Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Donner vergaloppeert zich lelijk met zijn retoriek tegen het referendum

Home

Patrick van Schie

© Mark Kohn
Column

Piet Hein Donner is een erudiet en veelal wijs man. Afkomstig uit een belangrijk geslacht van staatsrechtgeleerden bekleedt hij zelf sinds enkele jaren de in praktijk hoogste functie van een oud, eerbiedwaardig instituut: de Raad van State (formeel is de koning daar de hoogste baas). 

Eén keer per jaar brengt de ‘onderkoning’ van Nederland, zoals de vice-president van de Raad van State wel wordt genoemd, een jaarverslag uit dat hij laat voorafgaan door zijn reflecties op staatsrechtelijke en rechtsstatelijke grote ontwikkelingen. Het gezag van de Raad van State lijkt mij ermee gediend als die reflecties politiek zoveel mogelijk neutraal zijn.

Lees verder na de advertentie

Donner heeft die wijsheid in het vorige maand verschenen jaarverslag van de Raad van State niet betracht. Integendeel, hij gaat in het verslag ongeremd te keer tegen politieke verschijnselen waar hij als ouderwets christen-democraat persoonlijk moeite mee heeft. Zo zouden veel politici tegenwoordig te kritisch zijn op de Europese integratie. We moeten méér integratie hebben, vindt Donner. Als persoon en als christen-democraat mag hij dit natuurlijk betogen, maar het is niet aan de Raad van State een oordeel te vellen over welke politieke koers juist is en welke verkeerd.

Het eindoordeel in deze is aan de kiezers. Die krijgen van Donner echter ook een stevige draai om de oren. Zij zouden zich te vatbaar tonen ‘voor boodschappen die een complexe werkelijkheid reduceren tot simpele waarheden’. Dit is een in Nederland slaapverwekkend vaak te horen regenteske reflex van politici die het niet kunnen velen wanneer burgers iets anders willen dan hun bestuurders. U kent het wel: dan heet het dat de enige juiste politiek nog wat beter aan de burgers moet worden uitgelegd. Of, als de regenten echt ten einde raad zijn: dan moet de stem van de burgers worden gesmoord. Zoals D66, GroenLinks en de PvdA hun handen onlangs ineens van hun eigen initiatief voor een bindend referendum hebben afgetrokken, nu blijkt dat kiezers niet van linkse en eurofiele politiek gediend zijn.

Donner herhaalt slechts het vaker geuite vermeende bezwaar dat het instrument referendum het stelsel van ver­te­gen­woor­di­gen­de democratie zou verzwakken

Ouderwetse confessionele zienswijze

Donners opmerkingen over de EU parkeer ik even; want wat hij over het referendum schrijft is nóg stuitender. Juist omdat Donner niet van gisteren is, valt het hem euvel te duiden dat hij het referendum afdoet als een vorm van ‘volksdemocratie’. Hij gebruikt de uitdrukking tot vier maal toe, dus het betreft geen slip of the pen. Ongetwijfeld weet hij dat ‘volksdemocratie’ niet de aanduiding is van een democratie met zoveel mogelijk invloed voor burgers zelf. Het is de term waarmee communistische regimes aan hun repressieve dictatuur een schijn van democratie trachtten te geven. Dat Donner deze term inzet tegen het instrument referendum getuigt niet van staatsmanswijsheid, maar van platte demagogie. Hij haalt op deze wijze zichzelf en zijn instituut door het slijk.

Zit er achter de kwalijke demagogie van Donner nog een inhoudelijk betoog? Amper. Donner herhaalt slechts het vaker geuite vermeende bezwaar dat het instrument referendum het stelsel van vertegenwoordigende democratie zou verzwakken. Uit het feit dat wanneer vertegenwoordigende organen de uitkomst van referenda naast zich neer leggen dit het vertrouwen in de democratie schaadt, concludeert hij dat het instrument niet past in ons staatsrechtelijk systeem. Maar je zou evengoed, zo niet veel beter tot de slotsom kunnen komen dat het raadgevende referendum dient te worden vervangen door een bindend referendum. De vraag of de burgers er zijn ten behoeve van de volksvertegenwoordiging of dat dit juist andersom ligt, beantwoordt Donner niet. In zijn ouderwetse confessionele zienswijze zal alles wel ten dienste staan van ‘de allerhoogste’ (God). Maar een echte democratie is van de burgers. In belangrijke kwesties behoren zij het laatste woord te krijgen.

Donner klaagt dat referenda leiden tot ad hoc-be­slis­sin­gen en ‘vormen van betrokkenheid zonder verantwoordelijkheid’

Volksdemocratie

Je kunt twisten over de vraag welke kwesties daar zoal toe behoren. Maar indien in fundamentele kwesties – waaronder toch zeker de vraag of wij vanuit Den Haag of vanuit Brussel moeten worden bestuurd – een volksvertegenwoordiging af en toe wordt gecorrigeerd door degenen om wie het te doen zou moeten zijn, de burgers zelf, doet dat net zomin afbreuk aan een parlement als wanneer kiezers bij algemene verkiezingen de samenstelling van het parlement aanzienlijk omgooien. Wel vormt de mogelijkheid dat kiezers in een bindend referendum het parlement corrigeren hopelijk een aansporing voor volksvertegenwoordigers niet zomaar hun eigen gang te gaan, maar daadwerkelijk te handelen in de geest van de burgers.

Donner klaagt dat referenda leiden tot ad hoc-beslissingen en ‘vormen van betrokkenheid zonder verantwoordelijkheid’. Maar ook wanneer parlementariërs tegen een wetsvoorstel stemmen, rust op die meerderheid allang niet meer de verantwoordelijkheid een alternatief aan te dragen. Overdracht van bevoegdheden zonder eerst instemming van de burgers te vragen is veel onverantwoordelijker. Want dan kunnen burgers de politici nadien misschien nog wel wegstemmen, maar de overdracht nauwelijks nog terugdraaien. Burgers die maar gedwee een elite hebben te volgen, was dat nou net niet het kenmerk van een ‘volksdemocratie’?

Patrick van Schie is historicus en directeur van de TeldersStichting, de liberale denktank van Nederland gelieerd aan de VVD. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

Deel dit artikel

Donner herhaalt slechts het vaker geuite vermeende bezwaar dat het instrument referendum het stelsel van ver­te­gen­woor­di­gen­de democratie zou verzwakken

Donner klaagt dat referenda leiden tot ad hoc-be­slis­sin­gen en ‘vormen van betrokkenheid zonder verantwoordelijkheid’