Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De zwarte met het witte hart

Home

Anthony Fiumara

Met ongeveer twintig opera’s en tig operabewerkingen mag de Engelse componist Jonathan Dove (1959) nu al een veteraan genoemd worden als muziektheatercomponist. Bijna tien jaar geleden brak hij wereldwijd door met zijn komische luchthaven-opera ’Flight’; deze zomer was hij te gast bij het Amsterdamse Grachtenfestival, waar zijn vroege eenakter ’Siren Song’ uit 1994 een late Nederlandse première beleefde. In opdracht van Onafhankelijk Toneel (OT) componeerde hij onlangs muziek op het libretto van Arthur Japin, ’Kwasi & Kwame, de zwarte met het witte hart’.

Dove studeerde piano en compositie in Cambridge. Hij noemt zichzelf een laatbloeier, die pas na zijn dertigste zijn eigen stem in de muziek vond en een leven als fulltime componist kon gaan leiden. Dove: „Tot die tijd speelde ik veel piano bij operarepetities. Ik had dus al veel opera’s gehoord toen ik ze zelf ging componeren.”

Dove maakte in die tijd veel arrangementen van bekende opera’s, voor reizende operagezelschappen. „Zo heb ik Wagners ’Ring des Nibelungen’ bewerkt voor achttien musici. Dat was mijn echte leerschool als componist, omdat ik bij het arrangeren altijd moest nadenken over het waarom van bepaalde akkoorden op bepaalde momenten. Het voelde alsof ik in het hoofd van die grote operacomponisten kroop.”

Het eerste werk waarin Dove zijn eigen stem uit zijn eigen hoofd toverde, was muziek bij een dansvoorstelling. „Ik wist meteen dat dit niet de muziek zou zijn die door de Society of New Music gepromoot zou gaan worden”, zegt de componist niet zonder zelfkennis. Dove’s muziek staat immers bekend om zijn toegankelijkheid, zijn jazzy dansante ritmiek, zijn mooie melodieën en zijn lichte toon. „Mijn muziek wordt nooit respectable”, aldus Dove. Maar de veelgevraagde componist klinkt niet alsof hij daar nou erg mee zit.

„Nieuwe muziek is vaak heel serieus. Maar toen ik de opdracht kreeg voor ’Flight’ wilde ik juist de traditie van de komische opera weer een nieuwe zwiep geven. ’Fallstaf’ van Verdi is één van mijn favoriete opera’s, net als de komische opera’s van Mozart. Die hebben allemaal zo’n levensenergie in zich: als je daar naar geluisterd hebt, voel je je echt een beter mens.”

De componist vertelt dat opera voor hem sowieso de meest opwindende kunstvorm is die hij kent: „Ik heb altijd van theater gehouden en van muziek. Die twee bij elkaar gevoegd vind ik geweldig. Ik vind het prachtig om met zangers te werken: iedere zanger heeft een unieke klank. En als zo’n zanger je dan ook nog kan ontroeren als acteur, dan is dat een heel intense ervaring. Intenser dan gesproken theater.”

Het idee voor ’Kwasi & Kwame’ kwam van OT, zegt Dove. Hij las de Engelse vertaling van het boek en maakte zich in eerste instantie een beetje zorgen over de typisch Nederlandse elementen van het verhaal. „Al is Nederland natuurlijk lang niet het enige land dat met een koloniaal verleden of met racisme te maken heeft”, voegt Dove toe. „Ik maakte me er aanvankelijk ook zorgen over dat het een verhaal over zwart en wit was. Dat kunnen ongelukkige verhalen zijn om te vertellen. Toen ik het boek voor het eerst las, leek het me vooral een pijnlijke geschiedenis. En ik zag mezelf niet zo snel pijnlijke muziek schrijven.”

Maar Dove bleef in de greep van Japins boek. Ondanks de zwaarte van het onderwerp vond Dove ruimte voor zijn eigen invulling. Hij roemt bovendien het libretto en het poëtische Engels van de schrijver. Samen besloten ze dat de nadruk moest komen te liggen op het zo helder en direct mogelijk overbrengen van het verhaal. Zo wordt de bühne de eerste twintig minuten van de opera bevolkt door kinderen, Kwasi en Kwame in hun jeugd.

En gaandeweg openbaarden de mogelijkheden zich aan Dove: in de klanken van Afrika, Delft en Java – de plaatsen in Japins boek – bijvoorbeeld: „Ik vroeg me af hoe het zou zijn als je, zoals de hoofdpersonen, altijd de klanken van Afrika in je hoofd hebt gehad en ineens met Nederlandse klanken wordt geconfronteerd. Ik heb die botsing van culturen op een heel eenvoudige manier hoorbaar gemaakt. Voor Afrika maak ik gebruik van Afrikaanse instrumenten zoals marimba en gebruik ik de zwarte toetsen op de piano. De ’Nederlandse muziek’ zijn de witte toetsen op de piano. En in de ’Javaanse muziek’ gebruik ik een gamelan-toonladder. Als die werelden bij elkaar komen, gebruik ik alle tonen en krijg je dus de meest dissonante muziek. En zo ben ik uiteindelijk op mijn eigen manier bij het pijnlijke aspect van de twee prinsen uitgekomen. Alles viel ineens op zijn plek.”

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie