Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De winst van WE reist de halve wereld over

Home

Jan Kleinnijenhuis

De winst van WE reist de halve wereld over. © Trouw

Via een holding in Luxemburg kan kledingbedrijf WE de Nederlandse fiscus ontwijken. Hoe winst op broeken en shirts op de Britse Maagdeneilanden kan belanden.

Iemand die zich internationaal heeft bewezen in een moeilijke markt: competitief, innoverend, gecalculeerd risico's nemend. De jury van het evenement 'Master entrepeneur of the year' is lovend over Ronald de Waal, directeur en eigenaar van modeketen WE International. Door 'verbreding van de activiteiten' en een 'goede ketenintegratie' is De Waal 'de architect van een gezonde onderneming voor nu en in de toekomst', aldus het juryrapport.

Tijdens een feestelijke galafinale in Rotterdam wordt De Waal, in oktober 2008 ten overstaan van 250 collega-ondernemers, uitgeroepen tot ondernemer van het jaar. Uit de handen van niemand minder dan toenmalig minister-president Balkenende ontvangt hij de bijbehorende trofee, beschikbaar gesteld door accountant- en advieskantoor EY, de initiatiefnemer van het evenement. Het is een bevestiging van het succes dat De Waal, en eerder zijn vader Kees, heeft gemaakt van kledingconcern WE. Vader en zoon staan beiden riant in de Quote 500, de ranglijst van de rijkste mensen in Nederland.

Het zijn niet alleen de shirts, sokken en broeken, die in de winkels van WE over de toonbank gaan, die De Waal zo rijk hebben gemaakt. Uit vertrouwelijke stukken die in het bezit zijn van Trouw blijkt dat de kledingtycoon al jaren een uiterst lucratieve route naar Luxemburg heeft lopen voor de winst van zijn concern.

Daar hoeft het bedrijf nauwelijks belasting te betalen, waardoor er veel meer overblijft voor de uitbreiding van zijn concern, en natuurlijk het privé-vermogen van de familie.

Verboden staatssteun
Al in 1996 heeft De Waal in Luxemburg een moedermaatschappij opgericht, dat aan het hoofd staat van het gehele WE-concern. Naast de winkels van WE zelf, zitten daarin ook andere kledingzaken (onder meer Van Gils, en eerder Setpoint), productiebedrijven in Azië en rechten op bekende merken als O'Neill, die het concern verworven heeft. Twee jaar na de vestiging in Luxemburg verkrijgt het concern een speciale belastingstatus - een zogeheten Holding 1929, vernoemd naar een wet die al in 1929 in Luxemburg werd ingevoerd om buitenlandse bedrijven aan te trekken.

Dit type bedrijven is in Luxemburg vrijgesteld van alle inkomsten-, winst- en vermogensbelasting. En er wordt geen belasting ingehouden op rente- of dividendbetalingen. Een ideale plek om het geld dat in de winkels verdiend wordt te laten neerslaan.

Tien jaar lang werkt deze constructie prima voor WE en De Waal. Maar het zijn niet alleen slimme ondernemers die deze belastingvrije route in het hart van Europa hebben gevonden. De Europese Commissie is de structuur een doorn in het oog. De fiscale voordelen lokken bedrijven uit heel Europa naar Luxemburg, en slaan gaten in de belastingopbrengsten van de thuislanden. Na jarenlang juridisch getouwtrek oordeelt de Commissie in 2006 dat er sprake is van verboden staatssteun door Luxemburg, en wordt de Holding 1929 verboden.

Bedrijven die van de constructie gebruikmaken, krijgen vier jaar om de overgang naar andere rechtsvormen mogelijk te maken.

Het verbod van de Europese Commissie stelt Luxemburg, en ondernemers als De Waal van WE, voor een dilemma. Luxemburg, omdat het jarenlang bedrijven kon aantrekken met de constructie, die nu misschien wel naar het buitenland verdwijnen. Ook al heft het land nauwelijks belasting op de bedrijven, het zorgt wel voor veel inkomsten. Zo moeten de bedrijven daadwerkelijk kantoor houden in Luxemburg, en is het de veplichte plek voor aandeelhoudersvergaderingen en bestuursbeslissingen. Bedrijven besteden die taken veelal uit aan plaatselijke advocatenkantoren of trustmaatschappijen. Veel goedbetaalde banen in Luxemburg zijn afhankelijk van de aanwezigheid van buitenlandse bedrijven.

Ook De Waal van WE krijgt problemen door het verbod op de lucratieve structuur. Door tien jaar lang winsten naar Luxemburg te verplaatsen zit er heel veel geld in Waalfin Holding, zoals de moedermaatschappij van WE is gedoopt. In het jaarverslag van 2007 gaat het om ruim 258 miljoen euro. Dat geld kan natuurlijk ineens uitgekeerd worden aan de aandeelhouders, maar dan krijgen die alsnog te maken met de belastingdienst. In Nederland worden inkomsten uit een eigen bedrijf belast tegen 25 procent, dus dat zou een belastingclaim opleveren van 64,5 miljoen euro.

In anticipatie op de veranderende wetgeving in Luxemburg meldt De Waal zich bij accountant- en adviesbureau PriceWaterhouseCoopers (PwC), met de vraag: hoe kan zijn bedrijf het beste vervolg geven aan het verdwijnen van de voordelige Holding 1929? Wat moet ervoor in de plaats komen?

PwC weet raad
Als belastingadviesbureau weet PwC wel raad met die vraag. Eind november 2008, vlak na de verkiezing van De Waal tot ondernemer van het jaar, benadert PwC de Luxemburgse belastingdienst met een gedetailleerd advies. Door te schuiven met leningen tussen verschillende dochterbedrijven, kan al het opgebouwde vermogen zorgvuldig worden weggewerkt.

Dat gaat vrij simpel: Waalfin Holding keert op papier al het vermogen als dividend uit aan een bedrijf op de Britse Maagdeneilanden. Het geld wordt echter niet overgemaakt, maar blijft als een schuld op de balans staan. Daarover betaalt Waalfin jaarlijks rente aan het overzeese bedrijf.

Lees verder na de advertentie
'Als de inspecteur het hele plaatje zou zien, zou hij zeker vragen stellen bij deze constructie'

© PWC

PwC heeft het zo geregeld dat de rente net zo hoog wordt als de winst van Waalfin. Daarmee slaat De Waal twee vliegen in één klap. Ten eerste is de mogelijke belastingclaim van 64,5 miljoen euro als sneeuw voor de zon verdwenen. En daarnaast kan Waalfin voortaan de eigen winsten als rentebetaling naar de Maagdeneilanden overbrengen. En die rente is in Luxemburg aftrekbaar voor de belasting.

Het advies van PwC, dat in handen is van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) waar Trouw deel van uitmaakt, draagt een stempel van de Luxemburgse belastingdienst.

Verdienen aan merkrechten
Maar daar stopt het verhaal voor WE in Luxemburg nog niet. In een tweede advies van PwC, van 16 september 2009, richt WE zich op een andere aantrekkelijke belastingconstructie via Luxemburg. Het land heeft namelijk een gunstige regeling voor geld dat bedrijven verdienen met zogeheten royalties. Dat zijn inkomsten uit licenties, bijvoorbeeld op octrooien die een bedrijf bezit, of vergoedingen voor het gebruik van merknamen.

PwC stelt voor een nieuw bedrijf op te richten in Luxemburg: O'Neill Brand S.à.r.l. Dit bedrijf krijgt de exclusieve rechten van het merk O'Neill in handen. Voor iedere verkochte bikini, sweater of shirt met de naam O'Neill, ontvangt het bedrijf een bedrag aan royalties. En dat loopt behoorlijk op: in 2011 stroomt er voor 13,7 miljoen euro aan royalties naar Luxemburg.

Wat maakt deze constructie nu zo interessant voor WE?
Als voor een verkochte bikini van 50 euro direct 5 euro naar Luxemburg gaat voor het gebruik van de merknaam, valt de winst in Nederland lager uit, en betaalt het bedrijf daar minder belasting. En in Luxemburg, waar het geld neerslaat, geldt een speciaal belastingregime voor royalties: 80 procent van die inkomsten zijn vrijgesteld van belasting. In plaats van een normale winstbelasting, draagt het bedrijf slechts 5,8 procent af over de miljoenen aan royalties die door Luxemburg stromen.

De truc bevalt zo goed dat er een paar maanden later nog een paar bedrijven worden opgericht in Luxemburg. Net als eerder bij O'Neill, krijgen die bedrijven de exclusieve rechten op de merknamen WE en Waalwear. Die laatste omvat onder andere de kinderkledingmerken van het concern. En net als bij O'Neill. kan het bedrijf zo miljoenen euro's per jaar vrijwel belastingvrij via Luxemburg wegsluizen.

'Volledig transparant'
Ondanks herhaalde verzoeken aan WE, wil het bedrijf niet ingaan op vragen over de Luxemburg-constructie. "WE is een internationaal bedrijf dat niet aan de Nederlandse beurs is genoteerd en een onderdeel is van een internationale structuur. De Nederlandse holding heeft een uitstekende verstandhouding met de Nederlandse fiscus en opereert volledig transparant en in overeenstemming met de Nederlandse wetgeving", aldus het concern.

En daarin heeft het bedrijf ook gelijk. De voornoemde constructie is volledig legaal. Zodra de Luxemburgse belastingdienst zijn stempel zet op de aanvragen die PwC namens WE doet, opereert het bedrijf in overeenstemming met de Luxemburgse wetgeving. En omdat Luxemburg en Nederland een belastingverdrag hebben afgesloten, dat moet voorkomen dat bedrijven die in beide landen opereren dubbel belasting betalen, stemt Nederland stilzwijgend in met de Luxemburgse constructies.

Volgens Jan van Koningsveld, directeur van het Offshore Kenniscentrum en bogend op ruim 25 jaar ervaring bij de Belastingdienst en opsporingsdienst Fiod, ligt daar het werkelijke probleem. "Het gaat hier om een internationale ontwijkingstructuur waarbij gebruik wordt gemaakt van vennootschappen in verschillende landen. Aan de top van deze structuur staat een vennootschap op de Britse Maagdeneilanden waarvan niet duidelijk is wie de aandeelhouders zijn."

"Het probleem bij dergelijke internationale structuren is dat er meerdere belastingdiensten bij betrokken zijn. Iedere belastinginspecteur ziet maar een deel van de structuur en niet het gehele plaatje. Het is aannemelijk dat als de Nederlandse belastinginspecteur het hele plaatje ziet en alle werkelijke feiten kent, hij hierover vragen gaat stellen."

Volgens Van Koningsveld zouden landen meer informatie met elkaar moeten delen, maar is er in de praktijk vooral sprake van concurrentie tussen landen op belastinggebied.

De Nederlandse belastingdienst wil niet reageren op de zaak. De dienst stelt wel dat structuren die gebruikmaken van vennootschappen in meerdere landen, zeker die met belastingparadijzen als de Britse Maagdeneilanden daarin, 'op de warme belangstelling van de Belastingdienst kunnen rekenen'.

Maar Luxemburg hoeft de voorstellen niet voor te leggen aan Nederland. Een stempel van de belastingdienst van dat land is voldoende om niet alleen veel belasting uit Nederland naar Luxemburg te verplaatsen, maar tegelijkertijd ook de belastingen die bedrijven als WE moeten betalen, flink te verminderen.

Deze productie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten

Deel dit artikel

'Als de inspecteur het hele plaatje zou zien, zou hij zeker vragen stellen bij deze constructie'