Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De wetenschap neemt boodschap Occupy serieus

Home

Esther Bijlo

© Reuters

Occupy is weg. Gebleven is het besef dat de wereld wordt beheerst door een kleine groep rijken. Dat besef kan leiden tot nieuwe actie. Er zijn aanwijzingen dat extreme inkomensverschillen funeste gevolgen hebben voor de economie.

De tenten zijn al lang weer weg onder de lichtreclames van de financiële giganten in Manhattan. Ook in Amsterdam zijn vorige week de laatste kampeerders vertrokken van het Beursplein. Maar het is niet zo dat het gehele gedachtengoed van de protestbeweging Occupy nu met de matjes en de slaapzakken op zolders is beland.

Toegenomen inkomensongelijkheid
De agenda van Occupy is nogal bekritiseerd: amorf, veel te breed en zonder duidelijkheid over wat er zou moeten veranderen. Het ging over de uitwassen van 'het' kapitalisme: de losgeslagen financiële instellingen die de crisis veroorzaakt zouden hebben, verderfelijke hebzucht van zo'n beetje iedereen, doorgeschoten globalisering en te slappe overheden. Het is moeilijk uit die verwijten een concrete agenda voor beleid te destilleren.

Maar het ging ook over ongelijkheid. De Amerikaanse bezetters kwamen met de slogan 'The 1 percent', verwijzend naar de elite die een relatief groot deel van het inkomen opsnoept. Daar tegenover staat 'The 99 percent' van hardwerkende Amerikanen die nu zijn opgezadeld met hoge schulden, huizen die niets meer waard zijn, te weinig banen en lonen waar nauwelijks van rond te komen is.

Het beeld is wat gechargeerd. Ook onder de '99 percent' bevindt zich nog een toplaag die een aardig inkomen verdient en voor wie het gevaar in een caravan te eindigen ver weg is. De kern van de boodschap, de sterk toegenomen inkomensongelijkheid in de VS, is echter een onomstotelijk gegeven.

Publicaties
Over 'The 1 percent' zijn buiten de Occupy-tentenkampen vele serieuze, economische publicaties verschenen.

Om te beginnen: de feiten. De in Amerika bekende econoom Emmanuel Saez, van de Universiteit van Californië in Berkeley, heeft op basis van belastinggegevens de inkomenskloof over een lange periode, sinds 1913, geanalyseerd. Daaruit blijkt dat vlak voor de financiële crisis van 2008 het verschil tussen arm en rijk een piek bereikte. De bovenste 1 procent van de Amerikaanse bevolking verdiende in dat jaar bijna een kwart van het totale inkomen.

Dat hoogtepunt was vergelijkbaar met de top vlak voor de Grote Depressie van de jaren dertig. Ook toen ging krap 25 procent van de hele inkomenskoek naar de bovenlaag van 1 procent. Na die crisis en de daarop volgende Tweede Wereldoorlog daalde dat rap.

Reagan en Thatcher
Tussen 1943 en het begin van de jaren tachtig bleef 'The 1 percent' lange tijd stabiel hangen op het veel lagere niveau van ongeveer 10 procent. Eind jaren tachtig, nadat vergaande liberalisering was ingezet door Ronald Reagan in de VS en Margaret Thatcher aan de andere kant van de oceaan, werd de kloof weer groter. Vooral vanaf het midden van de jaren negentig stijgen de inkomsten van de top veel sneller dan die van de rest - om in 2007 op de piek uit te komen.

De grafiek van Saez werpt de vraag op of de extreme inkomensverschillen eind jaren twintig en in de beginjaren van de 21ste eeuw niet alleen een diepe crisis aankondigen, maar zelfs direct veroorzaken. Verschillende economen, onder wie niet de minsten zoals Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz, vinden van wel.

Mechanisme voor huidige financiële crisis
Raghuram Rajan, voormalig hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en nu verbonden aan de Universiteit van Chicago, beschrijft dat mechanisme voor de huidige financiële crisis. 'Gewone' Amerikanen, gemiddeld en lager opgeleid, zagen hun lonen vanaf de jaren tachtig achterblijven bij die van de hoogopgeleiden. Stagnerende inkomens leidden tot minder consumptie, ofwel minder bijdrage aan de economische groei.

Onder verschillende presidenten is vervolgens, vanaf begin jaren negentig, de hypotheekmarkt opengegooid. Zo werden de vereiste buffers van hypotheekbanken verlaagd en werd het makkelijker voor kleinverdieners om hoge hypotheken aan te gaan. Daarna, na 2000, kwam er handel in 'slechte' pakketten hypotheken, de subprime leningen, en ontstond in 2008 de financiële crisis.

De groeiende ongelijkheid en daarmee het gebrek aan consumptie is dus te lijf gegaan door het aangaan van meer schulden. Dat gold ook voor het op de pof kopen met credit cards. Zo ontstond de kiem voor de crisis.

Na-aapgedrag van rijken
Collega's van Rajan aan dezelfde universiteit voegen daaraan toe dat het uitgavenpatroon van de rijken besmettelijk is voor de minderverdienenden. Zij onderzochten het consumptiegedrag in verschillende Amerikaanse staten tussen 1980 en 2008. In staten waar de 20 procent rijksten veel consumeerden, waren de uitgaven van de middeninkomens aan luxe dingen als sieraden, fitness en diensten aan huis veel hoger dan je voor die inkomensgroep zou verwachten.

Er was maar één verklaring voor te geven: de kleinverdieners imiteerden de grootverdieners in hun omgeving. Ze deden dat met hoge leningen, hun salarissen stegen immers nauwelijks. Hadden ze dat na-aapgedrag achterwege gelaten, dan hadden ze 800 dollar per jaar gespaard in plaats van hoge schulden aan te zijn gegaan. Oftewel: grote ongelijkheid lokt onverantwoord gedrag uit, mogelijk gemaakt door soepeler kredietregels.

De bevindingen van Rajan en zijn collega's gaan specifiek over deze crisis en over de Verenigde Staten. Ze pretenderen niet een algemeen geldende theorie te hebben. Anderen zien wel een breder verband.

Twee IMF-economen maakten een model dat laat zien dat een grote inkomenskloof en te hoge leningen bij de achterblijvers vaker samen gaan. En een andere groep Amerikaanse economen stelt op basis van onderzoek onder 22 rijke landen dat grote ongelijkheid ook via de overheidsfinanciën tot hoge schuld kan leiden. Als de overheid bijvoorbeeld de groeiende kloof in inkomens in de marktsector te lijf gaat met meer uitgaven aan uitkeringen of publieke voorzieningen.

Maar er zijn ook economen die er een kip-ei-discussie van maken. Voor hen staat niet vast dat groeiende ongelijkheid de oorzaak is van een kredietcrisis.

Discussie verstomt niet
Hoe dan ook is 'The 1 percent' onderwerp van serieuze debatten en gedegen onderzoek. Nu de kampementen zijn opgebroken, verstomt die discussie niet. De laatste cijfers van inkomensonderzoeker Emmanuel Saez, een paar weken geleden gepubliceerd, geven daar ook helemaal geen aanleiding toe.

Tussen 2007 en 2009 leverde de bovenste 1 procent nog flink in, zoals verwacht en zoals ook na de depressie in de jaren dertig gebeurde. Maar in 2010 is hun deel van de taart toch weer toegenomen. Zij zagen hun inkomen met 11,6 procent stijgen, de rest slechts met 0,2 procent.

Uit de toelichting van Saez op zijn eigen bevindingen kan Occupy een hele concrete agenda halen voor het vervolg van de acties. De Grote Depressie in de jaren dertig werd gevolgd door belastingverhogingen en regulering. Die verkleinden de inkomenskloof voor lange tijd. Zulke maatregelen zijn nu nog nauwelijks genomen.

Deel dit artikel