Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

x

Do re mi: de tong los met Jan de Doper

home

door Madelon Kielich

Ut queant laxis resonare fibris: een musicoloog herkent deze woorden direct. Ze vormen de beginregel van een hymne uit de achtste eeuw die later beroemd zou worden in de muziekgeschiedenis. Het gedicht werd geschreven door de benedictijnse monnik Paulus Diaconus voor het feest van Johannes de Doper (24 juni).

Paulus Diaconus, ook wel Warnefridi genaamd, is vooral bekend als geschiedschrijver van de Longobarden. Hij bracht een groot deel van zijn leven door in het klooster van Monte Cassino ten zuiden van Rome. Toen hij op een Heilige Zaterdag het Exsultet moest zingen voor de zegening van de paaskaars, kon hij geen geluid uitbrengen door plotselinge heesheid. Volgens de legende schoot hem de geschiedenis van de vader van Johannes de Doper te binnen. Ook Zacharias was een tijdlang zijn stem kwijt geweest. Toen de engel Gabriël hem de geboorte van een zoon verkondigde, geloofde hij hem niet, omdat hij en zijn vrouw Elisabet al op hoge leeftijd waren. Voor zijn ongeloof werd hij met stomheid gestraft tot acht dagen na de geboorte. Pas nadat hij op het feest van de besnijdenis, gevraagd naar de naam van het kind, 'Johannes' had opgeschreven, werd 'zijn tong losgemaakt', vertelt de evangelist Lucas. Daarop zong Zacharias een lofzang.

Het wonder van Zacharias' genezing was kennelijk te danken aan Johannes. Paulus Diaconus hoopte dat de Doper hem ook zijn stem zou willen teruggeven. Daarom schreef hij een hymne voor het feest van zijn geboorte. In het eerste couplet van 'Ut queant laxis' smeekt hij de heilige om hulp. Of zijn bede werd verhoord vermeldt het verhaal niet.

In de elfde eeuw gebruikte de monnik en muziektheoreticus Guido van Arezzo, ook bekend als grondlegger van het moderne notenschrift, de hymne van Diaconus bij de zangles. Iedere zin van het eerste couplet begint met een van de zes opeenvolgende noten van de diatonische toonladder. Als geheugensteun voor zijn leerlingen bij het onthouden van de toonladder nam hij de beginlettergrepen van de eerste zes zinnen van het gedicht. Zo kregen de noten de namen Ut, Re, Mi, Fa, Sol, La, zoals hieronder te zien is:

UT queant laxis

REsonare fibris

MIra gestorum

FAmuli tuorum,

SOLve polluti

LAbii reatum, Sancte Ioannes.

Ut werd vervangen door Do vanwege de open klank van dat woord; alleen Franse musici gebruiken nog steeds Ut. Later werden de S en de I van Sancte Ioannes nog toegevoegd voor de zevende noot.

Een vrije vertaling van het eerste couplet is: ,,Opdat uw dienaren uw wondere daden kunnen bezingen met soepele stembanden, verlos hun onreine lippen van schuld, o heilige Johannes''. De 'solmisatie'-lettergrepen, zo genoemd naar Sol en Mi, die Guido van Arezzo zijn leerlingen leerde, worden nog steeds gebruikt. Zangers die hun toonladders oefenen doen dus eigenlijk een schietgebedje. Moge de heilige Johannes hun bede verhoren.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.