Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Désanne van Brederode

Home

door Arjen Visser

Désanne van Brederode (Utrecht, 1970) is schrijfster. Zij debuteerde in 1994 met de roman 'Ave verum corpus / Gegroet waarlijk lichaam'. In 2001 verscheen 'Mensen met een hobby' en dit jaar werd haar nieuwe roman 'Het opstaan' uitgebracht.

I GIJ ZULT DE HERE UW GOD AANBIDDEN EN HEM LIEFHEBBEN MET GEHEEL UW HART, GEHEEL UW ZIEL EN MET AL UW KRACHTEN

,,Ik ervaar alles als geheiligd. Ontmoetingen, het huishouden, mijn huwelijk, werk -het is alsof er een dimensie omheen ligt die mij ervan weet te overtuigen dat ik niet de maat der dingen ben. Ik begin steeds meer in te zien dat zaken niet alleen door mijn toedoen tot stand komen. Noem het een toegenomen kwetsbaarheid: ik wil de dingen waarnemen zoals ze zich manifesteren, zonder er onmiddellijk een oordeel op te plakken. Ja, voor mij is dat heel erg verbonden met het geloof in God, of eerder nog het geloof in Christus. Hij is voor mij een voorbeeldmens, haast te menselijk, iemand die voortdurend de nuances zoekt, het wettische relativeert en ondoorgrondelijke keuzes maakt. Hij stuurt de rijke jongeling weg en haalt de eerste de beste tollenaar binnen. Dat vind ik zó fascinerend, het druist volledig in tegen onze manier van beoordelen wie deugt en wie niet. Jezus heeft oog voor wat daadwerkelijk in iemand leeft. Ik probeer hem na te leven. Hij is voor mij de toegangsweg tot God. Voorlopig houd ik me daar nog een beetje op. Het grote visioen heb ik nog niet binnen.''

II GIJ ZULT DE NAAM VAN DE HEER UW GOD NIET ZONDER EERBIED GEBRUIKEN

,,Er moet geen apart wetje, geen artikeltje, zijn dat godslastering verbiedt, maar ik denk wel dat discussies over godsdienst vastlopen doordat mensen niet kunnen begrijpen wat 'geloven' is. Ze denken vaak dat het een overtuiging is waar je voor kiest, zoals je voor een bepaalde politieke partij kunt kiezen. En als je het niet begrijpt, zie je ook niet hoe je een ander daarmee kunt kwetsen.''

III GIJ ZULT DE DAG DES HEREN HEILIGEN

,,Ik zou willen pleiten voor één mediavrije dag per week. Een dag zonder informatie, zonder propaganda, zonder entertainment. Een dag die zich onderscheidt van alle andere dagen. Een dag waarop je niet op van alles en nog wat hoeft te reageren. Ik weet dat ik helemaal kierewiet kan worden van al die verschillende stemmen in mijn hoofd. Om die reden heb ik ook geen e-mail of internet. Mijn mobiele telefoon gebruik ik alleen om te zeggen dat ik iets later thuis kom. Het lijkt wel alsof er steeds minder tijd is om dingen tot je te nemen. Laatst sprak ik een meisje wier moeder drie maanden geleden is overleden. Haar vriendinnen vonden dat ze zich niet langer aan het sociale netwerk mocht onttrekken. Na drie maanden! Mijn moeder is al zeven jaar dood en ik mis haar nog iedere dag. Waarom zou dat over moeten gaan? Ik kan heel slecht tegen de term 'verwerken'. Hoezo verwerken? Verdriet is een monster. Natuurlijk, het neemt andere vormen aan, maar zelfs op de momenten van berusting vind ik het goed me bewust te blijven van de ontroering die de herinnering aan haar teweeg brengt.''

IV EER UW VADER EN UW MOEDER

,,Ik had haar wel op willen zetten, echt waar. Zo gehecht was ik aan haar lichaam, aan haar verschijning. Eerst was er nog haar gezicht, haar stem. Ik bleef haken bij ruzietjes, dingen die niet leuk waren geweest... maar langzamerhand, ik weet niet hoe ik je dit uit moet leggen, het is alsof er steeds meer lagen afgaan, alsof ik dichter bij haar essentie kwam. Niet langer alleen de incidentele -leuke of frustrerende- momenten. Ik zal nu niet zeggen: 'Ach het viel toch allemaal wel mee, zo heerszuchtig was mijn moeder eigenlijk niet'. Het is er wel, maar het maakt onderdeel uit van een complex dat ik nu pas helder zie. Ik geloof dat haar ziel, die zich aan de Andere Kant bevindt, er ook iets aan heeft dat ik me nog zo met haar bezighoud. Herdenken zou iets kunnen bijdragen aan de manier waarop een overledene zich ontwikkelt of inzichten opdoet... maar zou je dit er wel inzetten? Straks denken ze dat ik een soort Jomanda ben... ik denk ook wel eens dat het zich allemaal in mijn eigen hoofd afspeelt, maar dan nog: ik kan beter uit de voeten met deze gedachte, dan met het idee dat iemand doodgaat en alle ongebruikte talenten achterlaat. Waarom zou ik niet geloven dat een overledene alles waar hij niet aan is toegekomen in dit leven als lesmateriaal met zich meeneemt naar de Andere Kant? Ik kan me de positie van de scepticus gelukkig nog altijd goed voorstellen die zegt: dood is dood, het zijn de kwaliteiten van de overledene die je in jezelf meedraagt, maar ik heb moeite met de suggestie dat mijn herinnering aan haar dus ophoudt zodra ik er niet meer ben. Dat zou betekenen dat mijn moeders herinnering aan haar ouders ook zou zijn opgehouden. Dat geloof ik niet. In die zin geloof ik in een eeuwig leven.

Ik denk niet dat ze zich nog ergens, als de moeder van Désanne, of de vrouw van Wim van Brederode, met ons bemoeit, maar mijn vader denkt daar anders over. Hij ging met zijn nieuwe vrouw op vakantie naar een land waar het al weken had geregend. Toen bij hun aankomst de zon scheen, beweerde hij dat mijn moeder dat had geregeld. Dat grenst toch aan een vreemd, animistisch bijgeloof, waarbij mijn vader ook nog eens het talent heeft om alle dingen in zijn voordeel uit te leggen. Hij is nog helemaal into new age en heeft de neiging om mensen die de dingen anders beleven dan hij 'zielig' te vinden. Het is een oprecht medelijden, maar ik vind het bijzonder pijnlijk. Hij wil voortdurend theoretische bouwwerken maken; hij is een soort Harry Mulisch -maar dan zonder diens literaire talent. Ik weet nog dat mijn moeder stervende was en mijn vader -die als priester aan menig sterfbed had gezeten- aan mij ging uitleggen in welke fase we verkeerden en wat er nog allemaal op zou volgen. Ik zei: 'Papa, dat kún je helemaal niet weten. Dit is de eerste keer dat je weduwnaar wordt!'

Hij is nu 82, loopt met open armen de toekomst tegemoet. Zo van: Ha, fijn, wat gaan we nu weer beleven? Ik heb dat ook wel een beetje, maar bij mijn vader is het haast pathologisch. Hij wil het ook niet hebben over de dood. De dood bestaat volgens hem niet. De dood is niets meer dan een aardse gedachte. Er is geen kwaad. Er is geen lijden. Hij deelde die denkbeelden met mijn moeder en ik ben er zelf ook een tijd in meegegaan, maar haar dood heeft me helemaal teruggebracht bij het christelijk geloof. Ik heb me -en dat kan ik nu pas met droge ogen zeggen- door die leugenachtige, egocentrische spiritualiteit enorm in de steek gelaten gevoeld. Ik wilde blijven geloven, maar hoe dan? Ik kon niet anders dan uitkomen bij de katholieke kerk, bij het geloof waarmee ik ben opgegroeid.

Mijn vader was priester. Hij ontmoette mijn moeder en werd verliefd. Acht jaar heeft die lijdensweg geduurd. Vriendinnen zeiden later tegen mij: 'O, wat romantisch, het is net 'De Doorn vogels'!', maar was vooral heel pijnlijk allemaal. Vriendschappen gingen verloren. Mijn moeder werd een hoer genoemd omdat ze hem zou hebben verleid, terwijl de kern van hun relatie vooral een spirituele verbondenheid was.

Zij was veertig toen ik werd geboren. Hij was achtenveertig. Ze noemden mij Désire Anne Victorine: de verlangde, moge genade haar overwinning zijn. Het was een vreemde mengeling tussen een godswonder -hoe die twee samen werden gebracht om mij ter wereld te brengen- en het tegenovergestelde: je moet niet denken dat je zo bijzonder bent. Toch heb ik me wel anders gevoeld. Ik denk, achteraf, dat ik om die reden ook wel werd gepest. Ik was te dik, droeg een tijdje een bril, maar was vooral erg aanwezig. Ik ging discussies aan met docenten. Daar waren mijn klasgenoten helemaal niet mee bezig. In die tijd versterkte mijn band met Jezus enorm. Op een gegeven moment dichtte ik mezelf messiaanse trekjes toe: dit pesten moet ik kennelijk ondergaan. Schattig, hè? O, je vindt het zielig... Zo heb ik het niet beleefd. Goed, ik heb me wel verlaten gevoeld, maar er was altijd een vaag droombeeld dat het later wel in orde zou komen. Misschien was het een illusie, maar dan was het wel een illusie die voor mij heeft gewerkt.''

V GIJ ZULT NIET DODEN

,,Ik dweepte met gedichten over de dood, maakte met een bot mesje krassen in mijn pols. Ik plukte net zo lang aan mijn mouwen, tot een van mijn klasgenootjes zei: 'Wat zit je daar nou te... o, Désanne, wat heb je gedaan!?' Ja, heel theatraal. Dat is waarschijnlijk de reden waarom het, God zij dank, nooit iets is geworden met die zelfmoordplannen van mij. Het zijn vooral de stille mensen die je in de gaten moet houden. Als ik nu depressief ben, duurt dat hooguit een of twee dagen, maar ik ken ze nog wel: de momenten waarop je zo'n afgrond voelt, waarop alles zinloos lijkt en het één dorre boel is in je hart. Als dat gevoel aanhoudt, kan ik me voorstellen dat je op een dag zegt: dit moet maar eens voorbij zijn.''

VI GIJ ZULT GEEN ONKUISHEID DOEN

,,Begeerte die zich beperkt tot de buitenkant, of gericht is op consumptie -de ander reduceren tot een ding dat mij genot verschaft- is onkuis. Ik vond verhoudingen die geestelijk niet veel te bieden hadden al snel... tja, wat zal ik zeggen, vies. Om uit te vinden of ik er zelf werkelijk zo over dacht of misschien worstelde met een taboe uit mijn opvoeding, heb ik wel eens een scheve schaats gereden. Ja, platte seks. Niet dat ik op dit gebied een enorme staat van dienst heb, maar ik heb voldoende ondernomen om te weten dat iets wat intens en verheffend is over een grens kan gaan waardoor het ineens heel walgelijk wordt.''

VII GIJ ZULT NIET STELEN

,,Voor mij heeft dit gebod vooral te maken met de manier waarop ik mij, als consument in het rijke Westen, bewust moet blijven van het feit dat ik situaties instandhoud die alsmaar ongelijker worden. Ik wil niet stelen van de armen, niet stelen van de aarde. Ja, ik drink Max Havelaar-koffie en een kwart van mijn kleren koop ik bij een Derde Wereldwinkel. De schoonmaakproducten die ik gebruik, zijn biologisch afbreekbaar. De voedingsmiddelen zijn biologisch dynamisch. Het is niet zo moeilijk om tegen bont te zijn -je hoeft je bij het kopen van een trui nooit af te vragen of er bont in is verwerkt- maar waarom zou je je dat niet afvragen bij de andere spullen die je koopt? Wat zit er in? Waar komt het vandaan? Je voelt je een hele Piet als je, samen met Birgitte Bardot of Madonna, tegen bont bent, maar wat heeft dat voor waarde als je allerlei spullen blijft kopen die door kinderen in Taiwan zijn gemaakt? Een zwaar leven? Ja, ik was al bang dat je zoiets zou gaan zeggen... maar ik vind het ook gewoon leuk om daar mee bezig te zijn. Het is beslist niet zo dat ik mezelf heb opgelegd nooit meer ondoordacht iets aan te schaffen. Al moet ik zeggen dat ik die verbondenheid met het product wat de landbouw betreft wel heel sterk voel. Ik heb vroeger vaak op biologisch-dynamische bedrijven gewerkt en ik kan nog altijd met eerbied naar een tomaat kijken, wetend hoe hij, zonder bestrijdingsmiddelen, zo mooi is gegroeid. Het is dus nostalgie -ik heb zelfs een tijdje boerin willen worden- maar toch wil ik eraan blijven denken als ik zo'n tomaat in mijn handen houd. Nee, ik zal nooit boerin worden. Het is natuurlijk romantisch gedweep, want het is zo verplichtend, hè? Het komt iedere dag weer terug. Je kunt nooit zeggen: 'Laat die sperziebonen maar hangen'.''

VIII GIJ ZULT TEGEN UW NAASTE NIET VALS GETUIGEN

,,Vroeger kon ik driftig en opvliegend zijn. Ik weet niet hoe het komt, maar ik ben helemaal veranderd. Ik ben een conflictvermijder geworden. En wat nog erger is: ik kan heel erg met mensen meepraten. Het is goed bedoeld, maar er zit ook iets behaagzieks in. Misschien wil ik wel dat mensen opmerken hoe lief, hoe aardig ik ben. Op dat moment voelt het ook zo, maar als ik naar huis fiets, denk ik: waarom ben ik niet eerlijk geweest? Daarom mijd ik partijtjes. Er zijn altijd mensen die twee minuten na een uitzending van het Journaal al een uitgebalanceerde mening hebben. Ik kan jaloers op hen zijn, maar ze maken me ook driftig. Ik heb er moeite mee dat zoveel meningen als een soort make-up worden gebruikt. Alsof je je moet beschilderen met uitspraken over het leven om gezien te worden. Soms beland ik een kringetje waarin iemand die, bij wijze van spreken, nog niet eens weet wat bidden is, godsdienst belachelijk maakt. Het grieft mij heel erg, maar ik heb het afgeleerd om er tegenin te gaan. Ik weet dat ik uiteindelijk degene ben die gaat janken, want je hebt het toch over zaken die niet rationeel, niet bewijsbaar zijn. Ik word dan gereduceerd tot een schattig meisje dat huilt omdat je iets vervelends over Jezus zegt. Ze heeft wel filosofie gestudeerd, maar ze is eigenlijk nog steeds heel dom. En misschien ben ik dat ook wel. Ik trek me dus terug, nee, niet vanuit de gedachte dat het zonde van mijn tijd is om bij die mensen te blijven staan, maar omdat ik sociaal gehandicapt ben. In tweede instantie kan ik er goed over praten en als iemand mij open en eerlijk vragen stelt over mijn geloof, wil ik daar met liefde op ingaan, maar op zo'n moment voel ik me weer zoals het te dikke meisje tijdens gymnastiek. Iedereen geniet van de sportdag. Kom, we gaan nóg een keer die baan op! Ik zag de lol er niet van in, maar ik was ook verdrietig dat ik niet in staat was om er ook maar het kleinste greintje genot uit te peuren.''

IX GIJ ZULT GEEN ONKUISHEID BEGEREN

,,Voordat ik Arjan (Peters, literatuurrecesent bij de Volkskrant, AV) leerde kennen, heb ik wel drie of vier keer gedacht dat ik de ware liefde had ontmoet. Als ik nu zeg dat wij voor elkaar bestemd zijn, zou hij gewoon de volgende in het rijtje zijn. Zo wil ik daar überhaupt niet over denken. Natuurlijk, we vertellen elkaar steeds opnieuw hoe we elkaar ontmoetten: 'Weet je nog, toen zag je mij en...' Er komt iets bij, er gaat iets af, we maken het stiekem misschien wel mooier dan het was. Pas aan het einde van de rit kun je misschien zeggen: we waren voor elkaar bestemd. Al blijft het de vraag in hoeverre je die voorbestemming zelf hebt geënsceneerd. Ik ben, wat dat betreft, heel achterdochtig: zeg ik dat ik nooit meer verliefd op een ander kan worden omdat ik het huwelijk zo leuk vind? Of zeg ik het omdat ik bang ben om alleen te staan? Als ik die scenario's helemaal heb doordacht, weet ik weer dat het wel goed zit met mijn huwelijk. Ja, ik ben eerlijk, absoluut. Ik ben op dat punt heel gereformeerd. Niet dat ik geloof dat de mens van nature geneigd is tot het kwade, maar ik vind mezelf wel iemand die ik ten diepste moet blijven wantrouwen.''

X GIJ ZULT NIET BEGEREN WAT UW NAASTE TOEBEHOORT

,,Het zou heel hypocriet zijn als ik nu tegen je zou zeggen dat ik nooit jaloers ben. Natuurlijk roep ik thuis wel eens: 'Moet je zien. Zo'n flutboek en toch een hele grote advertentie!' Het doet me echt verdriet als ik merk dat een smeuïg verpakte roman zoveel aandacht krijgt, terwijl een mooier, meerduidiger boek niet eens wordt besproken. Soms denk ik: misschien zou ik ook iets meer toeters en bellen moeten gebruiken; tegelijkertijd herinner ik me van die paar keer dat ik in de spotlights stond nog heel goed hoe vreselijk ik het vond. Het lijkt me een hel om in privé-situaties steeds zichtbaar te zijn. Dat mensen, als ik als een viswijf tegen mijn zoontje sta te schelden omdat hij zich niet wil gedragen, elkaar gaan aanstoten en zeggen: 'Hé, is dat niet die schrijfster, kom hoe heet ze, die het altijd over de liefde van Jezus heeft?''

Deel dit artikel