Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dit is mijn broertje, hij werd moslim

Home

Cathelijn Schilder

Jeroen (de broer van Cathelijn Schilder), bekeerd in 2005 © Saskia Aukema

Tijdens een tripje naar Rome ontdekt Cathelijn Schilder dat haar broer moslim is geworden. Van de weeromstuit gaan ze badmintonnen. "Iets vertrouwds in een situatie die onbekend en angstig was."

Mijn dochter van drie loopt regelmatig met haar ogen dicht door het huis. Mijn dochter van zeven hinkelt wel eens een dag. Bij wijze van experiment schakelen ze ledematen of zintuigen uit om te kijken hoe de wereld er dan uitziet. Lopen als een prinses. De trap af als een brandweerman. Voeten vastbinden aan je trappers als een wielrenner. Ik herinner me dat ik dat zelf vroeger ook deed, die oefeningen in inlevingsvermogen. Ik verkende een wereld die ik niet kende. Niet door er over te lezen. Maar door het te doen. Ik incasseerde het ongemak: bult op mijn hoofd, blaar op mijn voet, wereld op zijn kop.

Wat heeft dat nou weer te maken met een broer die zich tot moslim bekeert?

Ik ga even terug naar het moment dat het allemaal begon. Niet mijn broer - hij was al lang begonnen. Maar het moment dat ik me realiseerde waar hij mee bezig was.

Badmintonrackets
Het was de zomer van 2005 en mijn vrienden waren op reis of hadden zich opgesloten om een scriptie te schrijven. Zo kwam het dat ik op een maandag in juli om half zes 's ochtends met mijn jongste broer van bijna achttien op vliegveld Zestienhoven stond. Hij was door onze ouders met lichte dwang naar voren geschoven. Ik zou mijn broertje wel eens wat beschaving bijbrengen dacht ik. Ik had vier reisgidsen in mijn koffer en ik had ze allemaal al uit. Mijn broer verscheen met een rugzak alsof hij had gepakt voor een dagje strand. Er staken twee badmintonrackets uit. Vierenhalf uur later liepen we langs het Colosseum.

Op dag 4 stond ik op het punt een vlucht naar huis te boeken. Behalve af en toe een citaat uit Asterix en Obelix had hij al die dagen geen woord gezegd. We waren net door een stel bewakers de Sixtijnse Kapel uitgekeken omdat mijn broer om mij onduidelijke redenen bevangen werd door de slappe lach.

De hitte, het zwijgen van mijn broer; ik was uitgeput. Uiteindelijk bereikten we een park dat uitkeek over de stad. Er was schaduw, er was zelfs een briesje dat niet voelde alsof je net de deur van de oven had opengedaan. Ik keek naar de koepels, zuilen en heiligheden waar ik mijn broer de afgelopen vier dagen mee naartoe had gesleept. Ik voorop als een overspannen gids, hij een meter of twee achter mij met oordopjes in zijn oor en handen in zijn zakken. Ik zag nu pas hoe inefficiënt we alle bezienswaardigheden hadden bezocht. Alsof ik meedeed aan een spelprogramma en mijn opdracht was om elke dag zoveel mogelijk stadsdelen aan te doen. Met vrijstellingen als we alles uit de reisgids in vier dagen konden afstrepen.

"Rare jongens die Romeinen", zei ik.

Lees verder na de advertentie

 
Rare jongens die Romeinen, zei ik

Sorayah, bekeerd in 1999 © Saskia Aukema

"Zeg dat wel", zei mijn broer.

Het volgende moment werd ik wakker van het geluid van muziek in de verte.

We waren in het gras gaan liggen, herinnerde ik me. Ik was in slaap gevallen. Mijn broer zat naast mij met zijn oordopjes in. Hij staarde nog steeds, of alweer, in de verte. Hij leek niet meer te kijken naar de stad met zijn koepels en torens. Zijn blik ging verder, alsof hij naar iets keek wat ik niet kon zien. Ik realiseerde me dat de muziek die ik in mijn slaap dacht te horen uit zijn oordopjes kwam. Ik stelde hem de eerste vraag in vier dagen. Misschien stelde ik hem wel voor de eerste keer in mijn leven een vraag: "Waar luister je eigenlijk naar?"

Zodra hij een oordopje uit zijn oor haalde, bereikten mij de klanken van Arabisch gebed. Iemand las een stuk uit de Koran met zoveel omwegen als ademhaaltechnisch mogelijk is. Een beetje zoals ik door de straten van Rome had gedwaald. "Jezus", zei ik. "Wat is dit nou weer?" Mijn broer haalde zijn schouders op.

"Jij was toch van de hiphop?"

"Ja, drie jaar geleden."

Jeuk
Prima moment voor een goed gesprek, bijvoorbeeld over: Waar ben jij mee bezig? Of nog beter: Wie ben jij eigenlijk? Maar ik wist niet waar ik moest beginnen en ik zat niet lekker en ik had net twee uur bezweet en comateus geslapen in pas gemaaid gras dus ik had overal jeuk. Ik stond op.

"Waarom moest je nou zo lachen daarbinnen in de Sixtijnse Kapel?" Het kon vast geen kwaad nog één vraag te stellen. De vorige vraag leverde meer informatie op dan ik ooit had gedacht. Mijn broer keek op van zijn blik in de verte. De oordopjes bungelden op zijn buik. De nasale Arabische klanken klonken op de achtergrond, alsof er een kilometer verderop in de stad vanuit een minaret een oproep tot gebed werd gedaan.

"Hij had gewoon een baard."

"Wie?"

"God! Die God aan het plafond van de Sixtijnse kapel had een baard, hij zat op een wolk en had een paarse baard. Het leek wel Suske en Wiske. Het zag er niet uit."

 
Die God aan het plafond van de Sixtijnse kapel had een baard, hij zat op een wolk en had een paarse baard. Het leek wel Suske en Wiske

"Vond je het niet mooi?" vroeg ik. "Het was toch supermooi?"

"Het was mooi", zei hij. Hij grinnikte verder en de slappe lach begon weer met af en toe overslaand gepiep. "Hij had gewoon een fucking baard!"

Ik pakte de reisgids uit mijn tas. Bladerde hem door op zoek naar waar we nu weer naartoe moesten. Ik klapte hem weer dicht.

"Ik wil wel een potje badmintonnen", zei mijn broer. Hij hield zijn tasje met rackets in de lucht. We badmintonden een uur. Lacherig in het begin, zonder puntentelling, maar na een kwartiertje waren we bloedfanatiek. Net als op de Franse campings in de zomer en op het plein voor ons ouderlijk huis. Minstens honderd carillons en klokken beneden in de stad sloegen zeven keer.

"Geef mij je hand eens", zei hij, nadat we terug op het gras waren geploft. Hij wees naar de lijnen in mijn handpalm. "Zie je de letters? Kijk hier", en hij wreef met zijn vinger over de lijnen. "Hier zie je de A. En hier." Hij wees naar die diepste en langste lijn in mijn handpalm: "dat is de L. Dan zie je daar nog een L. Draai je hand nu een beetje. Ja zo. Dan zie je hier nog een A. En dan heb je hier nog een H natuurlijk. Allah. Zijn naam draagt iedereen elke dag met zich mee. Iedereen op de wereld."

Ik keek op. Hij keek bloedserieus. "Dat is onzin!", zei ik.

"Het staat er toch!"

De rest van de vakantie speelden we badminton. Bij de Via Appia, op het gras bij het Circus Maximus, voor de gesloten ingang van het museum van Ostia, op een verlaten perron. Het gaf ons iets te doen wat we al die jaren daarvoor ook al deden. Iets vertrouwds in een situatie die onbekend en angstig was.

Slappe lach
Achteraf gezien was er nog een reden waarom we gingen badmintonnen. Iets wat ik me pas realiseer nu ik zie hoe mijn jongste dochter uit een kopje probeert te drinken zonder het vast te houden.

Rome is een heel vreemde stad als je er met iemand doorheen loopt die net Mohammed als zijn enige profeet heeft erkend. Daar hoort de slappe lach in de Sixtijnse kapel bij. Onbewust sloegen we ons er badmintonnend doorheen.

 
De rest van de vakantie speelden we badminton. Bij de Via Appia, op het gras bij het Circus Maximus

Maarten, bekeerd in 2012 © Saskia Aukema

Een paar maanden na Rome legde mijn broer zijn getuigenis af in een moskee in Rotterdam-Zuid. Ik speelde de afstandelijke zus die het allemaal beter wist maar zich er niet mee bemoeide. Ik stelde vragen die geen echte vragen waren: "Vind je de tiramisu lekker?" (daar zit alcohol in maar dat laat ik pas weten nu je het op hebt.) "Vind je 'The Beagle' ook zo'n geweldige tv-serie?' (leve Darwin en de evolutietheorie!)

De belangrijke vragen hield ik voor mijzelf omdat ik bang was voor het antwoord. Er is niets bijzonders aan een zus die zich ergert aan haar jongere broertje. Mijn broer ging studeren, ging op kamers, werkte, schreef afstudeerscripties, werd verliefd en trouwde in de jaren die volgden - net als ikzelf had gedaan.

Tijgers aan een ketting
Vorig jaar gingen we weer samen op vakantie. Met de hele familie dit keer. Onze ouders waren veertig jaar getrouwd en trakteerden op een lang weekend naar de Efteling. "Kijk er is een moskee!", riep mijn dochter. Dat was de Fata Morgana. Ik stapte in het bootje naast mijn broer en mijn Nederlands-Marokkaanse schoonzus. En ik voelde me weer zoals ik me voelde in die laatste dagen in Rome. Dit is heel vreemd, dacht ik, toen ik we langs de harem voeren. Langs de sultan met zijn tijgers aan een ketting. Kan dit wel? Zo had ik nog nooit naar de Fata Morgana gekeken. Om ons heen aten de mensen duizenden niet-halal Unox rookworsten uit de bio-industrie. 's Avonds keken we naar het Eurovisie Songfestival in een Anton Pieckhuisje in het bos. De Efteling is net als Rome nog wonderlijker dan het al is als je het bekijkt door de ogen van een ander.

Nu pas heb ik mijn broer goed leren kennen, durf ik te zeggen. Nu bestaat zijn geloof niet meer alleen uit de restricties en geboden en tradities die hij aanhangt en waar ik - als de oudere, slimmere, knappere zus die ik altijd zal blijven - van alles over heb op te merken. Nu staat zijn geloof voor wie hij is. Het is moeilijk of helemaal niet vast te pakken. Het is er.

En het leren kennen ervan voelt als over straat lopen met je ogen dicht. Schrijven met je andere hand. En dat betekent bulten, blaren, en de wereld op zijn kop.

Cathelijn Schilder (1980) is schrijver van korte verhalen en romans. In 2005 verscheen haar debuutroman 'De eenling'. Haar recentste roman 'Eerst een huis' verscheen bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Reageren?
Heeft u of een naaste een nieuwe religie omarmd? Hoe was dat? Hoe waren de reacties? En hoe regaeerde u zelf? Schrijf in maximaal 150 woorden op tijdpost@trouw.nl

 
Om ons heen aten de mensen duizenden niet-halal Unox rookworsten uit de bio-industrie

Sandra (bekeerd in 2008) en Anna (bekeerd in 1998) © Saskia Aukema

'Ik vroeg me af waarom mensen zich bekeren'
Fotografe Saskia Aukema zag op straat steeds vaker moslims van wie ze vermoedde dat ze 'geen moslim van geboorte' waren. "Vrouwen met blauwe ogen en een hoofddoek. Ik vroeg me af waarom mensen zich bekeren tot de islam. En hoe dat dan gaat. Het leek me een moeilijke keuze. Want de islam heeft geen goed imago in het nieuws." Ze las erover, keek documentaires, bezocht bijeenkomsten van vrouwen die zich wilden bekeren. "Eerst zonder camera. Toen ik de mannen en vrouwen beter leerde kennen, begon ik met het maken van portretten." Ze had gelezen dat fotografie binnen de islam moeilijk kon liggen, maar ze ondervond nauwelijks weerstand. "Tot mijn verbazing kreeg ik toestemming om een fotostudiootje in te richten op de Nationale Bekeerlingendag. Die wordt ieder jaar georganiseerd, er komen wel vijftienhonderd mensen op af. Veel mensen, mannen en vrouwen, lieten zich die dag fotograferen. Ook degenen die dat niet wilden, waren enthousiast over het project."

Saskia Aukema hoopt dat de portretten bij kijkers de nieuwsgierigheid oproepen die zij zelf had. Ze heeft niet de behoefte om veel uit te leggen. Bij haar portretten zet ze alleen een naam en de datum van bekering.

"Voordat ik aan het project begon kende ik nauwelijks moslims. Ik snap nu waarom mensen zich bekeren. Het geeft houvast. Als buitenstaander denk je dat je wordt beperkt, maar zo ervaren zij het zelf niet." Ook al weet ze er inmiddels veel over, Saskia heeft zich niet bekeerd. Sommige moslims vinden dat jammer. "Ze hebben er soms ook moeite mee dat hun familie of vrienden zich niet bekeren. Ook met het oog op het hiernamaals, ze gunnen hen natuurlijk ook het paradijs."

Saskia Aukema maakte tijdens haar project kennis met antropologe Vanessa Vroon-Najem. Zij deed jarenlang onderzoek naar bekeerlingen en is afgelopen woensdag aan de UvA op het onderwerp gepromoveerd (zie pagina 11). Samen hebben ze het boek 'Bekeerd' gemaakt, met teksten van Vanessa en de foto's van Saskia. In het Amsterdam Museum is een tentoonstelling met hun werk gisteren voor publiek geopend.

'Bekeerd', uitgeverij Komma/d'jonge Hond, 25 euro.
AmsterdamMuseum.nl

 
Ik snap nu waarom mensen zich bekeren. Het geeft houvast

Bekeerlingen
Antropoloog Vanessa Vroon-Najem promoveerde afgelopen week op het onderwerp 'bekeerlingen tot de islam'. Veel cijfers over deze groep zijn er niet. Het CBS telde in 2007 12.000 'autochtone' moslims. Voor haar onderzoek sprak Vanessa uitgebreid met 47 vrouwen. Naar mannen deed ze geen onderzoek.

"Vaak wordt gedacht dat vrouwen zich bekeren omdat hun man moslim is. Maar dat blijkt niet de reden te zijn." Volgens Vanessa hebben ze dezelfde vragen als anderen die zoeken naar zingeving. "Deze vrouwen voelen zich het meest thuis bij de islam. Die biedt duidelijke leefregels: bidden op vaste tijden, geen alcohol, vasten." In die praktische kant zit voor veel bekeerlingen de aantrekkingskracht.

"Veel ouders vinden de bekering nog tot daar aan toe", zegt Vanessa. "Maar als hun dochter ervoor kiest een hoofddoek te dragen, zijn de rapen vaak gaar." Met de meeste vrouwen die zij sprak, kwam het uiteindelijk goed: "Als de band met ouders en familie voor de bekering sterk was, blijft dat ook wel zo."

 
Vaak wordt gedacht dat vrouwen zich bekeren omdat hun man moslim is. Dat blijkt niet de reden te zijn

Deel dit artikel