Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De wilde orang-oetan dreigt te verdwijnen

Home

Esther de Jong

Het oerbos rondom de orang-oetan wordt met de dag kleiner. Als dat zo doorgaat is het uiteindelijk afgelopen met de mensaap.

Ooit bevolkten miljoenen orang-oetans de oerwouden van Azië. De hoge boomtoppen waren een veilige haven voor de grote oranje mensapen. Spelen, eten, slapen: alles gebeurde hoog boven de grond. Op een tweetal eilanden in Indonesië zijn nog wilde orang-oetans te vinden, nog wel; want sommige wetenschappers denken dat het dier over tien jaar niet meer in het wild voorkomt.

Zoöloog Stephen Brend wil zover niet gaan. Hij is verbonden aan de Orangutan Foundation in Borneo, een stichting die zich inzet tegen het uitsterven van de mensaap. „Ik ben niet een van die mensen die hysterisch aan de alarmbel hangt, de orang-oetan blijft nog wel een tijdje bestaan. Het is alleen de vraag hoe, zijn leefomgeving wordt met de dag kleiner en ja, uiteindelijk is het dan natuurlijk afgelopen.”

Het dier wordt voornamelijk met uitsterven bedreigd door het verdwijnen van zijn natuurlijke habitat. Kilometers onaangetast oerbos verdwijnt dagelijks door de aanleg van palmolieplantages, illegale houtkap en mijnactiviteiten. Het leefgebied van de orang-oetan was in 1900 al beperkt tot de oerwouden van Sumatra en Borneo, maar wetenschappers schatten dat er toen nog 300.000 van de grote mensapen woonden. Daarvan zijn er nu nog 7000 over op Sumatra en 25.000 op Borneo.

Een van die plekken op Borneo is het Tanjung Puting Park. In dit reservaat wonen ongeveer 5000 mensapen. Het park werd in de jaren zeventig herontdekt door de Canadese Birute Galdikas. In de traditie van chimpansee-onderzoeker Jane Goodall bestudeerde zij het leefgedrag van orang-oetans. Galdikas deed niet alleen onderzoek in het park, ze liet er ook ooit gevangen orang-oetans los.

Inmiddels is het verboden om ooit gevangen mensapen bij wilde los te laten, maar in het park wonen nu nog duizend van deze ooit gevangen exemplaren. Zij hebben nooit geleerd voor zichzelf te zorgen en worden daarom dagelijks gevoerd door parkwachters. De voederplekken liggen een paar kilometer in de broeierig warme jungle. De smalle paadjes worden omgeven door dichtbegroeide struikachtige planten en bomen. De parkwachters proberen de mensapen te lokken met een hoge gil. Ze dragen witte jerrycans gevuld met melk en hebben bananen bij zich.

Bij de voederplek komt een vrouwtjes orang-oetan met een klein baby’tje uit de hoge boomtoppen naar beneden. Ze heeft alleen oog voor de melk en grijpt onbehouwen naar de trossen bananen. Haar jong krijgt een overgebleven restje en een paar bananen toegestopt. Als een ander vrouwtje plotseling ook op het voederschavot staat, rennen moeder en kind weg. „Zij is ouder en sterker”, verklaart een van de parkwachters.

In de dichtbegroeide jungle is het moeilijk een voorstelling te maken van de oprukkende mijnbouw die buiten het park plaatsvindt. Op nog geen tien kilometer afstand zijn de resultaten van de nietsontziende mijnbouw duidelijk te zien. In een tijdsbestek van twintig jaar zijn complete stukken oerbos weggevaagd. Wat overblijft, is een woestijnlandschap. Een dorre, witte zandvlakte waar niets groeit en waar geen dier kan overleven. De ongeveer driehonderd mijnwerkers zoeken twaalf uur per dag naar silicium, een metaal dat wordt gebruikt voor het maken van onder meer computerchips. Ze verdienen meer geld dan ooit en lijken absoluut niet gestoord door het verdwijnende oerwoud.

Zoöloog Brend is gechoqueerd door de gevolgen van de mijnactiviteiten. „Het kale landschap is totaal ontdaan van iedere begroeiing, het is een vreselijk gezicht. Op sommige van deze plekken stonden twee weken geleden nog oeroude bomen.” Toch ziet hij voor de lokale mensen een rol weggelegd in de conservering van het bos, het uiteindelijke redmiddel van de orang-oetan. „Zij zijn degenen die de bomen kappen, dus we hebben hen nodig om daarmee stoppen. Tegelijkertijd vormen zij zowel de grootste dreiging als de grootste kracht.”

Deel dit artikel