Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Deze dam is níet groen

Home

TEKST HANS MARIJNISSEN

Waterkrachtcentrales produceren 'hernieuwbare' energie en kennen geen uitstoot van verbrandingsgassen. Maar dat ze 'groen' zijn, is een groot misverstand.

Kijk, dit zijn de betere beelden. Roberto Epple start een filmpje van de dam in de Allier bij het Franse Saint Etienne de Vigan, in het Centraal Massief. Bouwvakkers boren lange verticale kolommen in de wand waarin ze later de springstof bevestigen. Op 25 juni 1997, precies om vijf uur 's middags is het dan zover. Met een enorme explosie klapt de dam in één keer uit elkaar. Wat rest is een kwestie van puinruimen. De rivier spoelt zelf de laatste brokstukken weg.

Zes maanden later heeft de Allier alweer zijn natuurlijke stroom te pakken, en herstelt de natuur zich. "Dit dammen slopen zal de komende jaren een geheel nieuwe bedrijfstak worden", zegt Epple. "De waterkrachtcentrales kunnen honderd jaar mee. Dan moeten ze gerenoveerd worden óf afgebroken. Ik denk en ik hoop dat elektriciteitsmaatschappijen voor het laatste zullen kiezen." Epple ziet al uit naar de volgende sloop, van de Vézins-dam, in de Normandische Sélune. Dat gevaarte van 36 meter hoogte en met een lengte van 278 meter, is binnen twee jaar aan de beurt.

Europa kent in totaal 5000 dammen, wereldwijd zijn er maar liefst 45.000. De dammen in de Europese rivieren zijn vooral te vinden in de Alpen-landen, het noordwesten van Groot-Brittannië en Noord-Spanje. In Zuid-Europa neemt het volume van de energie uit waterkracht af, in het noorden van Europa juist toe.

In Europa wordt 70 procent van de dammen gebruikt om energie op te wekken, buiten Europa is dat slechts bij 20 procent van de dammen het geval. De dammen en meren worden daar ook ingezet bij de irrigatie van landbouwgebieden, om de waterstand van de rivier te controleren, voor de drinkwatervoorziening en voor recreatie in en langs het meer.

De eerste Europese dammen zijn gebouwd in het begin van de vorige eeuw, vaak onder zeer moeilijke omstandigheden en steen voor steen, met voor die tijd wonderbaarlijke constructies. Maar snelle groei van deze bouwwerken vond plaats in de jaren zeventig en tachtig.

Roberto Epple is oprichter van het European Rivers Network (ERN) in het Franse Le Puy en gespecialiseerd op de relatie tussen waterkrachtcentrales en ecologie. Hij vecht vooral tegen een vooroordeel: dat waterkracht 'groen' zou zijn. "Oké, deze energie is duurzaam of 'hernieuwbaar' in de zin dat er geen grondstoffen aan de aarde worden onttrokken. Er komt ook geen schadelijke uitstoot vrij." Daarom wordt waterkracht ook meegeteld als groene energie in de internationale emissiehandel en gebruikt bij het halen van de doelstellingen voor de terugdringing van de CO2. "Maar installaties met dammen die nodig zijn om waterkracht op te vangen en om te zetten in energie, zijn desastreus voor de natuur in de verre omtrek van die complexen. Soms zijn de gevolgen honderden kilometers stroomafwaarts nog merkbaar."

Verdwenen trekvissen
Het grootste bezwaar tegen wat Epple steeds hydropower noemt, is wel de fragmentatie van de riviersystemen. "De dammen snijden de rivieren in mootjes, waardoor aaneengesloten ecosystemen ontkoppeld worden." Dat betekent in de eerste plaats dat vissen als de zalm niet meer stroomopwaarts kunnen om te paaien en eitjes af te scheiden. "De trekvissen zijn uit bijna alle Europese rivieren verdwenen."

Epple benadrukt dat heel Europa de ecologische gevolgen draagt van de overdaad aan dammen, in bijna alle landen in dezelfde mate. Alleen in Finland en Noord-Rusland zijn nog minder aangetaste, ongerepte rivierlandschappen te vinden. In delen van Polen en Frankrijk is de situatie minder rooskleurig. "In de Loire bevinden zich de laatste wilde zalmen van West-Europa, afgezien van die paar die het Wereld Natuur Fonds (WNF) in Nederland heeft uitgezet."

Toch zijn het niet alleen de trekvissen waarvoor de dammen obstakels vormen. De rivieren zijn als het ware transportbanden, waarover miljoenen zaden en groene resten naar andere streken worden vervoerd. Het ene gebied leeft zo van het andere.

Epple: "Een ander effect is de afname van de stroming in de delen tussen de dammen, waardoor de temperatuur van het water toeneemt. Dat wordt daardoor van mindere kwaliteit." Maar de rivier kan volgens hem door de dammen ook geen sediment meer afvoeren: de kleine deeltjes zand, slib en modder. De rivieren worden daardoor na de dammen dieper, waardoor zij harder gaan stromen en moeilijker bevaarbaar worden. In de Rijn bijvoorbeeld is de snelheid van het water in de benedenstroom verdubbeld. Door de verdieping zakt ook het grondwater, en daar hebben de boeren weer last van. En de zee stroomt bij vloed dieper de riviermonding in, waardoor de akkers in de uiterwaarden verzilten.

Het grootste en gevaarlijkste effect van de vermindering van de zandtoevoer is de erosie van de kust. "Vergeet niet dat heel Nederland is gebouwd in een delta die door de rivieren is aangelegd. Die moet onderhouden worden door de constante aanvoer van sediment. Stopt die aanvoer, dan kalft de kust af."

Dat ziet Epple al gebeuren in Zuid-Frankrijk, waar de Rh¿ne veel dammen kent. "De Camargue, de delta, staat jaarlijks tien meter kust af aan de zee. Als dat zo doorgaat ligt Saintes Maries de la Mer straks als een eiland in zee." En dan heeft Epple het nog even niet over de culturele en sociale gevolgen van dammenbouw. In Turkije dreigt bijvoorbeeld het eeuwenoude Hasankeyf onder water te lopen door aanleg van de Ilisu-dam, terwijl de vestingstad op de Unesco-werelderfgoedlijst staat. De Koerdische bevolking dient een ander onderkomen te zoeken.

Marginaal
Kan Europa in het kader van de verduurzaming van de energievoorziening eigenlijk zónder waterkracht? Volgens Epple is het aandeel van hydropower in Europa marginaal. Frankrijk is met 500 dammen de grootste leverancier en levert jaarlijks 67 terawatt-uur, een eenheid die neerkomt op 15 procent van het totale nationale aanbod aan energie. "Een toename van 2,5 procent van het aanbod uit waterkracht, betekent een toename van 0,3 procent van de totale energieproductie. Als je dit wil opwekken met kleinere zogenaamd milieuvriendelijke waterkrachtinstallaties, betekent dit dat je er wel duizend van nodig hebt. De winst is klein, terwijl de impact op de natuur enorm is. Moet je dat willen?" Epple denkt van niet.

WNF richt zich op Amazone en Mekong
Bart Geenen is dam-expert van het Wereld Natuur Fonds (WNF). Hij houdt zich wereldwijd bezig met het tegengaan van de negatieve effecten van waterkrachtcentrales op de natuur.

"De situatie in Europa is deels vergelijkbaar met die in bijvoorbeeld Zuid-Amerika en het Verre Oosten, maar er zijn ook grote verschillen", zegt hij. "In Europa zijn de meeste dammen al gebouwd, terwijl in landen als Brazilië en China sprake is van opkomende economieën die staan te springen om energie, maar door internationale milieuafspraken gedwongen zijn om de uitstoot te beperken."

Een ander verschil is dat gebieden als de Amazone waarin de dammen gepland zijn, wereldwijd van grote betekenis zijn. Terwijl tientallen miljoenen omwonenden direct van de rivier afhankelijk zijn, zoals in de Mekong-delta in Vietnam. Over het algemeen geldt dat de gevolgen van dammenbouw buiten Europa veel groter zijn.

"De Amazone bijvoorbeeld kun je zien als riviersysteem met vaten en aderen zoals in het menselijk lichaam", zegt Geenen. "Het maakt nogal wat uit of je een vinger doorsnijdt, of het mes zet in de hartstreek. In ieder geval geldt: te veel steken zijn dodelijk."

Geenen probeert overheden te overtuigen van alternatieven voor waterkracht, die vooral de mijnindustrie moet voeden. Is er per se waterkracht nodig, dan adviseert hij waar een dam de minste schade veroorzaakt. Daarnaast wil WNF gebieden uitroepen tot zogenaamde 'no-go-areas' waarin in ieder geval geen dammen mogen komen. "Over het algemeen kun je stellen dat de kennis van de ecologische effecten van waterkracht in deze landen miniem is, en dat goede voorbeelden onbekend blijven. Wij zien het als onze taak die informatie te verstrekken. Maar we vragen de grote ontwikkelaars van deze projecten ook om duidelijk rekenschap af te leggen over hun plannen, zodat ze bewust afwegingen maken. Er is ook een verdiepende discussie nodig over de toename van neerslag en de stijging van de zeespiegel door het veranderende klimaat. In zo'n toekomst is een afkalvende kust vanwege het grote aantal dammen in de rivier niet alleen onwenselijk, maar ook bedreigend voor het land dat nu toelaat dat de dammen worden gebouwd." Misschien dat zo'n inzicht helpt behoedzaam te opereren.

Rivierdolfijn is het slachtoffer
De bouw van een waterkrachtcentrale in de Mekongrivier zal de doodsteek zijn voor de ernstig bedreigde Irrawaddy-dolfijn. Het project is gepland op nog geen kilometer van zijn belangrijkste leefgebied. Van deze zeldzame zoetwaterdolfijnensoort zwemmen in de Mekong nog maar zo'n 85 exemplaren. Het is de enige populatie in Laos. Wereldwijd leven er acht soorten rivierdolfijnen, de meeste zwaarbedreigd. Voor de bouw van de dam moeten miljoenen tonnen rotssteen met explosieven worden verwijderd. De werkzaamheden zullen enorme geluidsgolven veroorzaken die een grote bedreiging vormen voor dolfijnen. Vanwege hun uitzonderlijk goed ontwikkelde gehoor kan geluidsoverlast tot desoriëntatie leiden en soms zelfs dodelijke gevolgen hebben. De toename van bootverkeer voor de constructie van de dam en de afname van leefgebied zijn andere bedreigingen. In de benedenrivier van de Mekong zijn dertien dammen gepland.

Deel dit artikel