Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Den Haag is ook zelf debet aan positie Roma

Home

Huub van Baar

Roma in Nederland zijn terecht woedend op minister Van der Laan van integratie. De gemeenschap wordt op ontoelaatbare wijze als schuldige aangewezen.

In een brief aan de Tweede Kamer stelt minister Van der Laan dat hij niets ziet in een apart doelgroepenbeleid voor Roma op landelijk niveau, omdat gemeenten zelf de middelen hebben de Roma bij te staan. Bovendien vermeldt hij dat veel gemeenten kampen met hoog schoolverzuim, illegaliteit, lage arbeidsparticipatie en overlast van Roma. Hij stelt zelfs dat ’enkele gunstige uitzonderingen daargelaten, sleutelfiguren uit de Roma-gemeenschap vaak een strafblad hebben’. Van der Laan draait echter oorzaak en gevolg om en schuift de schuld op ontoelaatbare wijze in de schoenen van de Roma. Terecht heeft hij de woede van belangenorganisaties over zich afgeroepen.

De oorzaak van de problematiek waarop Van der Laan wijst, is complexer dan hij suggereert en ligt niet uitsluitend bij de Roma. Vanaf de jaren tachtig heeft de Nederlandse overheid het beleid met betrekking tot Roma en Sinti in verschillende stappen gedecentraliseerd. Gemeenten met Roma of Sinti moesten zelf beleid maken. Dat is in de loop van de jaren ook gebeurd, al was het vaak incoherent en zonder de groep zelf erbij te betrekken. De filosofie van Den Haag was (en is) dat gemeenten zelf de financiële en logistieke middelen hebben om het beleid in goede banen te leiden. De laatste stap in het landelijke decentraliseringbeleid betrof de opheffing van de subsidie voor de Landelijke Sinti en Roma Organisatie in 2004, een orgaan dat door en voor Sinti en Roma was opgezet. Roma en Sinti zouden zich voortaan lokaal en in overleg met de gemeente moeten organiseren.

In de loop van het afgelopen decennium hebben verschillende gemeenten hun Roma en Sinti-beleid aangescherpt. Burgemeester Leers van Maastricht dankt zijn bekendheid deels aan herhaaldelijke politie-invallen in woonwagencentrum ’De Vinkenslag’. De gemeente Den Haag ontruimde onlangs een van de woonwagencentra in de stad om plaats te maken voor de ontwikkeling van nieuwbouw. Ondanks protesten van de bewoners en zonder serieus te overleggen met hen, heeft de gemeente de plannen doorgezet. Dat terwijl Nederland volgens het Europees recht verplicht is voorzieningen voor woonwagenbewoners te treffen. Men zou in de verleiding kunnen komen te denken dat we te maken hebben ’noodzakelijke maatregelen’ jegens een groep die, als we Van der Laan moeten geloven, lak heeft aan regels en wetgeving.

Een belangrijk gevolg van het decentraliseringbeleid is dat we geen goed beeld meer hebben van de manier waarop Roma en Sinti met armoede, discriminatie en racisme worden geconfronteerd. Zij maken bijvoorbeeld geen deel uit, zoals veel andere minderheden, van de officiële landelijke monitors voor armoede, integratie en discriminatie van het Sociaal Cultureel Planbureau. Nu grijpen sommige gemeenten onderwijsverzuim en huurachterstanden van Roma en Sinti aan om strenge maatregelen jegens hen te rechtvaardigen. Door de structurele loskoppeling door de landelijke overheid van de sociaal-economische omstandigheden van deze groep enerzijds en hun armoede en discriminatie anderzijds, kunnen gemeenten wegkomen met een beleid dat laatstgenoemde factoren onvoldoende in aanmerking neemt.

Een onderzoeksrapport dat de Anne Frank Stichting in samenwerking met de Universiteit Leiden publiceerde, meldt dat Roma en Sinti in Nederland wel degelijk vaak met discriminatie en racisme worden geconfronteerd – op de arbeidsmarkt, bij huisvesting en in het onderwijs. Een van de conclusies luidt dat ’het wringt dat de overheid haar verplichtingen jegens Roma en Sinti wel in de buitenlandse politiek uitdraagt, maar deze in eigen land verwaarloost’. De facto weigert de overheid een coherent landelijk beleid voor deze niet als nationale minderheid erkende groep te voeren. Daarmee neemt Nederland, zeker na de oostelijke uitbreiding van de EU, een uitzonderingspositie in Europa in.

De roep van gemeenten om hun afzonderlijke Roma en Sinti-beleid nu te coördineren, getuigt van de wens ervaringen te delen en te zoeken naar meer coherentie. Maar zonder de erkenning van de Sinti en Roma als nationale minderheid, structurele betrokkenheid van de groep zelf, en hun opname in de officiële monitors voor armoede, discriminatie en integratie, bestaat het risico dat de gemeenten vooral hun eigen belangen en niet die van Sinti en Roma zullen behartigen.

Deel dit artikel