Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dolly Bellefleur wil de mannelijkheid doorprikken en haantjesgedrag aanpakken

Home

Arjan Visser

Dolly Bellefleur © Mark Kohn
Tien Geboden

Ruud Douma (Huizen, 1961), is tekstdichter en theatermaker, ook bekend als Dolly Bellefleur, een 'beauty with brains'. Als blijk van waardering voor haar inzet voor de homo-emancipatie ontving Dolly in 2014 de Andreaspenning van de stad Amsterdam. Op 1 november viert de artieste haar dertigjarig jubileum in het De La Mar Theater.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

Lees verder na de advertentie

"In de pronkkamer van mijn oma's huis in Gorredijk hing de tekst 'God is liefde' in kruissteken aan de muur. Het merkwaardige is: ik ben door mijn ouders niet gelovig opgevoed, maar ik durf toch niet te beweren dat er niks is... wel, niet, wel, niet: ik zit er een beetje tussenin, zoals met alles in mijn leven. Als God staat voor liefde, wil ik mezelf wel religieus noemen. Religie komt van het Latijnse woord religio; het zoeken naar betekenisvolle verbindingen. Ik zie het als mijn missie om mensen te verbinden, al was het maar omdat ik daarmee ook mijn eigen melancholie te lijf kan gaan. Ik gebruik daar vaak de spreuken en gezegdes uit mijn jeugd voor. Bij ons in de keuken hing een tegeltje waarop, in het Fries - mijn ouders zijn Friezen - stond: 'Doch dyn plicht en lit de lju rabje.' Doe je plicht en laat de mensen maar kletsen. Dat is voor mij één van de belangrijkste geboden geworden."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Naast mijn liefde voor al die tegeltjeswijsheden, ben ik ook altijd gefascineerd geweest door commerciële uitingen van het geloof. Loop maar eens langs die afbeelding van Jezus aan het kruis, dan zie je hem knipogen. Ongelooflijk, dat ze zoiets in Vaticaanstad verkopen! Dat houten object daar, dat is een tempeltje. Gekocht op het 'Eiland der Goden': Bali. Ik heb daar veel ceremonies meegemaakt en ik vind het echt fantastisch om te zien hoe mensen in extase kunnen raken. Tegelijkertijd stoot die euforie me ook af; ik zou er zelf niet zo in mee kunnen gaan. Waarom ik dan een tempeltje heb gekocht? Eh... ja, dat is een goeie vraag. Oké, ik zal het je maar eerlijk zeggen: er staat normaal ook een plastic boeddha-poppetje op maar dat heb ik verstopt omdat jij kwam. Ik was bang dat je er dan over zou schrijven, haha! Maar goed, hier, dit is 'm. Het is een soort talisman voor me geworden. Ik neem hem altijd mee als ik op reis ga. En het werkt kennelijk want ik ben sindsdien nog nooit met een vliegtuig neergestort."

Ik heb nooit op een goedkope manier willen provoceren of schelden. Zelfs niet tegen mensen die de Na­sh­vil­le-ver­kla­ring hebben ondertekend.

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Het is niet alleen respectloos, maar ik vind het ook een zwaktebod om te vloeken. Ik heb nooit op een goedkope manier willen provoceren of schelden. Zelfs niet tegen mensen die de Nashville-verklaring hebben ondertekend en er rare, nare ideeën over homo's op nahouden, of tegen de lui die me onlangs nog pervers noemden en me bedreigden omdat ik als Dolly kinderen ging voorlezen in een bibliotheek in Nijmegen. Waarom zou ik me verlagen tot hun niveau?"

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Op zondag was het twee keer per dag hoedenparade; dan zat ik, samen met mijn zusje, vol verwondering te kijken naar de stoet kerkgangers die aan ons raam voorbijtrok. Huizen, Noord Holland, dat was destijds nog een zwaar christelijk dorp. Toen het zwembad eindelijk ook op zondag open mocht werden wij, ongelovigen, op onze beurt vanachter de gordijnen in de gaten gehouden. Al die regeltjes vond ik vreselijk, maar tegelijkertijd had religie voor mij als kind een wonderbaarlijke aantrekkingskracht. Het was een soort geheim genootschap waar ik ook bij wilde horen. Ik ben zelfs lid geworden van zangkoor De Zendertjes waar ik dit soort teksten zong: 'Nimmer trof de morgenzon een blijder wereld aan, nooit zag men de wereld zo in lenteglorie staan, dan de dag waarop het graf van Jezus openspleet... voorbij is alle leed!' Ik snapte er niet echt veel van, maar ik vond de melodie wel erg vrolijk. Later drong pas tot me door hoe weinig er van klopte: ik zou niet alleen nooit echt bij dat geheime genootschap horen, en het leed dat zogenaamd voorbij was, moest op dat moment voor mij nog beginnen. Ik was anders dan anderen, ik was een buitenbeentje. Volgens mijn leeftijdsgenootjes had ik een te hoge stem en een raar loopje. Al snel werd ik na schooltijd opgewacht, uitgescholden en in elkaar geslagen. Ik heb er niets aan overgehouden hoor, maar soms eh... wil je nog een kopje koffie?"

Dit klinkt misschien zwaar, maar eigenlijk staat heel mijn leven in het teken van dit gebod. Mijn ouders hebben me altijd, on­voor­waar­de­lijk gesteund.

V Eer uw vader en uw moeder

“Dit klinkt misschien zwaar, maar eigenlijk staat heel mijn leven in het teken van dit gebod. Helemaal sinds ze dood zijn. Mijn ouders hebben me altijd, onvoorwaardelijk gesteund. Terwijl ik best wonderlijke keuzes heb gemaakt. Na het gymnasium ging ik naar de Hogere Hotelschool. Die verliet ik na een tijdje om kunstgeschiedenis te gaan studeren, een studie die ik óók niet af zou maken... Toen ik als Dolly ging optreden, stonden ze niet meteen te juichen - na een voorstelling in De Kleine Komedie zeiden ze: 'Heel erg leuk, maar wanneer zoek je nou een vaste baan?' - maar ze hebben me zeker nooit veroordeeld.
Mijn moeder was een soort Moeder Teresa. Ze fietste, ondanks haar longproblemen, het hele dorp door om mensen te helpen. Bij de één bracht ze bloemen of een pannetje soep, bij de ander ging ze langs om een beetje te kletsen. Mijn vader was net zo. Mijn ouders hadden hetzelfde sterrenbeeld, Maagd; ze vonden elkaar op heel veel terreinen. Ze waren ook allebei van het hergebruiken, nooit iets zomaar weggooien.
Mijn vader stierf al op zijn zeventigste. Ik was daar zeer verdrietig om, natuurlijk, maar ik had vooral ook heel erg met mijn moeder te doen. Ze moest alleen verder. Zonder haar grote liefde. Ze ondernam veel dingen, maar het werden uiteindelijk toch vijf moeilijke jaren voor haar. Haar laatste drie maanden heeft ze in het ziekenhuis doorgebracht. Op een dag was ik met de trein naar haar op weg, toen mijn zus belde dat ze was overleden. Even later liep ik haar kamer binnen en zag dat er twee natte watten op haar gesloten ogen lagen. We vroegen de verpleegster wat de bedoeling van die watten was. Omdat ze haar hoornvlies zo nodig hadden, zei ze. Wisten we dan niet dat onze moeder haar lichaam ter beschikking van de wetenschap had gesteld? Nee. Dat wisten we niet. Al hadden we het, denkend aan de manier waarop ze in het leven had gestaan, wel kunnen raden. Het gaf troost te weten dat doordat zij haar ogen sloot een ander weer kon zien."

VI Gij zult niet doodslaan

"Ik deed niets. Ik verlamde. Meestal verborg ik mijn hoofd tussen mijn armen om de klappen en de trappen op te vangen... De eerste keer dat ik, als Dolly, een basisschool bezocht om over pesten te praten, was ik heel erg zenuwachtig en nu we het erover hebben voel ik wéér de angst van toen naar boven komen. Ik begreep destijds niet waarom ze me steeds weer moesten hebben, later drong het tot me door dat die agressie vooral met hun angst te maken heeft. Angst om zelf buiten de groep te vallen. Angst om belachelijk gemaakt te worden. Dat moet de man die me tijdens een optreden, ergens in een café in Noord Holland, ineens een dreun gaf ook gedacht hebben. Hij stond voor me: lang haar, stoer, duidelijk heel tevreden met zichzelf. Ik zei: 'Goh, wat zie jij er mannelijk uit! Je moet alleen je haar nog even opsteken.' Hij haalde meteen uit, het bloed spoot eruit. Ik ben naar de kleedruimte achter de bar gelopen om het bloeden te stelpen - later bleek dat mijn neus gebroken was - en daarna teruggegaan om het optreden af te maken. Ik dacht: als ik dit nu niet doe, durf ik misschien nooit meer op te treden. Die man was inmiddels de zaak uit gezet. 'We weten wie het is,' zei de café-eigenaar, maar toen ik aangifte deed, trokken ze zich terug - waarschijnlijk omdat het een goede klant was. Ik heb geen wraakgevoelens, nooit de behoefte gehad om ook eens iemand op z'n gezicht te timmeren. Kennelijk was de dreiging nog niet groot genoeg. Wat doe ik als ik echt in gevaar ben? Die vraag stel ik mezelf regelmatig. Wat doe ik als er oorlog komt? Een van de mooiste liedjes van Jan Boerstoel, De Bokken en de Schapen, gaat daarover. Het eindigt zo: 'Wat weet ik trouwens van mezelf? Ik durf niet eens voorspellen/ Of ik dan zelf bereid zal zijn om mij te weer te stellen/ Als daar gevangenisstraf op staat, vernedering en pijn/ Zal ik dan kunnen zwijgen als ik iets niet prijs wil geven/ Zal ik dan kunnen sterven als ik graag wil blijven leven/Zal ik dan moed voldoende hebben om niet laf te zijn/ Wie zullen dan de jagers zijn en wie zijn dan de prooien/ De bokken en de schapen/ De levenden en de dooien.'"

Dus nee, vreemdgaan is er niet bij... of heb jij plannen? Haha! Flirten doe ik nog wel. Zeker met knappe mannen zoals jij. Kijk, dit was nou een echte Dolly-flirt.

VII Gij zult niet echtbreken

""Op een dag merkte ik dat mijn blik nét iets te lang bij het herenondergoed in de Wehkampgids bleef hangen. Ik hield die gevoelens heel lang voor me. Dat had vooral met mezelf te maken. Ik dacht: als ik het nu vertel, dan is het meteen zo definitief. Op mijn zeventiende ging ik voor het eerst, alleen, naar Amsterdam. Daar ontmoette ik een Noorse jongen, Tom heette 'ie, van wie ik later een heel lief kaartje kreeg. Mijn moeder had het kaartje als eerste gelezen. Toen ik thuiskwam van school, zei ze: 'Je weet toch dat je altijd met ons kan praten?' Toen me duidelijk werd dat zij Toms kaartje had gelezen, was ik eerst kwaad maar ach... ik zou, als ouder, waarschijnlijk precies hetzelfde hebben gedaan.
Begin jaren '80 verhuisde ik naar Amsterdam. Die stad was voor mij, als jonge homo uit de provincie, een enorme snoeptrommel al duurde het niet lang voordat ik met mijn neus op de harde feiten werd gedrukt: AIDS. In die beginperiode werd het nog, heel cynisch, 'de jongensgriep' genoemd maar al snel vielen de eerste doden. Je wil niet weten naar hoeveel begrafenissen ik in die jaren ben geweest. Op een of andere manier heb ik me altijd schuldig gevoeld; ik had net zo goed ziek kunnen worden. Waarom heb ik het overleefd? Gelukkig kwam ik, vijfentwintig jaar geleden alweer, de perfecte man tegen (George Moormann, dichter en uitgever, AV) bij wie ik niet alleen een fysieke maar ook meteen een geestelijke aantrekkingskracht voelde. We zijn elkaar tot nu toe altijd trouw gebleven. Dus nee, vreemdgaan is er niet bij... of heb jij plannen? Haha! Flirten doe ik nog wel. Zeker met knappe mannen zoals jij. Kijk, dit was nou een echte Dolly-flirt."

VIII Gij zult niet stelen

"Jaren geleden heb ik een asbakje gepikt. Heel gek, want ik rook niet eens. Ik weet ook niet meer wanneer ik de tekst op de onderkant ontdekte... misschien heb ik het ding juist om die reden meegenomen. Kan ook. Kijk, hier staat het: 'Honestly stolen from Hotel de l'Europe restaurant Excelsior Amsterdam.'"

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Je zit nu tegenover Ruud, maar er sijpelt altijd iets van Dolly doorheen. Dolly Bellefleur werd dertig jaar geleden in het Anthony Theater op de Wallen geboren. Eerst presenteerde ze alleen maar, later ben ik ook teksten voor haar gaan schrijven. De ene kunstenaar gebruikt verf, de ander werkt met marmer en ik heb Dolly geschapen om mijn verhaal mee te kunnen vertellen. Het klinkt misschien gek, maar het lijkt wel alsof Dolly een toverstafje heeft; mensen veranderen door haar aanwezigheid. Dat zijn mensen op wie ik als Ruud helemaal niet zo snel zou zijn afgestapt, snap je? Ik denk dat ik als Dolly ook makkelijker de waarheid spreek. Ze komt er mee weg. Dolly is geen man die een vrouw nadoet. Ze is geen dragqueen, geen travestiet. Als Dolly één ding wil dan is het juist de mannelijkheid doorprikken en dat afgrijslijke haantjesgedrag aan de kaak stellen. Ik moet daarbij altijd denken aan een favoriete uitspraak van mijn moeder: 'Het haantje van vandaag is de plumeau van morgen!'. Wie van de twee me het meest bevalt? Tja, dat hangt er vanaf. Aan wie stel je die vraag?"

Ik weet dat mijn invloed niet zo groot is, maar als ik een paar jonge mensen die met zichzelf in de knoop zitten een duwtje kan geven door hun te vertellen hoe ik mijn leven kleur heb gegeven dan ben ik al heel tevreden.

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Toen George voor de eerste keer hier langskwam, keek hij naar al die archiefkasten en riep uit: 'Het lijkt wel een kantoor van de Stasi!' Ik heb alles bewaard, álles. Straks kan ik dit interview ook in een van die laden stoppen. Dat is toch prachtig? Ik wil graag iets nalaten. Waarom? Tja, waarschijnlijk omdat ik - net zoals mijn ouders - niets kan weggooien, maar ook om deze hele exercitie toch een beetje zin te geven. Ik wil graag iets bijdragen aan de maatschappij. Ik weet dat mijn invloed niet zo groot is, maar als ik een paar jonge mensen die met zichzelf in de knoop zitten een duwtje kan geven door hun te vertellen hoe ik mijn leven kleur heb gegeven dan ben ik al heel tevreden.
Ik ben wel eens jaloers geweest op mensen die al op jonge leeftijd wisten wat ze wilden bereiken al heeft de lange weg die ik heb afgelegd ook een interessante ontdekkingsreis opgeleverd. En wat spullen betreft: Ruud is een calvinist, maar Dolly laat met groot gemak een bestelling voor een nieuw stuk couture plaatsen. Misschien heb ik Dolly wel gecreëerd om af en toe begerig te mogen zijn. Koffie?"

Arjan Visser interviewt iedere twee weken iemand aan de hand van de Tien Geboden.

Deel dit artikel

Ik heb nooit op een goedkope manier willen provoceren of schelden. Zelfs niet tegen mensen die de Na­sh­vil­le-ver­kla­ring hebben ondertekend.

Dit klinkt misschien zwaar, maar eigenlijk staat heel mijn leven in het teken van dit gebod. Mijn ouders hebben me altijd, on­voor­waar­de­lijk gesteund.

Dus nee, vreemdgaan is er niet bij... of heb jij plannen? Haha! Flirten doe ik nog wel. Zeker met knappe mannen zoals jij. Kijk, dit was nou een echte Dolly-flirt.

Ik weet dat mijn invloed niet zo groot is, maar als ik een paar jonge mensen die met zichzelf in de knoop zitten een duwtje kan geven door hun te vertellen hoe ik mijn leven kleur heb gegeven dan ben ik al heel tevreden.