Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Doe Maar was niks geworden met mij erbij. Ik ontbeer het zakelijk instinct dat Henny Vrienten heeft.

Home

door Toine van Corven

Basgitarist Piet Dekker (55) uit Tilburg speelde jaren samen met Hennie Vrienten en Ernst Jansz in Doe Maar, de populaire band uit de jaren tachtig. Doe Maar staat weer volop in de belangstelling, nu een musical over de muziek van de band onlangs in première ging.

Net voordat Doe Maar begin jaren tachtig een enorm succes werd, stapte Piet Dekker uit de band. Financieel zit hij volledig aan de grond, maar hij heeft nergens spijt van.

Met Jansz en Vrienten speelde Dekker in vele gedaanten. Bij de Rumbones (reggae), de Slumberland Band en op het laatst twee jaar in Doe Maar. „We konden er net niet van leven. Twee dagen per week reed ik vrachtwagen, erbij. IJs rondbrengen voor Jamin.”

Het clubcircuit werd een sleur. „Er zaten meerdere kapiteins op het schip. We zouden de band opdoeken, maar omdat er nogal wat mensen van moesten eten, besloot ik op te stappen. Joost Belinfante nam mijn gitaar over en Hennie Vrienten, die er even tussenuit was geweest, keerde terug. Vanaf dat moment ging het hard met Doe maar. Dankzij de zakelijkheid van Hennie. Daar ben ik van overtuigd.”

Met Piet Dekker ging het een stuk minder. „Even had ik het helemaal gehad met muziek. Ik ging in een oude bus wonen, kreeg een relatie en twee dochters, en werd huisman.” Na enige tijd pakte hij zijn basgitaar weer op en probeerde het in bandjes met illustere namen zoals Billy Bacon, Eric Green and the Oignons en Red Tomato.

„Ik heb altijd op een houtje moeten bijten. Even ging het financieel goed, totdat mijn wietzoldertje werd ontdekt. Dat was in 2000 en sinds die tijd is het niet zo best. Ik moet de sociale dienst terugbetalen, plus honderd procent boete.” Sinds een half jaar wordt hij met hulp van de wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) schuldenvrij gemaakt. „Gelukkig. Nog tweeënhalf jaar, dan ben ik ervanaf en kan ik eindelijk opnieuw beginnen.” Hij krijgt 700 euro per maand om van te leven. „Daarvan los ik nog 70 euro af. Begin geen wietzoldertje, alleen als je het goed doet!”

Spijt heeft hij nergens van, ook niet dat hij vlak vóór het succes Doe Maar verliet. „Met mij erbij was het niks geworden”, constateert hij nuchter. „Ik steek anders in elkaar. Om succes te hebben moet je eerst diep door het stof en vervolgens alles doen om op je voetstuk te blijven. Niks voor mij! Ik ben een muzikant die mooie muziek wil maken. Geen ster, nee.”

Jalousie de métier? „Nee. Dat zit niet in mij. Ik heb de leukste tijd bij Doe Maar meegemaakt. Daarna was de lol er snel af, denk ik. Bakken met geld? Dat is mijn instelling niet. Als ik deel van dat grote succes had uitgemaakt, was ik helemaal ondergescheten door strontvliegen. Zakelijk ben ik helemaal niks. Bovendien, wie zijn je vrienden dan nog?” Maar daarover zong Hennie Vrienten toch het lied ’Als je wint heb je vrienden’? Dekker: „Vrienten heeft er, denk ik, ook mee geworsteld. Uiteindelijk is Doe Maar ook om die reden gestopt. Ik weet gelukkig wie mijn vrienden zijn. Ook nu het zo slecht gaat. Als ik geen geld heb en ik kom in het café, heb ik toch altijd wel iets te drinken.”

Piet Dekker klaagt niet, ook niet over het vele geld dat hij met Doe Maar had kunnen verdienen, maar misliep. „De grootste rijkdom is geestelijke en lichamelijke gezondheid. Ik rij op de taxi. Wat een ellende ik zie... Mensen die met de deeltaxi rijden, die werkelijk niks te verteren hebben. Die er veel slechter aan toe zijn dan ik. Ik kijk wel eens bij ze binnen als ik ze voor de deur afzet en zie dan de armoede. Schandalig! Oude mensen voor wie wij moeten zorgen.”

Zijn basgitaar bespeelt hij slechts zo nu en dan nog. De nieuwe passie heet computer. Hij maakt web art, componeert, maakt fimpjes met een webcam. „Ik kan daar al mijn creativiteit in kwijt.”

Contact met de oud-bandleden van Doe Maar is er niet meer. De laatste keer was op de afterparty van een reünieconcert in Ahoy’. „Dan zijn het weer mijn oude maten. Dan gaat het over vroeger.” Ondanks de ’shit’ waarin hij zit, blikt Piet Dekker tevreden terug op zijn leven. „Ik heb het heel anders gedaan dan de meeste mensen. Die werken en werken en zeggen: stráks gaan we leven. Ik heb eerst geleefd. Nu werk ik. Sinds mijn wietzoldertje is ontdekt, ja. Ik moet wel. Al die jaren heb ik veel vrije tijd gehad. Ik maakte muziek en sleutelde aan mijn bus. Als het mooi weer was, was Piet weg.”

Zijn nieuwe bestaan, taxichauffeur zijn, gaat hem trouwens ook goed af. „Ik kom iedereen tegen. Net als toen ik nog muzikant was.”

Deel dit artikel