Doorgaan met de PVV of niet, dat is de vraag

home

Hans Goslinga

Column

Premier Rutte had uit staatsrechtelijk oogpunt volkomen gelijk met zijn weigering afstand te nemen van het omstreden 'Polenmeldpunt' van de PVV. Het behoort niet tot de taken van de regering de Kamer te controleren en uit dien hoofde een oordeel uit te spreken over acties van partijen.

De premier is geen bovenmeester die het corrigerende of verlossende woord spreekt, maar de eerste minister die het land kan besturen zolang hij het vertrouwen van de meerderheid van de Kamer geniet.

Het getuigt dus van een gebrek aan zelfbewustzijn dat de Kamer de premier als hogere autoriteit aanroept om over een politieke actie van een partij te oordelen. De Kamer zelf is het hoogste orgaan in ons staatkundige bestel.

De politicus André Rouvoet (ChristenUnie) bracht die verhouding kernachtig onder woorden toen hij nog Kamerlid was: 'Ik kan een minister wegsturen, een minister mij niet'. Als de verhouding in Den Haag en in het land anders wordt ervaren, ligt dat aan de horigheid van de Kamer en spiegelbeeldig het toegenomen soortelijk gewicht van de Torentjesbewoner.

Het Kamerlid Schouw (D66) illustreerde deze verhouding, toen hij dinsdag in het vragenuur aanvoerde dat van Rutte als 'premier van alle Nederlanders' een moreel oordeel over het meldpunt mocht worden verwacht. Voor zover dat begrip uitdrukt dat de premier enigszins boven het partijpolitieke gewoel behoort te staan, biedt het juist geen steun voor Schouws verzoek, en al helemaal niet voor een omvattend moreel oordeel.

De maatschappelijke vrede breekt niet uit, zoals fractieleider Slob (ChristenUnie) suggereerde, op afroep van de minister-president, maar is gediend met open debat en politieke strijd in de nationale arena, de Kamer.

Niet voor niets verbond een van de stichters van de Amerikaanse republiek het nieuw ontworpen democratische bestel aan een waarneming van de Britse dichter Alexander Pope: 'Alle verschillen in de natuur bewaren de totale vrede in de natuur'.

Het begrip 'premier van alle Nederlanders' heeft trouwens staatsrechtelijk geen betekenis. De sociaal-democraat Kok presenteerde zich zo in 1994 bij zijn aantreden als premier van een kabinet van PvdA, VVD en D66. Hij wilde er op subtiele wijze mee aangeven dat dit eerste kabinet zonder het CDA geen anti-CDA-kabinet was.

Bovendien situeerde hij zich er in één klap mee in het midden van het krachtenveld, aangevend dat hij minder politiek gekleurd zou opereren dan zijn voor 'rode drammer' gehouden voorganger Den Uyl - een positiebepaling die de PvdA tot op de dag van vandaag parten speelt, zoals deze week is gebleken.

Het staatsrecht geniet in politiek Den Haag nog maar weinig status, maar het is nog altijd behulpzaam als tegenwicht aan de tierelierende emotiedemocratie waarin columnisten en zelfs Kamerleden menen dat het de taak van de premier is standjes uit te delen. Rutte paste daar terecht voor, maar dat wil niet zeggen dat hij geen probleem heeft. Hij legde daar zelf de vinger op met zijn waarschuwing aan de Kamer niet steeds te reageren op provocaties van de PVV. Zo maak je die partij alleen maar belangrijk.

Het leek de Kamer in haar opwinding te ontgaan, maar daarmee gaf hij indirect, en meer als politiek leider van de VVD dan als minister-president, toch een oordeel over het meldpunt. Hij neemt het niet serieus en rangschikt het, zoals hij zei, onder de noemer van 'belletje trekken'.

Zijn probleem is tweeërlei. In de eerste plaats wordt de actie van de PVV in weerwil van Rutte's luchthartigheid in het binnen- en buitenland als discriminerend voor Oost-Europeanen en schadelijk voor het internationale aanzien van ons land gezien.

In de tweede plaats raakt het zijn politieke geloofwaardigheid dat hij een ingrijpend crisisbeleid moet voeren met een partner die hij als belletjestrekker beschouwt. In de gedoogverklaring van VVD, CDA en PVV is weliswaar een vrije ruimte gecreëerd waarin Wilders zijn kwajongensstreken mag uithalen en Rutte zijn schouders mag ophalen, maar deze constructie is niet vol te houden nu het echt menens wordt.

Colijn zocht tijdens de economische crisis in de jaren dertig bewust naar een bredere coalitie dan alleen die van de christelijke partijen om draagvlak te scheppen voor zijn 'aanpassingspolitiek', Rutte denkt het met de smalst mogelijke basis in het parlement te kunnen redden.

De premier gaat in maart drie weken met de betrokken ministers en de fractieleiders van de coalitiepartijen in conclaaf voor een antwoord op de recessie en de financieel-economische problemen. Het minderheidskabinet met een gedogende kwajongen op afstand, transformeert dan weer in een normaal meerderheidskabinet.

De voorlaatste liberale premier, Cort van der Linden, verwierf zich een kleine eeuw geleden door zijn behendigheid in het smeden van voor onmogelijk gehouden compromissen de bijnaam 'tovenaar van het Binnenhof', Rutte heeft meer weg van een goochelaar die de PVV het ene moment laat verdwijnen en het andere moment weer tevoorschijn roept, al naar gelang het uitkomt.

In dit perspectief is het begrijpelijk dat de oppositie aan de vooravond van een politiek cruciale fase graag in de coalitie stookt, temeer daar het conclaaf het karakter zal hebben van een nieuwe formatie. Voor de ontwikkelingen in de politiek staat er veel op het spel. CDA en VVD weten na anderhalf jaar heel goed waar ze met Wilders aan toe zijn.

Gaan ze met hem door, dan krijgt die keuze politiek meer gewicht dan in de formatie van 2010, toen de samenwerking en de ongewone constructie nog als een verlegenheidsoplossing aan de natie kon worden verkocht.

Dat kan nu niet meer.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie