Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dirigent Edo de Waart.

Home

Sandra Kooke

Een lefgozertje dirigeert driftig de vijfde symfonie van Beethoven. Het is de 23-jarige Edo de Waart, die op het punt staat internationaal door te breken. De zestigjarige De Waart, inmiddels wit haar maar nog altijd met jongensachtige bravoure, kijkt met verbazing naar dit zwart-witte tv-fragment. ,,Wat is er met me gebeurd? Wat is er gebeurd met dat ongelooflijke elan, dat gevoel van zo moet het en niet anders?''

In de documentaire 'Edo', die de NPS woensdag uitzendt, kijkt de 60-jarige dirigent Edo de Waart terug op een carrière van meer dan 35 jaar. Een carrière die een vliegende start had, maar niet is geworden wat hij er als twintiger van had gehoopt. ,,Ik ben geen Karajan, Toscanini of Giulini geworden, maar een Edo de Waart. Maar wat dat is weet ik niet.''

De Waart is een van de weinige dirigenten die openlijk praat over zijn twijfels en over de beperkingen van zijn talent. In deze krant bekende hij al eens zichzelf niet een erg goede dirigent te vinden. In de documentaire: ,,Ik hoorde eens een fantastische symfonie van Bruckner op de radio. Wat wilde ik graag dat het mijn opname was... Ik was het niet. Het was Solti.'' Voor het oog van de camera worstelt hij met een stuk van Messiaen. ,,Ik begrijp gewoon niet hoe dit moet. Die tien fluiten, acht klarinetten en twee slagwerkers spelen ieder hun eigen partij, in hun eigen tempo. Ik vraag me af hoe we dat redelijk gelijk moeten laten eindigen. Wat wil Messiaen hier nou? Ik denk een gek geworden volière.''

Zijn eigen relativeringen maken De Waart tot een sympathiek man. Vandaar dat de documentairetitel 'Edo' zo goed gekozen is. De Waart heeft geen kapsones, wil graag 'boys met de boys' zijn bij zijn orkest, stelt musici tijdens audities gerust met een ontspannen praatje en heeft een bloedhekel aan de eenzaamheid van het vak. Hij heeft liever een musicus die wat minder goed is maar die zich inzet voor het orkest, dan een topmusicus die niet luistert naar het spel van zijn collega's. Zijn sociale welbevinden is belangrijker dan zijn succes.

Over de musicus De Waart komen we in deze documentaire weinig te weten. Er klinkt mooie muziek, we zien hem werken, maar waar hij voor staat -behalve in dienst staan van de componist en zo goed mogelijk je best doen- komen we niet te weten. Dat ligt niet aan de documentairemakers maar aan De Waart zelf, die er geen zin in heeft zichzelf onder een vergrootglas te leggen. ,,Er zal best een De Waart-sound zijn'', zegt hij. Maar hij neemt niet de moeite al zijn plaatopnames te gaan beluisteren. ,,Als je een opname hebt gemaakt, is het gebeurd. Dan gaan we door met het volgende.''

Over de mens De Waart leren we des te meer. Op zijn zestigste heeft De Waart het geluk gevonden bij zijn vrouw Rebecca en dochtertje Olivia. De laatste leert hem relativeren -een halfuurtje spelen met haar is een betere voorbereiding op een concert dan een halfuur navelstaren in de kleedkamer- en is er de oorzaak van dat hij zijn contract bij De Nederlandse Opera niet afmaakt. Hij wil meer tijd thuis doorbrengen. Hij denkt met afschuw terug aan zijn succesvolle tijd in San Francisco, toen er thuis alleen twee poezen na een concert op hem zaten te wachten. ,,Dan zat ik thuis te janken en dacht ik: ,,Waarom doe ik dit in godsnaam?''

De documentairemakers Leon Giesen en Marcel Prins volgen hem in de periode dat hij besluit de opera eerder te verlaten, terwijl hij met regisseur Pierre Audi aan Wagners opera 'Lohengrin' werkt.

De Waart vindt het zonde van zijn tijd daarvoor alle regierepetities bij te wonen, lange ochtenden waarop hij slechts een paar keer een paar minuutjes in actie kan komen. De beperkte tijd die hij in zijn leven nog heeft, wil hij goed besteden: aan het Radio Filharmonisch Orkest en het Sidney Symphony Orchestra. Maar het liefst gaat hij spelen met zijn dochtertje.

Deel dit artikel