Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Defensie leert te weinig van fouten

Home

Marno de Boer

Nederlandse troepen in 2014 in Mali. © anp

Een zeer kritisch rapport over de cultuur in de defensie-organisatie zet de nieuwe minister onder druk om meer te doen om ongelukken te voorkomen.

Opnieuw toont een rapport aan dat er iets goed mis is bij Defensie. Voormalig Shell-topman Jeroen van der Veer concludeerde gisteren dat de strijdkrachten geen mechanisme hebben om na ongelukken te leren hoe zij de veiligheid kunnen verbeteren.

Lees verder na de advertentie

Het onderzoek volgt op een dodelijk mortierongeval bij de missie in Mali in 2016. De Onderzoeksraad voor Veiligheid had vorig al geconstateerd dat fouten in de aanschaf en opslag van munitie daaraan bijdroegen. De bevindingen van die raad brachten defensieminister Jeanine Hennis (VVD) er vorig jaar oktober toe om af te treden.

Haar opvolger Ank Bijleveld (CDA) zei gisteren dat er ‘veel werk aan de winkel is om deze trend te doorbreken’. Als beginnend minister staat zij nu onder druk het roer echt om te gooien. In de Tweede Kamer lijkt het geduld op. Die wil geen nieuwe slachtoffers door slordigheden bij Defensie.

Zo is het wachten op een volgend incident, afgaande op de bevindingen van de on­der­zoeks­com­mis­sie

Volgens VVD-Kamerlid André Bosman moet er snel een einde komen aan de ‘ontwijkende cultuur’ bij de top van de krijgsmacht. Isabelle Diks (GroenLinks) en Lilliane Ploumen (PvdA) spreken van falen door Defensie.

Veiligheidscoördinator

Bijleveld zei gisteren dat ze de aanbevelingen van Van der Veer overneemt. Er komt bijvoorbeeld een veiligheidscoördinator die toeziet op de uitvoering van maatregelen. Tot nu toe bleef het namelijk vaak bij plannen en voornemens.

Zo is het wachten op een volgend incident, afgaande op de bevindingen van de onderzoekscommissie. Sinds 2007 geldt er al een veiligheidsprotocol bij Defensie, maar veel eenheden in het land hebben nooit een specifiek plan gemaakt voor het in praktijk brengen ervan.

In 2015 onderzocht het ingenieursbureau Haskoning het veiligheidsbewustzijn bij de krijgsmacht, maar die aanbevelingen zijn nog niet uitgevoerd. De defensietop heeft ook nooit gekeken of de verschillende eenheden in het land hier wel de kennis en mensen voor hebben.

De cultuur bij Defensie maakt veranderingen ook moeilijk. Als voorbeeld noemt Van der Veer de neiging om bij alles bezuinigingen de schuld te geven. Het is volgens hem waar dat er door het ontbreken van bepaald materieel op missies soms moet worden geïmproviseerd, maar militairen gebruiken het ook als excuus om als ze van hun missie zijn teruggekeerd in Nederland veiligheidsregels niet op te volgen.

Papieren werkelijkheid

Ook tijdens missies kan het misgaan met veiligheidsvoorschriften. Als de ‘papieren werkelijkheid’ volgens militairen niet past bij de operatie, worden de regels niet verbeterd op basis van praktijkervaring, maar volledig terzijde geschoven.

De vraag die Van der Veer niet wil beantwoorden, is of ook individuele commandanten de afgelopen jaren iets te verwijten viel. Ook Bijleveld wil geen bestraffing van individuele bevelhebbers voor bijvoorbeeld de ondeugdelijke opslag van mortiergranaten in Mali. “Als de hele organisatie niet in orde is, moet je geen individuen bestraffen”, is het standpunt van de minister.

Het is bij de Nederlandse krijgsmacht dan ook niet de gewoonte bevelvoerders weg te sturen als er iets mis is met hun eenheid. Door te breken met deze gewoonte zou Bijleveld vijanden maken in de organisatie. Maar in de zachte aanpak schuilt ook een risico.

Het Amerikaanse leger stuurt commandanten van falende eenheden wel weg, om aan hun opvolgers duidelijk te maken dat het menens is. Bijleveld staat voor de taak om te laten zien dat zij, ook zonder daarbij vuile handen te maken, een diepgeworteld probleem uit haar organisatie kan verwijderen.

Deel dit artikel

Zo is het wachten op een volgend incident, afgaande op de bevindingen van de on­der­zoeks­com­mis­sie