld, maar zijn niet van deze wereld': voor sommige traditioneel ingestelde koloniën is dit bijbelwoord nog steeds een reden om elke moderniteit af te wijzen. In de meest traditionele gemeenten zijn de kerkdiensten nog net zo als 200 jaar geleden in Pruisen, met eenstemmige zang, zonder muziekinstrumenten.

Onderwijs wordt tot een minimum beperkt. Roken en drinken zijn verboden. Ook broekriemen en polshorloges worden geweerd. Waarom? Te werelds.

Als het om landbouw -de broodwinning- gaat, worden de regels al wat losser: tractoren mogen, met ijzeren banden. De rubberbanden worden verwijderd, anders zou men met die tractor wel eens naar de stad kunnen rijden voor werelds vermaak.

In Friesland, een kolonie op 150 km van Asunción, ziet het leven er totaal anders uit. Pubers rijden er rond op brommertjes, hun ouders hebben een satellietschotel in de tuin en op het tv-meubel staat een videorecorder. In hotel Tannenhof wordt zelfs alcohol geschonken aan de klanten.

Toch zijn er nog bepaalde grenzen die niet overschreden mogen worden. Michaela Bergman, een 22-jarige onderwijzeres: ,,Ongetrouwd samenwonen komt bij ons niet voor. Als het gebeurt, word je uit de gemeente gegooid. Maar ik heb gehoord dat dit soort dingen in Filadelfia al wel voorkomt.''

Filadelfia is met 15000 inwoners een grote stad voor mennonitische begrippen. Binnen Paraguay is het de meest liberale en open nederzetting, waar ze zelfs al rockmuziek maken (op christelijke teksten). Dansen is ook daar nog ongewenst.

Het kan nog veel vrijzinniger: ook in Nederland wonen mennonieten. In Menno Simons' vaderland vormen de 11000 doopsgezinden waarschijnlijk de meest liberale mennonieten-broederschap ter wereld. De kerkelijke ban wordt bijvoorbeeld niet meer toegepast. Een gemeentelid uit Wageningen, Tom Dueck (51): ,,Ik ben opgegroeid in Canada, bij de General Conference Mennonites. Daar worden de gemeenteleden nog veel meer naar de letter van bijbelse teksten beoordeeld. Op mijn 20e kwam ik naar Nederland, in Aalsmeer. Binnen de doopsgezinde gemeente was een grote groep jongeren heel actief met een koor, gesprekskringen, een zomerkamp, enzovoorts. Ik kwam in aanraking met een geloof dat intensief beleefd werd, maar niet dwingend was. Dat was voor mij een openbaring.''

Terwijl Nederlandse doopsgezinden allang homoseksuele dominees op de kansel aanvaarden, maakt men zich in Paraguay nog volop zorgen over de naderende moderne tijd. Gundolf Niebuhr is historicus in Filadelfia en heeft het idee dat de kerk niet goed inspeelt op de veranderingen. ,,Door de aanleg van een grote weg en de opkomst van de media is Filadelfia veel meer open komen te liggen. De media zijn nogal kritiekloos binnengehaald. Wat ik zie is dat rigide kerken, hier in de kolonie en elders, nog steeds functioneren volgens een verzameling regels die tientallen jaren oud is. Ze zijn niet flexibel genoeg om goed in te springen op de vele invloeden die via de achterdeur binnenkomen. Het is een beetje willekeurig dat de jeugd hier niet mag dansen, maar dat ze wel naar twintig tv-zenders mag kijken vol geweld en erotiek.'

De zorgen van de meest behoudende koloniën liggen eenvoudiger. Zij zijn eerder bang dat het horloge en de broekriem alsnog hun intrede doen, als herauten van een zondige wereld. Sommigen pakken hun boeltje en verhuizen naar Bolivia, op dit moment het laatste toevluchtsoord. Er zijn op deze wereld niet veel plaatsen meer die niet van deze wereld zijn.

Niebuhr vindt ook het oude principe van geweldloosheid aan vernieuwing toe: ,,Het was altijd: gij zult niet in militaire dienst gaan. Maar de manier waarop mennonieten hun economie hebben ingericht, is erg expansief. Ze dringen de natuur steeds verder terug. Ook dat is agressie. In Noord-Amerika hebben groepen mennonieten daarom al bewust gekozen voor een meer gematigde levensstijl. Hier zal nog heel wat bewustwording moeten geschieden, expansie is echt een basiswaarde in ons denken. Maar ik geloof dat dat in de hele westerse wereld een probleem is geworden.''

Deel dit artikel