Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

DE WERELD IS TE GROOT VOOR DE WERELDOMROEP

Home

SHUCHEN TAN; MONIQUE DE HEER

Buiten bij de oprijlaan van de Wereldomroep heerst een serene rust. In de siervijver voor de ingang van het gebouw wuift een bamboebosje zacht in de wind. Het enorme witte complex, dat nog geen vier jaar geleden voor enkele miljoenen werd uitgebreid, straalt een westerse rijkdom uit die nog niet zo lang geleden vanzelfsprekend was in het Hilversumse omroepkwartier.

In de studio klinkt een bandopname van een carrillon dat 'Merck toch hoe sterck' speelt. De uitzending voor Indonesië begint met het dagelijks nieuwsbulletin. Eind september houdt dat op, als het aan het bestuur ligt, en staan de medewerkers van de afdeling die de uitzendingen in het Bahasa verzorgen op straat, net als hun collega's van de Portugese, de Arabische en de Franstalige op Afrika gerichte afdeling. Er moet worden bezuinigd en volgens het bestuur zijn de uitzendingen naar deze taalgebieden niet langer 'rendabel' vanwege het geringe aantal luisteraars in die gebieden. De Wereldomroep zou zich beter kunnen richten op Europa. De ondernemingsraad reageerde enkele weken geleden woedend op dit besluit en diende een reactie, die afgelopen donderdag weer werd ingetrokken, vlak voor de bestuursvergadering begon, waarin een compromis ter sprake zou komen.

In het complex in Hilversum is de spanning te snijden. Yanti Mualim, programmamaakster bij de Indonesische afdeling: “Normaal gesproken is bij ons de regel, dat iedereen vrijuit met de pers kan praten, mits we onze persvoorlichter daarvan op de hoogte stellen. Vorige week kreeg ik te horen: 'Ik zou het je afraden, want je kan opstaande voet ontslagen worden'. Tekenend voor de paniek die er onder het bestuur is uitgebroken.”

“Vooral van bestuursleden als Tjeenk Willink, Ina Brouwer en Nora Salomons hadden we deze koerswijziging niet verwacht”, zegt Joao Bosco Feres, Braziliaans programmamaker en voorzitter van het actiecommite. “We werden geacht droevig, geschrokken en zonder een vorm van protest te vertrekken.” Om de verontwaardiging kracht bij te zetten werd donderdag een bustocht gehouden die voerde langs de kantoren van de Novib in Den Haag en Amnesty International en Greenpeace in Amsterdam.

Het probleem met de staking van de uitzendingen in de vier taalgebieden is dat niemand precies weet om hoeveel luisteraars het daar gaat. 'Veel', volgens alle programmamakers, die wijzen op de stapels brieven, die iedere week op de redacties binnenkomen. Maar bestuursvoozitter Hoefnagels is daar niet van overtuigd: “Als je kijkt naar de cijfers, zie je dat de Nederlandse Wereldomroep zo weinig beluisterd wordt, dat we vaak niet eens in de statistieken voorkomen. Op die getalsbasis kan ik moeilijk tegenover WVC volhouden, dat onze uitzendingen daar onmisbaar zijn.”

De luistercijfers zijn onderwerp van uitvoerige discussies in het gebouw van de Wereldomroep op dit moment. “In Franstalig Afrika wordt alleen luisteronderzoek gedaan in de grote steden terwijl onze grootste aanhang er juist te vinden is onder de plattelandsbevolking”, legt Frederic Bernard, programmamaker bij de Franstalige sectie, uit.

Ook Joao Bosco is het niet eens met de kwantitatieve argumenten van het bestuur: “Een onderzoek van de International Braodcasting Audience wijst uit, dat in Brazilië 64 procent van de huishoudens een kortegolf ontvanger bezit. Juist daar zou de Wereldomroep dus een groot bereik kunnen hebben”.

Volgens Hoefnagels heeft de hele discussie zich, onderhand te veel vernauwd tot de vraag om hoeveel luisteraars het gaat. “Dat zijn feiten, die voor niemand echt goed zijn te controleren. Belangrijker is de vraag of er voor de Wereldomroep nog wel een noodzaak bestaat om die taalgebieden te bedienen. In een land als Brazilië, waar het aanbod in de media de laatste jaren zo enorm is uitgebreid, kun je je afvragen of er nog wel behoefte is aan nieuwsuitzendingen vanuit een klein landje als Nederland”.

De op te heffen Braziliaanse afdeling is daar duidelijk over. Afdelingshoofd Jacob Borenstein: “Uit de honderden brieven die we iedere week krijgen, blijkt dat er veel wordt geluisterd, vooral door boeren, werkstudenten en mensen die actief zijn in vakbonden enzo. Tijdschriften en kranten zijn voor mensen met het minimumloon niet te betalen in Brazilië. Er bestaan zelfs luisterclubs waar mensen bij elkaar gaan zitten om naar internationale radiostations te luisteren.”

Het Braziliaanse programma van een uur begint iedere dag met een nieuwsoverzicht, dat wordt aangeleverd door de centrale nieuwsredactie. Op dinsdag wordt die bijvoorbeeld gevolgd door actualiteiten in Nederland. Iedere woensdag is de uitzending bijna geheel gewijd aan nieuws uit Latijns-Amerika. Op zaterdag komt de milieubeweging in Brazilië aan bod.

Ook Yanti uit Indonesië is overtuigd van de noodzaak van haar uitzendingen: “Wij brengen in ons programma deze week nieuws over de demonstratie tegen de perscensuur in Jakarta en over acties van Greenpeace tegen het kappen van de regenwouden op Sumatra. Dat zijn typisch onderwerpen waaraan nauwelijks aandacht wordt geschonken door de traditionele Indonesische media.”

Het vertrekkende bestuurslid Ina Brouwer wil vlak voor zij opstapt liever geen commentaar meer geven op de onrust, die op dit moment heerst bij de Wereldomroep. Ze wil nog alleen ingaan op de koerswijziging, die na veel discussie door het aftredende bestuur is ingezet. Volgens Brouwer is het een 'kwestie van overleven'.

De meeste moeite heeft ze gehad met het opheffen van de uitzendingen in het Bahasa. “Er zijn natuurlijk banden met het land vanuit het koloniale verleden, maar je kunt je ook afvragen of je het juist niet over een hele andere boeg moet gooien. Vroeger was de nieuwsvoorziening in Indonesië beperkt, nu wordt daar ook overal naar CNN gekeken. Je moet kunnen concurreren met de BBC Worldservice en daarvoor is de wereldomroep gewoon te klein.”

“Op de ranglijst van meest beluisterde wereldomroepen komen wij in die gebieden ergens in de onderste regionen,” beaamt ook Hoefnagels. Bovendien richten de rechtstreekse belangen van de Wereldomroep zich op dit moment meer op Europa.

Directeur van de Wereldomroep L. W. D. Bouwens: “Je moet een keuze maken, anders raak je je positie kwijt. Wat kan je toevoegen aan die overdaad van buitenlandse wereldomroepen? Tegen de BBC Worldservice kunnen wij toch nooit op. Je moet jezelf ook niet wijsmaken, dat je zo onmisbaar bent in de wereld.”

De uitzendingen in het Portugees, Arabisch, Bahasa en voor Franstalig Afrika stoppen niet helemaal. Op projectbasis zal er worden samengewerkt met lokale radiostations. Ook zal de Wereldomroep via een systeem van rebroadcasting (van te voren opgenomen programma's op casettes) achtergrondreportages, interviews en radiodocumentaires blijven aanbieden aan lokale radiostations.

Hoofdmoot van de aandacht zal echter, zoals het bestuur in haar mission statement verklaarde, komen te liggen op Europa. Hoefnagels: “In Europa zie je steeds meer, dat de grote landen de dienst gaan uitmaken. Voor een klein land als Nederland is het belangrijk om, in welke vorm dan ook, daar iets tegenover te stellen.” Holland promotie en nieuwsvoorziening met Nederlanders in het buitenland zullen dan de belangrijkste activiteiten worden van de Wereldomroep. Hoefnagels: “In feite zijn dat ook de enige twee taken die ons door de mediawet zijn opgelegd. Als WVC van ons verwacht dat er wordt bezuinigd, zullen wij ons moeten beperken tot de core business van ons bedrijf, de kerntaken dus.”

Met die omzwaai zou de Wereldomroep tegemoet komen aan de bezwaren van de Mediaraad van twee jaar geleden, die zich in vernietigende bewoordingen uitliet over het 'ouderwetse' programmabeleid van de omroep. De redacties zouden te veel zijn blijven steken in een jaren zeventig-achtige clubjes. Programmamaker Joao Bosco gruwt echter van de nieuwe zakelijke benadering. “We hebben het gevoel dat ze in Den Haag van de Derde Wereld af willen. Het is geen pragmatische maar een politiek beslissing. De Wereldomroep kiest voor eigen volk eerst. Als het accent alleen nog maar op Nederlanders in Europa komt te liggen, betekent dat dus dat de Wereldomroep alleen nog maar uitzendt voor vrachtwagenchaffeurs, overwinteraars en vakantiegangers. Waarom zou je daarvoor een betrekkelijk ouderwets communicatiemiddel als de kortegolfradio willen gebruiken? Zelfs de BBC en RFI is dat niet gelukt toen die een zelfde Europese zender op poten wilden zetten.” Bosco noemt het 'Europaplan' dan ook eerder een sterfhuisconstructie. “Als het bestuur dat zelf niet inziet zijn ze dom, of juist heel slim. Dat zou nog erger zijn.”

Volgens Ina Brouwer is het echter allesbehalve de bedoeling dat de Wereldomroep een omroep wordt voor vakantiegangers. Er zijn genoeg gebieden in Europa waar behoefte is aan kwalitiatief goede, onafhankelijk radioprogramma's. Daarbij denkt ze vooral aan Oost-Europa.

“Je moet je concentreren op een bepaald gebied, want alleen dan kan je kwaliteit blijven bieden.”

Op de redactievloer van internationale redactie is het nu nog redelijk druk maar volgens Mohammed Balgoon van de Arabische afdeling zal dat zeker snel veranderen. Zelf weet hij nog niet wat hij zal gaan doen. “Ik ben nu 56 ik zit hier al meer dan twintig jaar, ik heb een Nederlands paspoort. Mijn kinderen zitten hier op school. Ik kan niet meer terug naar Jemen. Als de plannen doorgaan, zal zeker een kwart van de mensen die je hier nu ziet zitten, verdwijnen. Dan zal stil worden in het gebouw.”

Deel dit artikel