Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dode theologie werd via zen levend geloof

Home

Cokky van Limpt

Ze studeerden ooit theologie, maar wat hebben ze eraan in hun huidige bestaan - vlakbij of ver van de kansel? Vandaag Jan Bodisco Massink (1944), psychoanalyticus.

'Na mijn eindexamen mocht ik gaan studeren. Maar wat? Ik had geen idee wat ik wilde worden. Rechten dan maar. Al snel voelde ik me daar niet thuis. In díe wereld m'n boterham verdienen, dat trok ik niet. Achteraf bezien was ik toch wel erg beschermd opgevoed, in een kleine pastorie. Ik had absoluut geen verweer.

Mijn vader, econoom, ging op latere leeftijd theologie studeren en werd predikant. Ik had daar aardige herinneringen aan. Dus waarom niet ook theologie?

De eerste drie jaar deed ik van alles behalve studeren. De studie raakte me ook niet persoonlijk. Theologie was iets volstrekt buiten mezelf -schema's en gedachtegangen. Tót ik aan het einde van mijn studie colleges kreeg van prof. Hasselaar, over de Kirchliche Dogmatik van Karl Barth. Ik snapte totaal niet wat hij uitlegde, maar die man intrigeerde me door de enorme betrokkenheid waarmee hij over zijn vak sprak. Door hem ging ik begrijpen dat je persóónlijk geboeid kunt raken door gedachtegangen in theologie en filosofie en dat dat iets met jezélf te maken heeft.

Na mijn studie kwam ik door toeval als therapeutisch medewerker terecht op een PAAZ, een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis in Utrecht. Het was de tijd van de antipsychiatrie -Gestalt, bio-energetica, sensitivitytrainingen, groeps- en gezinstherapie. Men had het over veranderingsprocessen en bewustwording -denk aan Dennendal. Velen waren met zen bezig en meditatie. Ook dat intrigeerde me weer. Ik ben toen zelf ook met zen aan de gang gegaan en heb veel gelezen over boeddhisme en mystiek. Op de Tiltenberg, waar de verbinding werd gelegd tussen zen en de christelijke traditie, ontdekte ik dat die traditie dit alles ook in zich heeft. Via zen kreeg ik contact met de eigen christelijke theologie. De 'dode' theologie werd zo voor mij tot levend geloof en levende spiritualiteit.

Op de PAAZ had ik ontdekt dat ik wel geleerd had hoe ik een preek moest houden maar niet hoe ik met mensen moest praten, hoe ik ze kon helpen met hun problemen. Ik kreeg spijt dat ik geen psychologie had gedaan. Een lacune die ik gelukkig kon dichten via in-service trainingen en later nog een opleiding psychoanalyse. In de wereld van de psychotherapie zat men destijds trouwens bepaald niet te wachten op een theoloog: 'jij bent ongeschikt, wánt je hebt theologie gestudeerd; wij willen jou niet'. Onthullend en onthutsend was dat. Door een administratief foutje kwam ik toch bij de psychoanalyse binnen. Ik genoot er intens van om tegelijkertijd in de theologische, psychologische en zen-hoek met mezelf bezig te zijn.

Tijdens die opleiding ging ik ook de verwantschap ontdekken tussen de psychoanalytische en de theologisch-dogmatische begrippen. In de dialoog tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw bijvoorbeeld ontdekte ik dezelfde dynamiek die verandering teweegbrengt als in gesprekken die ikzelf met cliënten voerde. Dat blijft mij tot op de dag van vandaag enorm boeien.

Ook bijvoorbeeld in het vraagstuk van goed en kwaad ontdekte ik die dwarsverbanden. Mensen ervaren zichzelf vaak als paradoxaal: ze kunnen intens van iemand houden, terwijl ze die persoon tegelijkertijd liefst achter het behang plakken. Freud hield zich bezig met die splitsing tussen het goede en het kwade element en met de vraag hoe je het samengaan van het onverenigbare kunt verklaren. In de theologie kom je iets vergelijkbaars tegen. God draagt ook beide in zich: Amor én Ira, liefde én toorn. Maar, terwijl de boze zijn toorn gebruikt om de boel kapot te maken, is de toorn van God gericht tegen datgene wat het goede leven kapotmaakt. Ik leer mijn cliënten ook dat onderscheid te maken tussen destructieve en productieve agressie.

Na de PAAZ kwam ik, eerst als pastoraal medewerker en daarna als predikant, in dienst op de afdeling psychotherapie van wat nu de GGZ Buitenamstel heet. Mensen komen hier met klachten, vaak van depressieve aard. Daarachter gaat een levensverhaal schuil waarin ook de kerk en geloofsvragen een rol kunnen spelen. Als dat gaande de behandeling blijkt, komen ze op mijn pad.

De laatste jaren zijn het vooral pastorale collega's die een beroep op mij doen, voor supervisie, coaching of therapie. Ik heb veel gekregen van deze organisatie en er veel aan gegeven. Nu, in de laatste jaren tot mijn pensioen, kan ik hier zo'n beetje mijn eigen winkel drijven. Heerlijk.''

Deel dit artikel