Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De vroegste herinneringen van Wim Boevink spelen zich af in Australië

Home

Wim Boevink

© Wim Boevin000
Klein Verslag

Vroegste herinneringen, hoe ver gaan die terug? Wat herinnert u zich van uw kinderjaren? Een geur, een kleur, de gloed van een kachel in een woonkamer? Herinnert u zich liefde? Warmte? Woorden? Muziek?

Ik herinner me pijn. De greep naar een zwart uitgeslagen gloeilamp in een uitgedoofd kampvuur. Ik brandde mijn vingers. De omgeving: een open veld, of was het een tuin, in een voorstad van Sydney, Parramatta. Misschien was ik vier of vijf.

Lees verder na de advertentie

Ik herinner me van daar nog een verbranding, die van blote voeten op een heet trottoir en een hitte van 44 graden, dat laatste omdat mijn moeder dat later vaak vertelde.

Ik herinner me een nachtmerrie: een hoge slaapkamer in ons Australische huis, waarvan de muren steeds meer op elkaar afkwamen.

Ik herinner me het verlies van een schoolpet, die bij een uniform hoorde; een rukwind blies hem van mijn hoofd terwijl ik op een brug liep over een rivier, de Parramatta River?

Scheeps­levens zijn beter gedocumenteerd

Gek, fijne herinneringen zijn dat niet. Waar is mijn vader? Waar mijn moeder? Ons huis lag aan een kruising van drukke wegen. Vanachter het lage tuinhek telde ik er de auto’s met dubbele koplampen, de fourlight cars, een zelf verzonnen woord.

Palmboom

Het huis was een villa, ik denk uit het begin van de twintigste eeuw, met twee verdiepingen en een veranda, uitziend over meer dan honderd meter diepe, naar beneden hellende tuin waar behalve een palmboom nauwelijks iets in groeide. Maar die herinnering is al een reconstructie, ingegeven door een kleine zwartwit foto van mijn vader, bezig met een schop achterin dat stuk kale grond. Achter hem is in de verte het huis te zien, en de palm.

© Wim Boevin000

Maar wat herinner ik me van de overtocht per schip naar Australië, die destijds – in 1957 – zes weken duurde? Niets, of toch, heel vaag. Een hut met een ronde patrijspoort, een hut net ­boven de waterlijn, een hut met stapelbedden. Meer niet. En toch was dit de illustere Johan van Oldenbarnevelt geweest, in 1929 van de NSM-werf gelopen in Amsterdam, toen als het grootste en meest luxueuze passagiersschip dat ooit in Nederland was gebouwd – met vier klasses.

Een crisis en een wereldoorlog later was het in de jaren vijftig omgebouwd tot migrantenschip, met nog maar één klasse. Maar mijn scheepsherinnering is een latere, die van de terugvaart, in 1961, op een schip van een Italiaanse rederij, de Castel Felice. En ook hier maar flitsen: een ruimte waar vrouwen aan gymnastiek deden en het Neptunusfeest, een spektakel bij het zwembad bij het passeren van de evenaar.

Overigens hebben schepen als de Van Oldebarnevelt en de Castel Felice fascinerende biografieën, varend op de roerige baren van de twintigste eeuw, maar dit terzijde. Wel wil ik hier het dramatische, bijna Titanic-achtige einde van de Van Oldebarnevelt vermelden, het trotse schip van de vele levens, dat in de buurt van Gibraltar kapseisde en zonk na een brand, een drama waarbij meer dan honderd passagiers stikten of verdronken.

Er komen meer herinneringen boven vanaf mijn zevende, achtste levensjaar, terug in Nederland na die mislukte emigratie, volstrekt willekeurig. Ik heb geen idee waarom juist die in het grofmazige net bleven hangen. Scheeps­levens zijn beter gedocumenteerd.

In zijn Klein Verslag doet Wim Boevink met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Deel dit artikel

Scheeps­levens zijn beter gedocumenteerd